Protestantse liederen herdicht voor ongelovigen

Gisteren werd de bundel Licht gepresenteerd, waarin cabaretschrijfster Coot van Doesburgh protestantse liederen herdichtte. Zo kan iedereen, ongeacht wat hij gelooft, mee zingen bij huwelijk of begrafenis.

Amsterdam, 14 oktober 2003 Coot van Doesburg Foto Felix Kalkman Hollandse Hoogte

Iedereen moet kunnen begrijpen wat er tijdens een kerkdienst gebeurt. En iedereen moet er aan kunnen meedoen. Dat was het adagium van de Reformatie, de kerkhervorming in de zestiende eeuw. De protestanten vervingen het kerklatijn door de volkstaal. En koorzang maakte plaats voor volkszang.

Inmiddels is de geloofstaal die in de kerk gesproken en gezongen wordt voor de geseculariseerde mens geheimtaal geworden. Bovendien ontbreekt het vrijwel geheel aan teksten voor niet-kerkelijke samenzang bij bijvoorbeeld huwelijken en begrafenissen. En juist bij scharniermomenten in het leven borrelt de ongeneeslijke religiositeit van mensen weer op. Dat bracht de remonstrantse predikant Tom Mikkers op het idee van een liedbundel die niet als gedateerd of ouderwets zou worden ervaren. Zouden er op reformatorische en andere vertrouwde melodieën geen nieuwe teksten te maken zijn die iedereen, ongeacht óf en wát hij gelooft, zou kunnen meezingen?

Mikkers benaderde de van huis uit hervormde Coot van Doesburgh, die de afgelopen decennia liedteksten schreef voor diverse musicals en onder meer Paul de Leeuw en Willeke Alberti. Zijn idee was dat juist tekstschrijvers voor cabaret en musical veel mensen blijken te kunnen raken. Van Doesburgh was direct enthousiast en ging aan de slag. Ze maakte honderd liedteksten die iedereen in de mond kan nemen. Voor alle teksten geldt dat God en Jezus er geheel uit zijn verdwenen.

De oorspronkelijke liederen zijn als het ware een kwart slag gekanteld. De verticale verwijzingen zijn horizontaal geworden. ‘God is getrouw, Zijn plannen falen niet’ wordt ‘Vertrouw jezelf, negeer de oproep niet’.

Gisteren is de bundel Licht, honderd liedjes voor iedereen gepresenteerd in Utrecht. Karin Bloemen, die vijftien van de nieuwe liederen op cd zette, ging de aanwezigen voor in de samenzang, in een tempo dat zelfs de zwartekousenkerken nog langzaam zouden vinden. En compleet met een modulatie van een halve toon voor het laatste couplet van Abide with me (Blijf mij nabij): „Straks komt mijn tijd, dan mag je verder gaan,/ niemand weet beter wat ik heb doorstaan./ Jij ziet zo scherp wat niemand verder ziet. /Zo vol vertrouwen, jij verlaat mij niet”.

Een van de liederen die Van Doesburgh hertaalde was Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen, van de hand van Rhijnvis Feith (1753-1824), een verre voorvader van Van Doesburgh. „Het lied van opa was bij ons heilig, maar soms kregen we de slappe lach, als we het zongen”, vertelde ze. Decennia lang was het een topper tijdens protestantse oudejaarsdiensten. Van Doesburgh maakte er een nieuwe bewerking van: „Uren, dagen, maanden, jaren/ gaan als water door je hand.”

Een aantal van haar teksten schurkt dicht tegen de oorspronkelijke versie aan. De oude woorden klinken er als het waren nog doorheen. Ze laten zich zingen als een nieuwe bewerking, zoals veel kerkliederen in de loop der eeuwen herzien of hertaald zijn. Die zijn overtuigend. Soms klinkt een lied als een protestsong.

De Engelse Christmas carol „God rest you merry, gentlemen” wordt in Doesburghs vertaling: „Een wereld zonder oorlog is/ een haast ondenkbaar iets./ Een kerstbestand is ’t uiterste/ en verder doet men niets.”

Soms werkt het net niet. Een tekst als „De zin van mijn zijn is verdwenen/ als smeltwater onder de brug” op My bonnie lies over the ocean doet door de gekozen melodie ronduit cabaretesk en lachwekkend aan. Maar het lied Kan ik ooit wel verder leven/ in een wereld zonder jou, op de melodie van Welk een vriend is onze Jezus, zou zo maar een seculaire begrafenistopper kunnen worden.

Licht, honderd liedjes voor iedereen, Boekencentrum Zoetermeer €9,90