Hoe relevant is de SER nog in de polder?

Binnen de SER waren fikse discussies over een ‘eigen’ woningmarktrapport. Binnen en buiten de SER is er ook kritiek op voorzitter Rinnooy Kan. „Hij opereert heel voorzichtig, kan geen beslissingen forceren.”

SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan staat volgens zijn critici niet boven de partijen en hij zou conflictmijdend zijn. Foto Vincent Mentzel Alexander H.G. RINNOOY KAN (1949) Nederlands wiskundige en topfunctionaris. Kroonlid en voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER). Gespiegeld in een kunstwerk in zijn kantoor. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Den Haag, 21 december 2009 Vincent Mentzel

Huib Modderkolk en

Jeroen Wester

Een rapport van de SER dat niet van de SER mocht zijn. Eindelijk, na vele maanden vertraging, verschijnt in april een scherp rapport over de hervormingen op de woningmarkt. Opgesteld door een speciale commissie van de Sociaal Economische Raad (SER), het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en onafhankelijke Kroonleden. Kroonleden van de SER zijn opgelucht.

Maar bij publicatie van het rapport wordt het logo van de SER van de kaft geweerd. Een novum. Sterker, voorzitter Alexander Rinnooy Kan doet er alles aan te voorkomen dat ‘zijn’ adviesorgaan geassocieerd wordt met het rapport uit zijn eigen organisatie. De publicatie wordt uitgesteld en in het voorwoord schrijft Rinnooy Kan een disclaimer: het is geen advies „van de SER”, maar een advies „aan de SER”. En nog steeds is het rapport niet inhoudelijk besproken binnen de Sociaal Economische Raad.

Wat is er aan de hand?

Het rapport bevat een advies over de woningmarkt waarbij de hypotheekrenteaftrek ter discussie wordt gesteld. De werkgevers, met de bouwsector in hun achterban, zijn voorzichtig gesteld not amused. Ze krijgen hun zin: Rinnooy Kan neemt namens de SER uitdrukkelijk afstand van het rapport. Maar het stuk heeft ondanks de vreemde status – wel van een SER-commissie, niet van de SER – in de tussentijd alleen maar aan relevantie gewonnen. De Eerste Kamer gaf het kabinet-Rutte onlangs de opdracht om wegens de problemen op de woningmarkt met „een integrale visie” te komen, inclusief de betekenis van de hypotheekrenteaftrek. Precies datgene wat de Commissie Sociaal-Economische Deskundigen gaf. Deze deskundigencommissie is sinds jaar en dag een onafhankelijke orgaan binnen de SER, zij bestaat uit interne en externe deskundigen. Waarom wordt er ditmaal zo krampachtig mee omgesprongen?

Kroonlid Ferdinand Grapperhaus kan er kort over zijn. „U weet net zo goed als ik om welke gevoeligheden het hier gaat. Dit is in grote lijnen het standpunt van de onafhankelijke Kroonleden.” Collega Lans Bovenberg: „Het advies wordt door een derde van de raad gedragen. Maar dat de werkgevers er zo sterk afstand van namen, verbaasde me wel.”

De gang van zaken leidt tot irritaties. Commissievoorzitter Kees Goudzwaard: „Ik wil niet verbloemen dat er binnen het dagelijks bestuur van de SER veel discussie is geweest over de publicatie van dit rapport.” En betrokken deskundige Pieter Winsemius: „Het presidium bemoeide zich met het proces. Ze wilden bijvoorbeeld het tijdstip van publicatie veranderen. Dat vond ik niet gepast en daar heb ik protest tegen aangetekend.” Voorzitter Alexander Rinnooy Kan erkent de problemen. Hij zegt dat in de „herdruk” van het rapport de SER weer op het kaftje staat. „Dit was een ongelukkige episode. Het is niet eerder voorgekomen dat rond een CSED-rapport zulke spanningen ontstonden.”

Het voorval is volgens velen exemplarisch voor de situatie waarin de SER zich bevindt: het jubilerende overlegorgaan, de SER bestaat zestig jaar, kampt met een gebrek aan relevantie. Balkenende IV gaf de SER de mogelijkheid met een alternatief te komen voor de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd naar 67. Het mislukte. Het belangrijkste advies over modernisering van het ontslagrecht kwam niet van de SER, maar van de commissie-Bakker. En in de pensioencrisis, je zou zeggen het hart van zaken die werkgevers en werknemers aangaan, staat de SER eveneens aan de zijlijn. Piet Hein Donner installeerde als minister van Sociale Zaken drie commissies die adviezen over het pensioenvraagstuk gaven, niet de SER.

Volgens plaatsvervangend Kroonlid Lans Bovenberg legde het mislukken van het AOW-overleg wel degelijk de basis voor een later pensioenakkoord tussen de sociale partners. Maar hij erkent tegelijkertijd: „De SER heeft de laatste periode niet zoveel betekend, dat klinkt misschien hard.” Hij wijt het voornamelijk aan de polarisatie in Nederland, een breed gedeelde verklaring voor het teruglopend aantal baanbrekende adviezen.

Het type kabinet kan volgens Kroonlid Arnoud Boot nooit de schuld krijgen van het minder functioneren van de SER. „Als SER moet je een gemeenschappelijke vijand hebben. Het geroemde akkoord van Wassenaar kwam er omdat werknemers en werkgevers een loonmaatregel van het kabinet vreesden.” Hij vindt dat de SER te veel adviezen geeft op onderwerpen waarvan op voorhand duidelijk is dat er overeenstemming wordt bereikt. Kroonlid Louise Fresco onderschrijft dat: „We moeten ons sterker richten op de grote sociaal-economische hervormingen zoals zorg, wonen, werk en energie, omdat daar en op andere terreinen ombuigingen noodzakelijk en urgent zijn. Er is moed voor nodig om de SER weer terug in het hart van de overlegeconomie te brengen op weg naar een duurzame samenleving.”

Volgens Van Wijnbergen is de SER overbodig geworden. „De SER bevestigt in haar adviezen de heersende politieke opinie. Ik heb al ruim tien jaar niet meer meegemaakt dat een idee van de SER leidde tot politieke verandering. ”

Er leeft daarnaast kritiek op de voorzitter, ook uit de boezem van het overlegorgaan. Maar critici zeggen dat niet en plein public. Rinnooy Kan is te conflictmijdend, klinkt het. De bestuurder met 36 nevenfuncties zou niet weten hoe hij boven de partijen moet staan. Dat hij zich tijdens de verkiezingscampagne manifesteerde als ministeriabele D66’er zette kwaad bloed, bij werkgevers en werknemers. D66 is tenslotte een van de meest radicale partijen als het gaat om hervormingen op sociaal-economisch terrein.

Econoom Sweder van Wijnbergen formuleert het zo: „Rinnooy Kan wordt gezien als een van de machtigste mensen van Nederland, maar hij heeft geen enkele echte invloed. Hij opereert heel voorzichtig en politiek, hij kan geen beslissingen forceren. Ik ben nog nooit iemand tegengekomen die hij heeft overtuigd om zijn mening te veranderen.”