Langstudeerders te hard aangepakt

Studenten moeten sneller studeren, vindt het kabinet. Maar de maatregelen gaan ten koste van het onderwijs, betoogt Karl Dittrich. Werkgevers stellen prijs op bestuurservaring en die wordt ontmoedigd.

Het kabinet-Rutte heeft de strijd aangebonden met langstudeerders. Het collegegeld van de studenten die meer dan één jaar uitlopen met hun studie lijkt met drieduizend euro per jaar te worden verhoogd. Oud-Shell-topman Jeroen van der Veer liet zich reeds kritisch uit over de gevolgen van de collegegeldverhoging voor studenten in de bèta- en technische richtingen. Het daar al grote tekort aan studenten zou aanzienlijk groter kunnen worden. De laatste jaren leek de neergang van de studentenaantallen door allerlei maatregelen van met name het Platform Bèta en Techniek juist te zijn gekeerd.

Merkwaardig is dat ook de universiteiten en hogescholen worden gestraft voor langstudeerders. De onderwijsinstellingen zouden drieduizend euro minder krijgen voor elke student die meer dan één jaar uitloopt.

Van dit voorstel ontgaat mij elke ratio. Hier lijkt het kabinet de zweep te hanteren, waar dat niet meer nodig en zelfs ongewenst is.

Universiteiten en hogescholen hebben de afgelopen jaren grote stappen gezet om onnodige studiebelemmeringen uit de weg te ruimen. De term ‘studeerbaarheid’ is zelfs uitgevonden om ervoor te zorgen dat de opleidingen in de daarvoor bestemde tijd kunnen worden doorlopen. Tijdens het accreditatieonderzoek wordt de studeerbaarheid van de opleidingen beoordeeld. Studenten zelf worden in die beoordeling betrokken. De studeerbaarheid blijkt nauwelijks een probleem te zijn. De opleidingen zijn goed geprogrammeerd en kunnen in beginsel in de daarvoor beschikbare studietijd worden doorlopen.

Dat studenten dat niet doen, ligt niet aan de instellingen, maar vooral aan het Nederlandse studiegedrag. Onze studenten besteden soms minder tijd aan hun studie en doen er daarom langer over. Sommige studies zijn bovendien hondsmoeilijk en vergen daarom een langere studietijd. Vooral in de bèta- en technische opleidingen is dat beeld zeer herkenbaar. Men kan daar van alles van vinden, maar uit onderzoek onder afgestudeerden blijkt dat werkgevers steeds meer oog hebben voor studenten die niet alleen goed hebben gestudeerd, maar ook andere activiteiten hebben ontplooid, zoals bestuurswerk.

De boete voor langstudeerders gaat juist ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. De politiek geeft immers tegengestelde signalen af. Aan de ene kant wordt de instellingen verweten dat zij zich niet in de absolute top van de internationale rankings bevinden en daarvoor gelden – helaas – alleen onderzoeksprestaties. Er staat dus al druk op de verdeling van geld binnen de universiteiten en hogescholen: steeds vaker komt de onderwijstaak van de instelling in de knel, door de vraag om meer onderzoeksgeld. Tegelijkertijd wordt van de Nederlandse onderwijsinstellingen verwacht dat zij zich bekommeren om studie-inzet, studiesnelheid en voldoende strengheid in de toetsen en examens. De sterk toegenomen aantallen studenten maken deze opgave niet gemakkelijk.

Duidelijk is dat studenten baat hebben bij kleinschalig onderwijs. Dat kost geld. Het lijkt er nu op dat het kabinet, onder het motto van het stimuleren van snel studeren, een bezuiniging oplegt ten behoeve van de efficiëntie. Dat is spijtig en ook contraproductief.

Karl Dittrich is voorzitter van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).