Loodzwaar drama in 'Ontrouw'

Ontrouw door Hummelinck Stuurman. 27/11 DeLaMar Theater, A’dam. Tournee t/m 9/4. Inl: www.hummelinckstuurman.nl ***

De Mary Dresselhuyszaal in het vernieuwde DeLaMar Theater heeft gloedvol rood pluche. Als openingsvoorstelling is het toneelstuk Ontrouw, naar de film Faithless (2000) van Ingmar Bergman en Liv Ullmann, een goede keuze – althans inhoudelijk. De Dresselhuyszaal is geschikt voor intieme voorstellingen uit het repertoire. De toeschouwer is er nauw verbonden met de acteurs.

Het decor van Ontrouw toont drie reusachtige decorstukken in helder wit: tafel, bed, bank. Het bed domineert, geen wonder. Toneelregisseur David neemt met zijn steractrice Marianne enkele scènes door, waarin hun eigen verleden een cruciale rol speelt. Ze raken verliefd op elkaar, delen het spierwitte bed. Aanvankelijk lichtzinnig, maar steeds beklemmender rakelt het tweetal die even hartstochtelijke als duistere gebeurtenis op: de gehuwde Marianne speelt en wordt de minnares van David. Hiermee vergooit ze haar huwelijk, vervreemdt ze zich van haar dochter. Inzet en risico zijn hoog.

In de vakmatige regie van Peter de Baan lopen spel en reflectie onophoudelijk door elkaar. Ontrouw geeft een moreel universum weer. Liefde is niet per se goed; het is ook een kwade macht.

Linda van Dyck is als Marianne de spil om wie alles draait. Ze draagt een geruit overhemd en bruine broek, als op de werkvloer van het repetitielokaal. Dresscode van Tom Jansen als regisseur David is sjofel. Dochter Isabelle prijkt op een foto prominent in het decor. Zij vertegenwoordigt Mariannes schuldgevoel. Haar echtgenoot, Marc Klein Essink, kent alleen eendimensionale woede en frustratie; nauwelijks liefde. Dat klopt niet. Hierdoor is Mariannes overspel te begrijpelijk, om te zwijgen over de ongeloofwaardige frappe aan het slot.

De bedscènes van Ontrouw zijn hachelijk. Al dat onhandige gedoe op dat passieloze bed maakt dat de voorstelling haar kern verliest. Bovendien is de speelstijl te zwaar aangezet in een steeds zwaarder wordend drama.

Toch groeit het spel óók, met name van Jansen en Van Dyck. Haar Marianne is helemaal niet op zoek naar slippertjesseks; ze zoekt vriendschap. Als ze dat punt in het spel bereikt, krijgt de voorstelling opeens een balans die eerder ver te zoeken was. Ook Jansen wint aan kracht. Het lijkt of hij steeds licht-ironischer gaat spelen, met fluisterende dictie en terzijdes naar de zaal. Hoe lichter de vorm, des te sterker komen de morele dilemma’s tot hun recht.