Ierland is nu de rots des onheils

Vrijheid, hét woord dat de Ieren al eeuwen op de lippen hebben, zijn zij volgens Hugo Hamilton nu kwijtgeraakt.

De Ieren zijn altijd de grenzeloze optimisten van Europa geweest, de mensen die leefden van de mazzel en hun fantasie en hun vermogen om van alles een goed verhaal te maken. Nu heeft de muze van de gokker ons in de steek gelaten. We zijn bij één reusachtige gok in het wereldcasino alles kwijtgeraakt en onze kinderen zullen nog tientallen jaren moeten boeten.

We zijn een volk geworden van economen in de rouw, die beeldspraken gebruiken als ‘een vallend mes opvangen’ en ‘een gat voor onszelf graven’. Zelfs op de sportpagina’s worden winst en verlies tegenwoordig als symbolisch voor onze huidige toestand uitgelegd. Zelfs gewelddadige drama’s waarbij kinderen het leven laten, worden verbonden met ons falen als volk. Zelfs de kerstversiering krijgt de consument in ons niet wakker in een land dat we inmiddels de rots des onheils noemen.

Er is een groot gevoel van opluchting nu we door het IMF en de EU van onszelf worden gered. Typisch Iers is ook dat je aangeboden hulp nooit meteen de eerste keer aanvaardt. Puur uit beleefdheid wijs je die een aantal malen af voordat je ten slotte zegt: Ach, natuurlijk, waarom ook niet?

De apocalyptische aanblik van IMF-functionarissen in Dublin heeft een emotioneel debat over onze soevereiniteit ontketend. Waar is de Ierse vrijheid nu nog? Dat kostbare goed waar onze voorvaderen in 1916 zo’n offer voor hebben gebracht? Zijn het de rivieren die zacht door het landschap stromen, de groene weiden, de golven die ongeremd tegen onze kusten beuken? Of is het ons recht om ons eigenbelang na te streven, de koopkracht we nu kwijt zijn geraakt.

Commentatoren beschreven het meteen als iets wat we verbeurd hadden, een verlies van onze identiteit. Alle ontstoken zenuwuiteinden van de Ierse ziel. Maar het was toch ook het recht om die soevereiniteit in te ruilen, het recht om gedeelde vrijheden overeen te komen, waarmee we in 1971 instemden toen Ierland lid werd van de werd van de Europese club?

In de aanloop naar het nationale debacle was de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen in Dublin om over zijn boek ‘Vrijheid’ te praten. Ik had een openbaar interview met hem, maar hij weigerde over het onderwerp te praten. Hij was totaal niet op zijn gemak. Alsof hij in een stuk van Beckett was beland. Hij wreef over zijn hoofd en wilde geen antwoord geven omdat vrijheid, hét woord dat de Ieren al eeuwen op de lippen hebben, tot zo’n onkwantificeerbare term voor de condition humaine is uitgegroeid die net als ‘Heimat’ nooit overtuigend is uit te leggen, maar alleen in romans te beschrijven is.

Dát is het verlies van vrijheid dat nu in Ierland wordt gevoeld. Het gevoel dat we haar even hadden en dat ze nu weer is vervlogen. Voor veel jonge mensen die de prijs van deze financiële ondergang zullen gaan betalen, telt nu niet zozeer hun Iersheid als wel hun waardigheid, hun werk, hun vrijheid om te leven. En die belangrijke zaken zijn misschien een tijdje beter af in de handen van verstandige mensen uit Europa die geen emotionele banden met het Ierse verleden hebben.

In veel opzichten deden de Ieren alles goed. We werden Europese modelconsumenten. We haalden een eeuwenlange armoede in. En al dat geld is ons om te beginnen toch door de Europese banken geleend? Misschien is dit wel even leerzaam voor Europa als voor Ierland, dat de financiële wereld meer een soort kamer met verbonden kamers is, waar soevereiniteit niet meer terzake doet.

Wij worden nu omringd door de bakens van onze kortstondige welvaart, de grote wegen aangelegd uit de Europese structuurfondsen. De Spire in de hoofdstraat van Dublin, die afwijkt van alle eerdere monumenten omdat hij geen betekenis heeft. Het is een monument voor niets meer dan losbandigheid. Nu schamen we ons voor alle overtolligheid, de shop-reisjes naar New York, de zonnebanken, de kroonluchters, de omhooggevallen aannemersvrouw die haar naam van Bernadette in Bernadine veranderde omdat dit beter bij het plotselinge succes paste.

Sociologen wijzen erop dat de Ieren rechtstreeks van een boerencultuur op een cultuur van weelde overgingen. Anders dan in Europa hadden wij geen bourgeoisie, geen middenklasse, geen geschiedenis van welvaart en rampspoed. Onze politieke instellingen lopen nog achter op de echte wereld. Als in Nederland een waterleiding springt, neem je contact op met de plaatselijke autoriteiten. Als in Ierland een waterleiding springt, neem je contact op met je plaatselijke politicus. Het is een knarsend systeem van lokale begunstiging ten koste van het nationaal belang.

Het enige dat we in Ierland hadden was een verwijtcultuur, waarin de verantwoordelijkheid langs de boog van de geschiedenis werd teruggeschoven op de Britten, op de katholieke onderdrukking, op het weer. Nu is het land vol woede op de banken, op de ontwikkelaars, op de overheid. Voor het eerst kunnen we niemand anders dan onszelf verwijten maken.

We hebben onze nationalistische dromen ingeruild voor consumentendromen. Het vredesproces blijft het symbool dat de welvaart tekent. We zijn geen aanslag op Europa meer met onze sektarische oorlogen. We hebben een levendige culturele traditie waarover de IMF-beheerders zich niet al te druk maken als ze de miljarden optellen.

Toen de schrijver Heinrich Böll eind jaren vijftig op een ochtend in de vroegte in Ierland aankwam, beschreef hij een land dat nog niet was ontwaakt. Een utopisch oord dat nog niet was meegezogen met de rage van het materialisme, een land waar het nog genant was om over geld en je bezit te praten.

Inmiddels zijn we ontwaakt in een moderne economie met al haar schimmen en ongrijpbare vrijheden. Ook is het tot ons doorgedrongen wat we hebben achtergelaten. En als al deze financiële kwesties zijn opgelost, zullen we weer doen waar we het beste in zijn en er een goed verhaal van maken. En zo zullen we door dit dieptepunt misschien in elk geval ons optimisme en ons gevoel voor humor weer terugkrijgen.

Hugo Hamilton werd geboren in Dublin, heeft een Ierse vader en een Duitse moeder. Zijn boek Gescheckte Menschen vertelt het verhaal van zijn Iers-Duitse jeugd.