'PVV en SP aan beurt om in de SER te komen'

De SER is afwezig bij de grote sociaal-economische hervormingen. Van het kabinet-Rutte verwacht Rinnooy Kan ook niet veel: „Het is een goed idee meer te initiëren.”

Alexander H.G. RINNOOY KAN (1949) Nederlands wiskundige en topfunctionaris. Kroonlid en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER). foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Den Haag, 21 december 2009 Vincent Mentzel

De Sociaal Economische Raad (SER) bestaat zestig jaar. Kroonleden zijn kritisch over de relevantie van de SER en over het functioneren van voorzitter Alexander Rinnooy Kan.

De SER is minder aanwezig bij de grote sociaal-economische vraagstukken. Moet de SER, los van het kabinet, zelf meer ambitie tonen?

„Het is een goed idee meer te initiëren. Maar dan moet het wel iets opleveren en dat kan alleen als er zicht is op de gezamenlijke opvattingen van werkgevers en werknemers. Dat is niet defensief, dat is realistisch, want anders is de route uiteindelijk niet interessant. Ik denk dat er meer reden is die mogelijkheid te verkennen naarmate de politiek minder aanleiding ziet om met grote vragen bij je te komen. Dit kabinet heeft een bescheiden hervormingsagenda en in die zin is er dus meer aanleiding. We richten ons eerst op de terreinen die het kabinet heeft geidentificeerd en daar zitten ook terreinen bij die voor de SER interessant zijn. Meest in het oog springend: wat er aan de onderkant van de arbeidsmarkt moet gebeuren. En dan zijn er natuurlijk terreinen waar we in het verleden over hebben gesproken met elkaar en die nu niet worden geagendeerd door het kabinet. Ik noem één voorbeeld dat ik interessant vind: de kwaliteit van de huisarts en de ziekenhuiszorg. Daar heeft de SER een wezenlijke bijdrage geleverd in een eerder hervormingsproces, maar er is bij werkgevers en werknemers onverminderd zorg over wat het toekomstige beleid voor elkaar moet krijgen.”

Sommige Kroonleden vinden dat u zich te veel laat leiden door de wensen van werkgevers.

„Als Kroonleden de indruk hebben dat ik me te veel afhankelijk maak van de bereidheid van werkgevers en werknemers om mee te werken, hebben ze gelijk dat ik het essentieel vind daar aandacht aan te schenken. Want als zij niet meewerken, dan komt de SER tot niets. De Kroonleden hebben een zelfstandige verantwoordelijkheid te toetsen aan het algemeen belang, maar uiteindelijk zijn ze dienstbaar aan werkgevers en werknemers. Dat is de kracht van de SER en die staat af en toe op gespannen voet met de ambitie van Kroonleden die met inzichten en ideeën rondlopen over hoe de maatschappij en de economie zouden moeten veranderen. De kracht van het draagvlak heeft ook een prijs.”

Is het wenselijk dat de benoeming van Kroonleden politiek gemotiveerd is?

„Ik vind het niet per se een goede gewoonte, maar dat is altijd zo geweest. Verder is het idee geweest dat het gezelschap qua politieke affiniteit een beetje moest kloppen met de verhoudingen in Nederland. Is iets voor te zeggen: als het allemaal Kroonleden zouden zijn vanuit één politieke partij, dan kan het worden gebruikt om het oordeel van de Kroonleden te diskwalificeren. Dat vind ik de enige rechtvaardiging om politieke spreiding na te streven.

Maar SP en PVV, twee partijen met een grote achterban, worden niet vertegenwoordigd.

„Het is logisch dat er bij een volgende benoeming een SP’er of PVV’er wordt voorgedragen. Al is dat uiteindelijk aan het kabinet.”