Spaanse socialisten raken in het nauw na zware nederlaag in Catalonië

De Spaanse socialisten kregen een tik van de kiezers in Catalonië. Voor premier Zapatero wreekt zich dat hij de economische crisis lang heeft genegeerd.

De socialistische Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero begint gehavend aan alweer een cruciale week voor zijn land en de euro. Bij de Catalaanse verkiezingen van gisteren werden de socialisten met een vernietigende nederlaag uit de regering verdreven.

Het verlies voorspelt weinig goeds voor Zapatero’s socialisten voor de verkiezingen voor de gemeenteraden en regio’s (in mei) en het nationale parlement (uiterlijk voorjaar 2012). Bij de laatste landelijke verkiezingen, in 2008, wist Zapatero de kiezer nog te overtuigen dat de crisis aan Spanje voorbij zou gaan. Zo'n 2,5 jaar later weten de Spanjaarden wel beter.

Socialistische kiezers bleven gisteren met honderdduizenden thuis of stemden op rechtse partijen. Grote winnaar werd de gematigd nationalistische, centrumrechtse partij CiU, die de regio al onafgebroken regeerde van 1980 tot 2003. Ook bij de twee vorige verkiezingen haalde ze nog de meeste zetels. Maar de socialisten hielden de CiU tot gisteren van de macht af door een bonte coalitie aan te gaan met groen-links en radicale nationalisten.

Die impopulaire ‘tripartit’ werd gisteren weggestemd. CiU-voorman Arthur Mas, een koele man met een zuinig imago, haalde bijna een absolute meerderheid.

Mas volgt de socialistische regiopresident José Montilla op die de afgelopen weken campagne voerde met de slogan: ‘Vooruitgang Verzekerd’. Onophoudelijk wees hij op het aantal wegen, scholen en ziekenhuizen dat onder zijn bewind geopend werd. Kiezers bleken Montilla echter vooral te vereenzelvigen met zijn partijgenoten in Madrid en de wijze waarop zij de crisis aanpakken.

Tot ver in 2009 ontkende de regering-Zapatero de ernst van de crisis. De onrust over Spanje deed ze af als paniekzaaierij van speculanten, aangewakkerd door een Angelsaksische zakenpers die toch al nooit in de euro geloofde. Pas toen de eurocrisis Spanje in mei aan de rand van de afgrond bracht, zegde Zapatero bezuinigingen en hervormingen toe.

Toen de markten aan het eind van de zomer kalmeerden, verliet Zapatero stilletjes het hervormingspad. De pensioenhervorming die de regering had aangekondigd, werd op de lange baan geschoven. De ingezette herstructurering van de zwalkende spaarbanken liep stuk op obstructie van lagere overheden en de sector zelf. De arbeidsmarkthervorming die Zapatero in juni decreteerde, bleek na invoering weinig voor te stellen. Bij een kabinetsherschikking benoemde hij enkele linkse of vakbondsvriendelijke ministers.

Het waren duidelijke gestes aan de socialistische partijbasis. Daar heerst grote onvrede over de crisis. Die kwam, volgens hen, van ‘rechts’, maar wordt onder druk van de markten en Europa nu bestreden met ‘rechtse’ ingrepen. Dit terwijl de crisis hun kiezers verhoudingsgewijs al het hardst heeft geraakt.

Het kon niet voorkomen dat de paniek over Spanje deze maand weer oplaaide. Dat had deels buitenlandse oorzaken: Europees gedoe over toekomstige bail-outs, de Ierse redding, paniek over Portugal. Maar net als onder Spaanse burgers lijkt ook bij investeerders het geduld met de zwalkende crisisaanpak van Madrid op te raken. Dit weekeinde beloofde Zapatero allerlei eerder toegezegde hervormingen alsnog „versneld” te zullen doorvoeren.