Meer kanker bij Duitse opslagplaats kernafval

In de nabijheid van de voormalige Noord-Duitse zoutmijn Asse, die gebruikt wordt als tijdelijke opslagplaats voor atoomafval, is „een alarmerend aantal” gevallen van kanker ontdekt. Dat meldt de publieke omroep van Noord-Duitsland, de NDR. Tussen 2002 en vorig jaar hebben twaalf omwonende mannen en zes omwonende vrouwen leukemie (bloedkanker) opgelopen. Dat zou vooral bij de mannen „significant” hoger zijn, aldus de omroep, die zich beroept op medische bronnen. Vrouwen die in de buurt van de mijn wonen, zouden drie keer zo vaak als het Duitse gemiddelde schildklierkanker hebben gekregen.

In de zoutmijn Asse zijn tussen 1965 en 1978 naar schatting 126.000 vaten met laagradioactief afval en 1.300 vaten met middel- en wellicht ook hoogradioactief afval opgeslagen. Omdat de berg waarin de mijn is aangelegd instabiel is en water doorlaat, zijn de ijzeren vaten gaan roesten en scheuren. Algemeen wordt erkend dat de opslagplaats een risico vormt. Als de politieke en maatschappelijke besluitvorming rond is, zal de mijn voor de tweede keer in zijn bestaan worden leeg gegraven; een operatie die zijn weerga in Duitsland en de wereld niet kent.

De autoriteiten van de deelstaat Nedersaksen, waar de mijn ligt, hebben de gegevens van de NDR bevestigd en hun medewerking bij verder onderzoek toegezegd. Het Bundesamt für Strahlenschutz, de overheidsinstantie die belast is met de (voorlopige) ondergrondse opslagplaats, meldt dat metingen „boven- en ondergronds aangeven dat Asse op dit moment geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid”.

In Duitsland woedt op dit moment een fel debat over kernenergie.