Fan van de Oranjes? Betaal dan monarchiebelasting

Laat voorstanders betalen voor het koningshuis.

Dan ziet die burger snel dat dat dat hem geld kost. En voor wat? Een onzuivere factor in het democratisch bestel.

Politici buitelen dezer dagen over elkaar heen met ideeën en ideetjes over aanpassingen van de constitutionele monarchie. Ze hebben daarbij twee motieven. Sommigen vinden dat de Koning om democratische redenen uit de regering moet stappen of op zijn minst zijn rol in de formatie zou moeten opgeven. Anderen vermoeden dat ze met anti-monarchistische voorstellen kunnen scoren omdat de burger genoeg zou hebben van een geldverslindend instituut dat steeds opnieuw relletjes veroorzaakt.

Sta-in-de-weg voor een heldere discussie is de dubbelzinnigheid van de burger: hij mort weliswaar over de wijze waarop de Oranjes hun privileges gebruiken, maar zou nog niet bereid zijn om het koningshuis definitief de rug toe te keren. (Volgens een recente opiniepeiling steunt 70 procent van de ondervraagden de monarchie, terwijl dat voorheen 80 procent was.) De vraag is dus hoe de burger een handje kan worden geholpen om uit te vinden wat hij nu echt wil.

Het is eigenlijk heel eenvoudig om de liefde voor het koningshuis te testen: invoering van een monarchiebelasting. Een dergelijke belasting – vergelijkbaar met de Duitse Kirchensteuer – is simpel van opzet: voorstanders dragen via deze belasting de kosten van het koningshuis; tegenstanders hoeven niet bij te dragen. De burger kan zijn royalisme jaarlijks laten blijken door een kruisje te zetten op een belastingformulier. Tegenstanders kunnen de monarchie dulden in de wetenschap dat deze hen in ieder geval geen geld kost.

Nieuwe belastingen zijn doorgaans een slecht idee, maar deze biedt louter voordelen. Voorstanders van de monarchie kunnen direct bijdragen aan een instituut dat ze waarderen. De band tussen Koning en volgelingen wordt erdoor versterkt. Het systeem appelleert ook aan kernwaarden die dezer dagen in Nederland zeer populair zijn. De burger wordt aangesproken op zijn eigen verantwoordelijkheid. De burger heeft keuzevrijheid. De burger zal onmiddellijk inzien dat ‘hullie in Den Haag’ niet slordig omspringen met zijn geld. Hij zal het gevoel hebben dat hij serieus wordt genomen.

Groot voordeel is ook dat de burger met aangescherpte alertheid de argumenten voor en tegen nog eens op een rijtje zal zetten.

Zo zal hij zich al vrij snel realiseren dat het koningshuis hem geld kost. Maar voor wat? In een tijd van geglobaliseerde handelsbetrekkingen gaat de idee dat koninklijke bezoeken deuren zouden openen voor handelsmissies en zo tot hogere opbrengsten zouden leiden, niet langer op. Hij zal zich vervolgens afvragen wat hij dan wel krijgt. Een snufje hedendaags sprookje op zijn tijd, een professioneel apparaat voor het knippen van lintjes in diverse soorten en maten. En… een onzuivere factor in het democratisch bestel.

Binnen een paar maanden na invoering van de belasting weet heel Nederland hoe de afweging uitvalt. Er zijn dan twee scenario’s denkbaar.

In het eerste scenario kunnen de Oranjes op brede steun rekenen. De monarchie wordt dan niet afgeschaft. Wel heeft Nederland dan eindelijk een maatstaf om te bepalen wat het koningshuis mag kosten. Is de burger bereid om een, twee of drie vliegtuigen te betalen, een helikopter en een historisch jacht? Hoeveel vakantiedagen zijn redelijk? Op hun beurt zullen de Oranjes zich hoeden voor wilde vastgoedprojecten om de goodwill van de belastingbetaler niet te verspelen.

In het tweede scenario is er niet voldoende steun voor de monarchie. De regering rest dan niets anders dan de overstap te maken naar een sobere republikeinse staatsvorm. Hoe royaal is de burger, denkt u? Gaat zijn geld naar Beatrix, naar choleraslachtoffers of naar een nieuwe lcd-tv?

Edith Loozen is jurist en werkt als post-doc onderzoeker bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.