Poezelige pianist Fray

David Fray, piano. 28/11 Concertgebouw A’dam. Herh: 1/12 Musis Sacr. Arnhem. Radio 4: 13/2 ***

Als jonge meesterpianist kun je de wereld stormachtig veroveren met het grote klavierleeuwrepertoire. De 29-jarige David Fray toonde in een introvert debuutrecital in het Concertgebouw gisteravond juist zijn delicate kant.

De Franse pianist heeft een excentriek imago, mede dankzij zijn kromme houding en de onhebbelijke gewoonte met de muziek mee te neuriën. Spontane poëtische invallen gaan bij hem echter zelden ten koste van de spanningsboog. Fray verkent de kleinste gebaren zonder de flow te verstoren.

Een hoogtepunt vormde de Prelude en fuga in b BWV869 van Bach. In de Prelude liet zijn rechterhand de noten fijnzinnig oplichten boven een onverstoorbaar baslijntje. De verstilde fuga werd daarna een ruimtelijke sensatie, waarbij de stemmen beurtelings voor- en achtergrond betraden.

Frays fijnzinnigheid werd pas problematisch in Mozarts Fantasie in c, waar ook de grillige noten een verzorgde in plaats van getroebleerde inkleuring kregen. Hoewel het rustieke karakter van Beethovens Sonate opus 28 ‘Pastorale’ een beetje poezelig touché rechtvaardigt, verlangde je soms naar meer katachtige uithalen.

Die klonken wel in Beethovens Sonate opus 53 ‘Waldstein’, waar het innige en het explosieve elkaar afwisselden. Fray stampte en kreunde zelfs mee. Het als toegift gespeelde slot van Schumanns Kinderszenen deed de avond weer in dromerigheid verstommen.