Retoriek schaadt integratie

Met zijn harde aanpak bereikt het kabinet weinig concreets, terwijl de meerderheid van de migranten het vertrouwen verliest, stellen Han Entzinger en Peter Scholten. Inburgeren heeft wel wat ruimte nodig.

De Tweede Kamer behandelt morgen de begrotingen van de ministers Donner (Integratie, CDA) en Leers (Immigratie, CDA). Sinds het aantreden van het kabinet zal dit de eerste keer zijn dat de Kamer over deze beleidsterreinen in hun volle omvang kan debatteren. Het kabinet wil de immigratie verder beperken, maar het investeert niet in het bevorderen van integratie, hoewel juist het veronderstelde ‘mislukken’ van de integratie veel kiezers naar rechts heeft gedreven.

Minster Verdonk (Integratie, VVD) zette zich in haar tijd nog stevig in voor integratie van ‘oudkomers’ en de tweede generatie allochtonen. Het nieuwe kabinet concentreert zich op beperking van de instroom. De aandacht voor integratie van reeds aanwezige migranten is miniem.

De algemene lijn is dat migranten zelf geheel verantwoordelijk zijn voor hun integratie. Ze moeten zelf de kwalificaties bemachtigen om volwaardig te kunnen participeren in de Nederlandse samenleving. De overheid is hierbij slechts de toetsende partij, vooral bij het verlenen van een permanente verblijfsvergunning of bij naturalisatie. De nieuwkomer dient zelf zijn inburgering te bekostigen, de juiste cursusprogramma’s te vinden en zo nodig een lening te sluiten.

Evaluaties van het inburgeringsbeleid uit het verleden hebben laten zien dat van zo’n losse benadering weinig valt te verwachten. Toen begin 2007 precies dezelfde maatregelen werden ingevoerd, bleven de klaslokalen leeg. Binnen enkele maanden moesten die maatregelen weer worden teruggedraaid.

Het verschil met 2007 is dat nu ook nog wordt voorgesteld om nieuwkomers die niet slagen voor het inburgeringexamen, het land uit te zetten. Andere aangekondigde maatregelen zijn: beëindiging van het diversiteits- en voorkeursbeleid, het stopzetten van integratiesubsidies, een boerkaverbod, aanscherping van de naturalisatie-eisen, verruiming van de mogelijkheden tot denaturalisatie en het verscherpen van de criteria voor uitkeringen aan mensen die buiten Nederland wonen. Dat klinkt nog eens anders dan ‘softe’ doelstellingen als het bevorderen van arbeidsdeelname, het tegengaan van schooluitval onder jonge allochtonen of het bestrijden van discriminatie!

Het voorgestelde pakket maatregelen om de integratie te bevorderen is weinig indrukwekkend en heeft een symbolisch karakter, vooral vanwege het geringe aantal gevallen dat erdoor zal worden getroffen. Het korten van uitkeringen onder de Wet werk en bijstand in situaties waar gedrag of kleding de arbeidsmarktkansen beperken, is onder de bestaande regelgeving al mogelijk, en is maar in een zeer beperkt aantal gevallen van toepassing. Het aantal boerkadraagsters dat getroffen zal worden door het boerkaverbod, als dat verdragsrechtelijk al haalbaar is, is bijzonder laag. Ook het aantal mensen dat zal worden getroffen door de denaturalisatiemaatregel – bij een misdrijf waarop meer dan twaalf jaar staat en dat binnen vijf jaar na toekenning van het Nederlanderschap moet zijn begaan – is naar verwachting erg klein.

Omgekeerd zal het bezit van een dubbele nationaliteit op basis van dit akkoord nog steeds mogelijk zijn, als een nieuwkomer simpelweg geen afstand kan doen van de oorspronkelijke nationaliteit en als iemand twee ouders met verschillende nationaliteiten heeft. Het gaat hier om de meerderheid van de gevallen.

De kabinetten-Balkenende zagen beperking van de immigratie nog als een noodzakelijke voorwaarde voor een succesvolle integratie van degenen die al in Nederland wonen. Het kabinet-Rutte gaat een aantal stappen verder en wil domweg minder immigratie, behalve dan van kennismigranten. Over de strijdigheid van dit voornemen met diverse EU-richtlijnen en internationale verdragen is de laatste maanden al veel geschreven. De conclusie is dat de meeste plannen niet of nauwelijks uitvoerbaar zullen blijken, tenzij Nederland erin slaagt op internationaal vlak substantiële wijzigingen af te dwingen.

Door een slecht uitvoerbaar immigratiebeleid te koppelen aan een weinig effectief integratiebeleid neemt het kabinet grote risico’s. Het loopt het risico dat de rechtse achterban verder zal radicaliseren, omdat veel beloften niet kunnen worden waargemaakt of nauwelijks effect hebben. Het loopt ook het risico dat de grote meerderheid van de allochtonen bij wie het integratieproces wel voorspoedig verloopt, het vertrouwen in dit land verliest. Deze mensen herkennen zich totaal niet in het beeld van ‘kansarme massa-immigratie’ en ‘mislukte integratie’ dat het regeerakkoord uitstraalt. Toch worden velen in de praktijk hierop aangesproken. Onderzoek heeft aangetoond dat hoogopgeleide jonge Nederlanders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond nu al veel minder vertrouwen in hun eigen toekomst hebben dan tien jaar geleden en dat het verschil met autochtone jongeren op dit punt aanzienlijk is toegenomen.

De kern van het probleem is dat het kabinet een onjuiste analyse maakt van het verloop van integratieprocessen. Het ziet integratie uitsluitend als een probleem van de individuele nieuwkomer, hoewel het in feite gaat om een samenlevingsvraagstuk. Hoezeer nieuwkomers zich ook inspannen, een samenleving die niet bereid is om ruimte te bieden, zal er niet in slagen hen te integreren, ook niet met dwang en drang. Vroeg of laat zullen Donner en Leers ervaren dat er een kloof gaapt tussen het regeerakkoord en de werkelijkheid.

Han Entzinger is hoogleraar migratie- en integratiestudies en Peter Scholten is docent beleid en politiek, beiden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.