EU moet met frisse tegenzin samen verder

De animo voor Europese samenwerking neemt af in de lidstaten. Maar politici moeten hun kiezers volgens experts juist uitleggen dat er geen weg terug is.

Brussel, 29 nov. - Veel hebben de Europeanen niet meer voor elkaar over. „Je hoort nu vooral over de luie Grieken die boven hun stand hebben geleefd”, zegt de Gentse hoogleraar Europese politiek Hendrik Vos. „En natuurlijk die ondankbare, egoïstische Ieren die hun vennootschapsbelasting zo laag hielden dat ze ons de duvel hebben aangedaan.”

Denk ook, zegt Vos, aan de afkorting pigs die zelfs in serieuze kranten wordt gebruikt – voor Portugal, Italië, Griekenland, Spanje (of met Ierland erbij, dan is het PIIGS), omdat die landen begrotingsdiscipline wat minder belangrijk lijken te vinden.

Van de EU-burgers hoeft nóg meer Europese samenwerking niet zo nodig. Zelfs in een traditioneel pro-Europees land als België groeit het wantrouwen over de Europese Unie, zegt Vos. „Ik merk het bij debatten en ook bij lezingen die ik geef. Het publiek wordt sceptischer. Eerst was er bij ons toch vooral het gevoel dat Europa geen kwaad kon. Dat verandert.”

Maar wat de burgers willen of niet willen, juist de problemen in landen als Ierland en Griekenland dwingen de Europese landen intensiever samen op te trekken en elkaar scherper in de gaten te houden. „De politieke stemming in de meeste EU-landen komt niet overeen met de nieuwe werkelijkheid”, zegt analist Thomas Klau van de denktank European Council on Foreign Relations. „De economische integratie in de eurozone is al zo ver dat een onafhankelijk, nationaal begrotingsbeleid nu het recept zou zijn voor een ramp. We moeten nu echt eens begrijpen dat we met de eurozone allang de ‘Verenigde Staten van Europa’ zijn.”

Om uit de financiële en economische crisis te komen, moeten de Europese politieke leiders volgens Klau de moed hebben dat aan hun kiezers uit te leggen: dat de Europese landen niet minder, maar juist nog veel sterker afhankelijk zullen worden van elkaar – omdat er geen weg terug meer is. De rest van de wereld, zegt Klau, lacht Europa uit omdat het zoveel moeite kost te komen tot krachtig politiek en economisch bestuur. „De beslissingen die tot nu toe zijn genomen, voor hulp aan Griekenland en Ierland, worden steeds heel defensief uitgelegd, omdat politieke leiders de moed niet hebben het anders te doen. Maar denk niet dat ze daarvoor beloond worden. Kijk naar Duitsland, waar de regering al heel lang niet populair is.”

Afgelopen voorjaar legden Duitse politieke leiders achter de schermen uit,dat het voor de eigen publieke opinie dringend nodig was lang te wachten voordat er hulp werd toegezegd aan Griekenland. Vooral de centrumrechtse partijen moesten harder opkomen voor de eigen Duitse belangen om geen kiezers kwijt te raken aan rechts-populistische bewegingen.

Volgens de Vlaamse hoogleraar Hendrik Vos wordt het wantrouwen bij burgers alleen maar groter als politici de steeds sterkere onderlinge afhankelijkheid in Europa slecht uitleggen of vermijden als onderwerp. Want of er nou over gepraat wordt of niet, de belastingtarieven in Ierland, het werkgelegenheidsbeleid in Duitsland en de lonen in Griekenland hebben invloed op de lonen en de concurrentiekracht in héél Europa.

Volgens Hendrik Vos zie je juist bij Europa ‘pad-afhankelijkheid’, een begrip uit de politieke wetenschappen waarmee wordt bedoeld dat de uitkomst van een project onduidelijk is, maar dat elke stap toch vooruit is – omdat er nu eenmaal voor is gekozen het pad te volgen. En omdat de weg terug, zegt Vos, dramatische gevolgen kan hebben. Hij schreef er juist een opiniestuk over in de krant De Morgen: „Iedereen die vreest uit de eurozone te worden geknikkerd, zal zijn euro’s parkeren bij veilige buitenlandse banken. (...) Niemand zal lijdzaam toekijken hoe zijn euro automatisch wordt omgezet in een zwakkere munt.”

Klau acht het rampzalig als de leiders nu géén politieke moed tonen. „Ze staan met hun rug tegen de muur en met één voet in de afgrond.” Hendrik Vos denkt dat de Europese politici uiteindelijk geen keus hebben. „Want hoe levensvatbaar is een politiek project dat op zoveel wantrouwen stuit bij de bevolking? Op een dag zal toch echt goed moeten worden uitgelegd waarom het gaat en welke kant we opgaan.”

    • Petra de Koning