Polarisatie rond Iran te verwachten

Nog dagen zullen WikiLeaks en vijf westerse kranten diplomatieke berichten van de VS publiceren. Alom komen relaties onder spanning, en leiders in verlegenheid.

Arabische leiders, de Saoedische koning Abdullah voorop, zijn collectief in grote verlegenheid gebracht door de onthullingen van WikiLeaks dat zij de Verenigde Staten actief aanzetten tot militaire actie tegen het nucleaire programma van Iran. Tegenover de buitenwereld spelen de meeste Arabische landen immers doorgaans mooi weer jegens Iran.

Die verlegenheid blijkt wel uit het feit dat er tot nu toe nog geen enkele officiële Arabische reactie op de gepubliceerde memo’s is gekomen.

Maar ook Iran, dat doorgaans zijn weerwoord paraat heeft als in de regio iets aan de hand is, neemt nu de tijd voor een reactie. Teheran onderstreept altijd de goede relaties met in het bijzonder de Golfstaten. Maar het kan er nu niet omheen dat de overbuurlanden in werkelijkheid zijn nucleaire programma gewapenderhand geëlimineerd willen hebben. Mogelijk zal Teheran de onthullingen officieel afdoen als Amerikaanse propaganda. Maar nu de moeilijk tegen te spreken waarheid boven tafel is gekomen, is een verdere polarisatie in het olierijke gebied te verwachten.

Uit de memo’s komt naar buiten dat niemand de Iraanse verzekeringen gelooft dat zijn nucleaire programma vreedzaam is. Maar voor de Arabische landen – behalve de Golfstaten komen onder andere ook Egypte en Jordanië in de memo’s over Iran aan het woord – is dat slechts de druppel die de emmer doet overlopen. Ze vertrouwen president Ahmadinejad niet. Ze zien „de verborgen hand” van Iraanse subversie via de radicale organisaties Hezbollah in Libanon en Hamas in de Gazastrook. Ze noemen Iraanse infiltratie via hun shi’itische minderheden. De kroonprins van Abu Dhabi (een van de Verenigde Arabische Emiraten), sjeik Mohammed bin Zayed al-Nahayan, gelooft ook niets van Amerikaanse verzekeringen dat Iran niet betrokken is bij de shi’itische opstand in het noorden van Jemen.

„Ze [Iran] liegen tegen ons en wij liegen tegen hen”, zegt de Qatarese premier sjeik Hamad bin Jassim Jaber-al-Thani in een van de gisteren gepubliceerde documenten. Qatar heeft officieel heel goede relaties met Iran, deelt een gasveld met de islamitische republiek en houdt gezamenlijke militaire oefeningen.

Tot dusverre werd aangenomen dat een aanval op Iran, waarmee in Israël al lange tijd wordt gedreigd en die Washington officieel niet wil uitsluiten, voor de Golfstaten uit den boze was, met name omdat ze bang zijn dat de vergelding tegen hun olie-installaties zal zijn gericht. Maar een zeer opzienbarende onthulling gisteren was dat koning Abdullah – die op dit moment in een Amerikaans ziekenhuis ligt wegens een rugoperatie -– er herhaaldelijk bij de Verenigde Staten op heeft aangedrongen het Iraanse nucleaire programma te vernietigen. „Hij heeft u [de Amerikanen] gezegd de kop van de slang af te hakken”, aldus de Saoedische ambassadeur in Washington in een verslag van een ontmoeting tussen de koning en de Amerikaanse generaal David Petraeus.

Die oproep dateert van april 2008. Maar er zijn ook latere dergelijke uitspraken. De kroonprins van Abu Dhabi noemt in een onderhoud met de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner „een conventionele oorlog op korte termijn duidelijk te prefereren boven de lange-termijn-consequenties van een nucleair bewapend Iran”. In februari 2010 vraagt hij de Amerikanen om een noodplan, om zijn land te beschermen. Hij wil liever vroeger dan later militaire actie omdat hij Ahmadinejad niet vertrouwt. „Persoonlijk kan ik niet leven met een kerel als Ahmadinejad. Hij is jong en agressief.”

Voor de Amerikaanse regering zit er mogelijk ook een positief kantje aan de onthullingen. Ze kan de nu gebleken angst voor Iran in de Golfstaten gebruiken om de bezwaren in het Congres weg te nemen tegen een geplande leverantie van gevechtsvliegtuigen en raketten aan Saoedi-Arabië ter waarde van 60 miljard dollar. In het Congres heerst angst dat die tegen Israël worden gebruikt.