Kijken naar toneel kun je leren

Op steeds meer plekken kun je cursussen volgen om te ‘leren kijken naar toneel’.

Bezoekers zouden zo meer uit een theatervoorstelling kunnen halen.

Er doen een paar fanatiekelingen mee aan de cursus ‘Theater kijken en beleven’, in het centrum voor de kunsten in Drunen. Twee van de veertien cursisten hebben een recensie uit de krant geknipt, van de vorige toneelvoorstelling die ze samen zagen. Sommige anderen hebben mappen met flyers en informatie over voorstellingen voor zich op tafel liggen.

Docente Susanne van Boxtel leidt het nagesprek, dat gaat over De opgaande zon, een toneelstuk van Herman Heijermans (1864-1924) in een uitvoering van Toneelgroep Maastricht. Het verhaal gaat over de middenstand in 1908, over een kleine ondernemer die vastbesloten is om zich niet te laten uitkopen door een warenhuis dat náást zijn winkeltje is verrezen.

Susanne van Boxtel – ze studeerde theaterwetenschap in Utrecht – vertelt over het decor. Dat de regisseur bewust ervoor heeft gekozen om maar een klein deel van de toneelvloer te gebruiken bijvoorbeeld. „Op dat kleine stukje gebeurde van alles, het was een bewust gecreëerd eilandje.” En ze vertelt over de socialistische mensvisie, die Heijermans met zijn verhaal wilde overbrengen. De cursisten luisteren, knikken nu en dan en praten mee: „Ja, het was overduidelijk dat hij het grootkapitaal tegenover de kleine man wilde zetten.”

Dit soort leren-kijken-naar-toneel-cursussen zijn tegenwoordig bijna overal te volgen. Tien jaar geleden organiseerden alleen de volksuniversiteiten ze. Nu hebben culturele centra allerlei cursusmogelijkheden, net zoals bijna iedere grotere schouwburg cursussen aanbiedt. Leren kijken naar toneel, maar ook naar opera of dans.

Of theaters éérst dit soort cursussen en inleidingen gingen organiseren of dat de vraag ernaar vanuit het publiek kwam, dat weet eigenlijk niemand meer. „Dat is typisch een kip-of-het-ei-vraag”, zegt Peter Heuseveldt van het Theater Instituut Nederland. Wel weet hij dat schouwburgen steeds allerlei manieren zoeken om een breder publiek aan te spreken. Theaterlunches, lezingen, en dinerarrangementen. Ook inleidingen bij voorstellingen zijn steeds normaler geworden. Soms zijn ze gratis, soms zijn ze voor een meerprijs van een paar euro bij te boeken.

De cursussen, die vaak voor- en nabesprekingen voor meerdere voorstellingen zijn, vormen in elk geval een goede manier om publiek te binden. „Ze verdienen niet op de cursus zelf, maar aan het pakket dat zo’n deelnemer koopt”, zegt Heuseveldt. Mede daarom zijn de geplande bezuinigingen in de cultuursector geen reden voor schouwburgen om komend seizoen te stoppen met deze cursussen. In Rotterdam bijvoorbeeld waren de inleidende lezingen de afgelopen jaren zó populair, dat de schouwburg daarom ook cursussen besloot te organiseren. De toneel- en operacursussen zitten vol, maar er zijn nog een páár plekken voor de kijken-naar-dans-cursus, weet de woordvoerder.

Zo’n pakket dat deskundigen vooraf voor de bezoeker hebben samengesteld, dat spreekt theatergangers aan. Het is moeilijk om zelf te kiezen uit die enorme hoeveelheid voorstellingen die de catalogi van schouwburgen aanbieden. Eén van de vrouwen die aan de cursus in Drunen meedoet, vertelt dat zij en haar man al jaren graag naar toneel gaan, maar op een gegeven moment bleven ze hangen in dezelfde soort voorstellingen of toneelgroepen. Daarvan wisten ze dan dat het goed zat, maar dat werd ook wel een beetje saai. „Nu laten we ons verrassen en zien we van alles. Heel gemakkelijk om zo nieuwe dingen te blijven ontdekken.”

Bezoekers die het gevoel hebben dat ze snappen wat er op het toneel gebeurt, genieten ook meer van de voorstelling. „Mijn cursisten willen er meer uithalen dan ze zelf zouden kunnen, achteraf tijdens een biertje in het café”, vertelt dramaturg Laura Minderhoud. Zij geeft de beginnerscursus voor de Stadsschouwburg Amsterdam. „Dankzij de lessen krijgen ze het gevoel dat ze de boodschap goed begrepen hebben.”

Er is vaak zoveel tegelijk te zien op het toneel, niet eens pas als het doek opengaat, maar vaak al als je de zaal binnenkomt. En je zit links, of juist rechts in de zaal, waaroor je misschien delen van de voorstelling mist die wel van belang zijn voor het begrip ervan. Minderhoud helpt haar cursisten om hun blik te focussen, en die vinden het heerlijk om daar achteraf samen over door te filosoferen.

Niet iedereen is zo fanatiek. Eén van de vrouwen in Drunen noemt zichzelf een „regelrechte consument”: ze leunt lekker achterover en laat zich vermaken. Ook als het spel tegenvalt, heeft ze dankzij de cursus toch een leuke avond, vertelt ze. „Susanne heeft dan vooraf gezegd, let eens op het spel van die, of kijk goed naar het decor, want daar is dit en dit mee aan de hand. En dus heb je hoe dan ook iets om naar te kijken en van te genieten.”