Slordige btw-argumenten

Het stoort mij hoe slordig de argumentatie van het kabinet is wat betreft de btw-verhoging voor de podiumkunsten. Zo stelt het kabinet dat de btw kan worden verhoogd omdat hogere inkomens tot zesmaal toe meer van subsidies van podiumkunsten genieten dan de laagste inkomens. Dat klopt. Hetzelfde geldt voor sportaccommodaties en openluchtrecreatie. Maar dat is niet het punt. Hogere inkomens genieten meer van subsidies aan de kunsten, maar de btw voor de podiumkunsten wordt merendeels door de lagere inkomens betaald. Het grote publiek dat ongesubsidieerde producties bezoekt, bestaat relatief meer uit lagere inkomens. Deze groep betaalt straks voor een ongesubsidieerde en daardoor dure musical tot 8 euro meer voor een plaatsbewijs terwijl de doorgaans beter verdienende toneelbezoeker straks circa 2,5 euro meer gaat betalen.

Bioscoopbezoek valt niet onder het btw-tarief van 19 procent omdat volgens het kabinet een prijsverhoging hier leidt tot een grotere vraaguitval dan bij theater. Uit onderzoek blijkt dat wanneer de prijzen van theater en concerten met 10 procent stijgen het bezoekersaantal gemiddeld met circa 3,5 procent daalt. Maar dit verschilt sterk per genre en per bezoeker. De groep lagere inkomens zal bij duurdere theaterkaarten eerder afhaken dan bij een duurder bioscoopkaartje. Een gemiddelde vraaguitval is geen sterk argument om bioscoopbezoek anders te behandelen dan theaterbezoek.

Cees Langeveld

Bijzonder hoogleraar economie van de podiumkunsten, Erasmus Universiteit Rotterdam