Eén ding is zeker: de discussie is verhit

Vandaag begint in Cancún (Mexico) het vervolg op de klimaattop in Kopenhagen. Maar deze klimaatconferentie lijkt in niets op de voorgaande: geen hooggespannen verwachtingen, geen grote verhalen over een dreigende ondergang van de planeet en zeker geen alomvattend klimaatverdrag. De financiële crisis heeft klimaatverandering naar de achtergrond verdrongen. Economie is nu belangrijker dan ecologie. Bovendien kwam het afgelopen jaar de klimaatwetenschap zwaar onder vuur te liggen. E-mails van wetenschappers kwamen op straat te liggen. In de rapporten van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, bleken een paar fouten te staan. De wetenschappers hebben eerherstel gekregen, maar de twijfel is bij velen blijven hangen. Het aantal mensen dat zich geen zorgen maakt, is toegenomen. Dat is ook te zien aan de begrippen in het klimaatdebat: bijna allemaal hebben ze een dubbele betekenis gekregen – die van de alarmist en van de scepticus. Redacteur Paul Luttikhuis schreef een verklarende woordenlijst.

Alarmist

1. Wetenschapper of politicus die uiting geeft aan zijn bezorgdheid over de opwarming van de aarde.

2. Paniekzaaier, zoals de Amerikaanse oud-vicepresident Al Gore, die angstverhalen verspreidt over het klimaat.

Broeikasgassen

1. Stoffen die warmte vasthouden en vrijkomen bij de productie van energie door fossiele brandstoffen en daardoor een gevaarlijke opwarming van de aarde veroorzaken.

2. Gassen, zoals kooldioxide, die van nature in de atmosfeer voorkomen en bijdragen aan de groei van planten en de productiviteit van de landbouw.

china

1. Bevolkingsrijkste land ter wereld, waar de emissie van broeikasgassen per hoofd van de bevolking ongeveer een derde is van die van Amerikanen.

2. Wereldwijd grootste producent van broeikasgassen, die door zijn snelle economische expansie een bedreiging vormt voor het klimaat.

Duurzaamheid

1. Integrale aanpak van milieuproblemen, om te voorkomen dat de mens meer verbruikt dan de natuur levert.

2. Vaag begrip waarmee bedrijfsleven en politiek verhullen dat ze weinig doen om klimaatverandering aan te pakken.

Emissiehandel

1. Stimulans voor energiebesparing, door bedrijven te laten betalen voor de uitstoot van CO2 en ze de mogelijkheid te geven om overgebleven uitstootrechten te verkopen.

2. Geld verslindende en corruptiegevoelige maatregel om bedrijven aan banden te leggen, die niet leidt tot een daling van de CO2-uitstoot.

Fossiele brandstoffen

1. Steenkool, olie en aardgas, die in vele tienduizenden jaren zijn ontstaan en nu in zeer korte tijd worden opgebrand en zo bijdragen aan de opwarming van de aarde.

2. De belangrijkste grondstoffen voor de welvaart op aarde, die door hun lage prijs voorlopig onvervangbaar zijn.

Geotechnologie

1. Een riskante truc om in te grijpen in de chemie van de atmosfeer en zo de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden, waarbij het middel erger is dan de kwaal.

2. Tak van wetenschap met vernuftige mogelijkheden om op termijn klimaatverandering te voorkomen en die daarom een forse investering verdient.

Hockeystick

1. Vorm van een van de beroemdste klimaatgrafieken, die aantoont dat er sprake is van een sterke stijging van de temperatuur in de laatste decennia.

2. Achterhaalde en gemanipuleerde grafiek waarin op basis van onjuiste data een verkeerde indruk wordt gewekt over de temperatuurontwikkeling.

IPCC

1. Klimaatpanel van de Verenigde Naties dat eens in de 5 à 6 jaar de beste wetenschappelijke kennis over klimaatverandering bundelt en beoordeelt.

2. Kliek van wetenschappers met een eenzijdige, negatieve visie op klimaatverandering, die geen kritiek dulden.

Jones, Phil

1. Integere wetenschapper die onderzoek doet naar temperatuurveranderingen. Kwam ten onrechte onder vuur te liggen toen criminelen persoonlijke e-mails van hem op internet publiceerden.

2. Dubieuze wetenschapper die zijn data over temperatuurveranderingen niet wil vrijgeven, waardoor zijn theorieën onmogelijk getoetst kunnen worden.

Kyoto-protocol

1. Internationaal klimaatverdrag uit 1997 met bescheiden doelstellingen, dat diende als vingeroefening voor een komend veel verder gaand verdrag.

2. Mislukt klimaatverdrag dat op geen enkele manier heeft bijgedragen aan een wereldwijde reductie van broeikasgassen en dat aantoont dat een nog verder gaand verdrag onhaalbaar is.

LULUCF

1. Een van de vele afkortingen in de klimaatonderhandelingen, over de invloed van veranderingen in het landgebruik (bijvoorbeeld van bos naar landbouw).

2. Afkorting waarachter ingewikkelde rekenmethodes schuilgaan om aan veranderingen in landgebruik (financiële) rechten te ontlenen.

Momentum

1. Wat na de dramatisch verlopen klimaatconferentie in Kopenhagen eind vorig jaar verloren ging en vandaag, bij het begin van de top in Cancún, volledig ontbreekt.

2. Overdreven poging van alarmisten om voor de top in Kopenhagen tegen beter weten in het klimaatdebat in hun voordeel te beslechten.

Non-annex I

1. Lijst van ontwikkelingslanden die, in tegenstelling tot de annex I-landen, vanwege hun economische achterstand in het Kyoto-protocol vrijgesteld zijn van vermindering van hun CO2-uitstoot.

2. Gemêleerde groep van arme landen die zich verschuilen achter het Kyoto-protocol om zelf geen actie te hoeven ondernemen, maar wel harde eisen stellen aan rijke landen.

Oceanen

1. Opvangbekkens voor kooldioxide, die daardoor dreigen te verzuren, met ernstige gevolgen voor koralen en de diversiteit van flora en fauna.

2. Nog lang niet uitgeputte sponzen voor de opname van kooldioxide, die alle verhalen over de gevaren van klimaatverandering relativeren.

Permafrost

1. Permanent bevroren grond die, als die zou smelten, grote hoeveelheden van het agressieve broeikasgas methaan in de atmosfeer zou brengen.

2. Permanent bevroren grond die bij een eventuele opwarming van de aarde vruchtbare landbouwgrond kan bieden.

Quadrillion

1. De grootste maat voor energie (1 quad = 30 miljard liter benzine, of 36 miljoen ton steenkool) waarmee overzichtelijk het wereldwijde energieverbruik kan worden beschreven, waaruit de noodzaak blijkt om energie te besparen.

2. De grootste maat voor energie (de wereld verbruikt jaarlijks bijna 500 quad aan energie), die aantoont dat we onmogelijk zonder fossiele brandstof kunnen.

REDD

1. Een programma waarbij arme landen geld krijgen als ze hun tropische bossen, die functioneren als sponsen voor de opname van broeikasgassen, ongemoeid laten.

2. Een vrijbrief voor corruptie, waarbij veel geld in een bodemloze put zal verdwijnen, zonder dat er één boom door wordt gered.

Sceptici

1. Verzamelnaam voor alle wetenschappers met een gezonde neiging om aan hun eigen theorie te twijfelen, om daarmee de kennis verder te helpen.

2. Groep critici van de klimaatwetenschap, die ondanks de toenemende zekerheid de opwarming van de aarde in twijfel trekken, soms om andere dan wetenschappelijke motieven.

Tipping point

1. Onbekende katalysator in de opwarming van de aarde waardoor sommige processen (zoals het smelten van permafrost of grote ijsmassa’s) in een versnelling kunnen raken en onomkeerbaar zijn.

2. Onbewezen theorie, die door alarmisten wordt gebruikt om de risico’s van de opwarming van de aarde uit te vergroten.

UNFCCC

1. Organisatie van de Verenigde Naties met weinig zelfstandige macht die de onderhandelingen over klimaatverandering coördineert en materiaal verzamelt over het klimaatbeleid van de lidstaten.

2. Organisatie met een administratieve functie die stiekem namens de Verenigde Naties greep probeert te krijgen op het klimaatdebat .

Voetafdruk

1. Maat waarbij grondstofgebruik wordt vertaald in hectares land om te laten zien dat de mensheid meer verbruikt dan de planeet levert.

2. Absurde rekenmethode die leidt tot de onmogelijke conclusie dat de mensheid jaarlijks meer dan één aarde aan grondstoffen verbruikt om zijn welvaart in stand te houden.

Weer

1. Voortdurend wisselende gesteldheid van de atmosfeer, die weleens verward wordt met ‘klimaat’, bijvoorbeeld wanneer uit één koude winter wordt geconcludeerd dat de aarde niet meer opwarmt.

2. Het klimaat van de dag, dat niet mag worden verward met de lange termijnontwikkeling, bijvoorbeeld door een hittegolf te beschouwen als een voorbode van toekomstige zomers.

X-factor

Onbekende factor in de nog jonge klimaatwetenschap, die ooit het ongelijk van de anderen bewijst.

Ys

1. Bevroren watermassa’s van Groenland en Antarctica die bij een stijgende temperatuur steeds sneller dreigen te smelten en een dramatische stijging van de zeespiegel kunnen veroorzaken.

2. Bevroren watermassa’s van Groenland en Antarctica waarvan ten onrechte wordt beweerd dat ze steeds sneller smelten.

Zeespiegelstijging

1. Een van de grootste gevaren van klimaatverandering.

2. Een door alarmisten sterk overdreven risico van de opwarming van de aarde.