Ministers twijfelen of Ierse redding voldoet

Ierland lijkt gered met 85 miljard euro. Maar is dat genoeg om de onrust op de financiële markten te beteugelen? „Wat moeten we nog meer doen?”

En wat als de markten nóg meer zekerheid willen? „Pff,” zei minister van Financiën Jan Kees de Jager gisteravond in Brussel. „Dan zou ik het niet meer weten. We redden Ierland, We geven duidelijkheid over steunfonds na 2013. We zijn pal voor de euro gaan staan. Wat moet je nog meer doen? Je zou bijna van je geloof vallen als econoom.”

Een mix van daadkracht en vertwijfeling voerde gisteren tijdens spoedberaad van Europese ministers van Financiën in Brussel de boventoon. Daadkracht, omdat ze voor de tweede keer in zes maanden een euroland uit de goot halen. Daadkracht ook, omdat ze eerder dan verwacht misverstanden ophelderden rond het permanente eurovangnet. Al ging het hier om verwarring die ze zelf met vage uitspraken hadden gezaaid.

Het vangnet, kondigde voorzitter Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank gisteren aan, gaat werken „volgens de doctrine waarmee het IMF ook wereldwijd zoveel ervaring heeft”. Soms is het nodig de schuld van een land te herstructureren. Daarbij delen banken, verzekeraars en andere obligatiehouders soms in de verliezen. Trichet, die tot irritatie van de regeringsleiders al weken riep dat ze deze puntjes op de i moesten zetten vóórdat markten ook Portugal en Spanje op de knieën zouden dwingen, verscheen gisteren na de vergadermarathon van bijna zeven uur zelfs op een persconferentie. Alles was nu „helder”, zei de man die claimt dat hij al twee jaar de euro overeind houdt. Maar op zijn zichtbaar verouderde gezicht stond twijfel te lezen.

Deze ingrepen waren een jaar geleden nog ondenkbaar. Solidariteit binnen de eurozone was altijd een politiek taboe – zelfs commerciële solidariteit, zoals nu, waarbij landen garant staan voor leningen aan elkaar, tegen een fikse rente van bijna 6 procent. Zestien landen delen één munt, maar niemand liet zich door anderen disciplineren. Een centraal reddingsmechanisme was ondenkbaar.

Maar nu gingen Griekenland en Ierland onderuit. Portugal lijkt er niet ver vanaf. Ook Spanje is op de radar van de markten verschenen. Voor beleggers is Europa één speelveld, niet zestien veldjes. Als Ierland zijn schulden niet meer kan afbetalen, krijgen Britse en Duitse banken de grootste dreun. Dát zien de markten: Europese banken zijn er slecht aan toe zijn. Die zwakke plekken worden meedogenloos uitgetest.

Europese solidariteit is geen politieke droom meer, maar een noodzaak die voortvloeit uit een realiteit die politici zelf hebben geschapen: de interne markt. De Britten, niet in de eurozone, hebben dat haarfijn begrepen. Nederland leent één miljard aan Ierland – de Britten bijna vier keer zoveel. „Dat is in ons belang,” constateerde minister George Osborne.

Tachtig procent van de financiële transacties in Europa vindt plaats via grensoverschrijdende banken of fondsen. Bankiers zijn de Europese markt opgegaan, politici lange tijd niet. Daarom faalde het banktoezicht, dat nationaal is, zo grandioos voor de crisis uitbrak. Voor de euro geldt hetzelfde: ineens realiseren politici zich dat méér Europa nodig is. Niet wegens een ideaal maar om zichzelf te redden. Gisteren haalden zij hun achterstand deels in.

De logica van de markten, zei de Duitse minister Wolfgang Schäuble gisteren, is „niet rationeel”. Zijn Franse collega, Christine Lagarde, noemde het „schaapachtig gedrag”. Beiden erkenden het belang dat landen de rommel van hun banken héél snel opruimen.

Vóór de crisis wezen Europese instellingen lidstaten op dit soort momenten de weg. Nu zijn regeringsleiders achter het stuur gekropen. Grote landen voeren het hoogste woord: Duitsland en Frankrijk. „De bemiddelende rol die de Beneluxlanden vroeger speelden, is overgenomen door Europees president Herman van Rompuy”, zegt een Europees ambtenaar. „België heeft geen regering, de Nederlandse wordt niet vertrouwd en Luxemburg heeft ruzie met Frankrijk.” Schäuble en Lagarde zijn de architecten van de grote inhaalmanoeuvre van de politici. Over een week praten de ministers verder over het permanente vangnet, en half december de regerignsleiders weer. Het tempo zit er in elk geval in.