Atsma laat Maleisisch hout toch toe

Staatssecretaris Atsma (Milieu, CDA) wil toch Maleisisch hout toelaten als duurzaam hout voor de Nederlandse markt. Dat schrijft Atsma in een brief aan de Tweede Kamer.

Het besluit gaat in tegen zijn belangrijkste adviesorgaan op dit terrein. Vorige maand gaf de Toetsingscommissie Inkoop Hout (TPAC) een negatief advies, vooral omdat in Maleisië onvoldoende rekening zou worden gehouden met de belangen en landrechten van de inheemse volkeren in de bosgebieden. Eerdere adviezen van de commissie werden steeds gevolgd.

De milieubeweging maakte al langer bezwaar tegen het voornemen het keurmerk MTCS, van de Malaysian Timber Certification Council, te erkennen als leverancier van duurzaam hout. Er is volgens de milieugroepen sprake van „het in hoog tempo verdwijnen van tropische bosgebieden”.

Volgens Atsma heeft Maleisië echter „grote slagen gemaakt wat betreft de garantie van duurzaam bosbeheer”. Gesprekken met de Malaysian Timber Certification Council en met de regering hebben Atsma „vertrouwen gegeven” dat de belangrijkste bezwaren „binnen afzienbare tijd” worden opgelost. Ook is „een positief signaal op zijn plaats”, aldus de bewindsman. „Het land speelt een voorbeeldrol in de regio als het gaat om duurzaam bosbeheer.”

Het Wereld Natuur Fonds heeft „met verbijstering” kennis genomen van het besluit. Veel overheden, gemeenten, waterschappen, projectontwikkelaars en woningcorporaties stellen eisen aan het gebruik van hout, veelal het keurmerk FSC. Bouwers hebben contracten afgesloten en zijn ontstemd dat naar hun oordeel minder duurzaam geproduceerd hout óók wordt erkend. Het Maleisische meranti-, merbau- en bankirai-hout wordt veel gebruikt in deuren en kozijnen.

In juni dreigde Maleisië Den Haag met een conflict bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO), toen goedkeuring van het duurzaamheidscertificaat vertraging opliep door de bezwaarprocedure van milieuorganisaties.