The Guardian legt verantwoording af voor samenwerking WikiLeaks

Het is niet de taak van de media om de machthebbers voor gezichtsverlies te behoeden. En al helemaal niet om publieke geheimen te bewaren, vindt de krant die samenwerkt met WikiLeaks.

Dat schrijft Simon Jenkins, journalist van Britse krant The Guardian, in een redactioneel commentaar. Zijn krant kreeg vooraf inzage en heeft volgens hem een zuiver journalistieke afweging gemaakt alvorens uit de 250.000 gelekte documenten te citeren.

Allereerst wilde The Guardian geen levens in gevaar brengen en ten tweede geen lopende militaire operaties frustreren. Daarom heeft de krant de autoriteiten vooraf ingelicht zodat betrokkenen in bescherming genomen konden worden. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wist volgens Jenkins al maanden van het lek en had alle tijd om stafleden op gevoelige locaties te alarmeren. Bovendien heeft het geopenbaarde materiaal niet het hoogste niveau van vertrouwelijkheid: het is toegankelijk voor gewone ambtenaren.

De bekendmakingen hebben volgens Jenkins vooral het karakter van roddels in de hogere klassen. “Voor zover ze sensationeel zijn, leggen ze vooral de leugenachtigheid bloot van de machthebbers: de discrepantie tussen wat zij beweren en wat zij doen.” Op die waarheid hebben belastingbetalers en in bijzonder kiezers recht, meent Jenkins namens The Guardian.

Volgens de journalist is met dit lek de illusie doorbroken dat elektronische archieven veilig zijn. “In de toekomst zullen de enige geheimen van gesproken aard zijn. Of dat goed is of niet, zal onderwerp van publiek debat moeten zijn.”