De stoelen stonden niet op naam

Het CDA-congres moest het begin zijn van een doorstart na het verkiezingsverlies en de moeilijke formatieperiode.

De partij wíl wel vooruit, maar weet nog steeds niet hoe.

Het CDA-congres zingt het Wilhelmus. Ab Klink, Ernst Hirsch Ballin en Jan Schinkelshoek ontbraken dit weekend. Foto Maurice Boyer Utrecht 27-11-2010 CDA-congres zingt het Wilhelmus Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Je ziet er niks van. De CDA’ers die vinden dat hun partij nooit de politieke samenwerking met de anti-islamitische PVV had moeten aangaan, zien er net zo uit als de voorstanders. Het zijn in hoofdzaak mannen, blank. Ze dragen een pak met een overhemd, meestal vertikaal gestreept. En ze hebben Hollandse namen. Tjitte, Jeroen, Paul, Piet of Jan.

Of Piet Jansen. Ook hij (blauw-wit gestreept overhemd) kwam afgelopen weekend naar het najaarscongres van het CDA. „Mijn enthousiasme had een behoorlijke klap gekregen door het verlies bij de verkiezingen en het tumult tijdens de formatie. Ik was absoluut niet blij.” En nu? „Ik moest mezelf echt ertoe zetten om te komen.”

Het congres was bedoeld om het grootste CDA-verkiezingsverlies ooit en een ternauwernood afgewend partijschisma af te sluiten, om daarna met opgeheven hoofd verder te gaan. Het CDA moet weer, zoals de kopstukken tijdens het congres niet moe worden te prediken, „bouwen”, „de rijen sluiten” of in ieder geval „respectvol met elkaar omgaan”.

Makkelijker gezegd dan gedaan, blijkt als drie congresgangers bij herhaling naar hun gedachten over deze congresdag wordt gevraagd. De mannen hadden serieuze bedenkingen, maar accepteren nu de gedoogsteun van de PVV voor het minderheidskabinet van VVD en CDA – bij gebrek aan alternatief. Piet Jansen is gedeputeerde in Overijssel, Tjitte de Jong voorzitter van de afdeling Drenthe en Jeroen Alting von Geusau was ooit kandidaat voor het partijvoorzitterschap. Hij speelde bij de interne onenigheid tijdens de formatie een voorname rol in het verzet tegen de gedoogconstructie.

De band met de partij willen zij niet doorknippen. Anders gezegd: ze zijn fan. Van het CDA. Maar toch. „Iedereen hier is zoekende”, zegt Alting von Geusau. „Waar stáán we nou als partij?”

Wie het weet mag het zeggen. De sfeer in het zalencomplex naast de ringweg rond Utrecht doet denken aan het eerste etentje buiten de deur van een echtpaar na een ongekend fikse ruzie. Op het eerste gezicht is het beschaafd, maar luister even mee met de groepjes die de arriverende ministers, Kamerleden of de vorige partijvoorzitter becommentariëren. „Kijk hem eens”, klinkt het misprijzend, „die heeft heel wat op zijn geweten”.Deze spanning tussen de voorzichtig zalvende, geforceerd positieve bovenstroom en een sceptisch mopperende onderstroom is het hele congres lang zichtbaar.

’s Ochtends worden de kritische evaluaties van de verkiezingsnederlaag door jongerenafdeling CDJA en een commissie, geleid door de Limburgse partijprominent Léon Frissen, besproken en geprezen. Maar niet door iedereen. Veel politici die volgens de evaluatie een voorname rol in die nederlaag speelden, komen pas na de lunch aan.

Of neem de nieuwe openheid waar de congresgangers zo naar op zoek zeggen te zijn. Meer discussie! Onenigheid wordt gewaardeerd! Diversiteit van meningen moet worden toegejuicht en „het tonen van je emoties” raadt ook Alting von Geusau iedere CDA’er aan. De Jong (uit Drenthe, wit-groen gestreept shirt) hoopt op zijn beurt dat „we niet verdoezelen maar benoemen, dat we een einde maken aan de gezapigheid”.

Dat kiezers juist massaal zijn weggelopen omdat de helderheid bij het CDA ontbrak, bestrijdt de 68-jarige De Jong. „Mensen snappen best dat politiek ingewikkeld is.”

In de zaal is die nieuwe openheid nog wennen. De zoektocht naar een beschaafd discours heeft onbedoelde neveneffecten:

Een willekeurige spreker bij een microfoon: „Mark Rutte houdt razzia’s in asielzoekerscentra.”

De dagvoorzitter: „Ik zou dat woord niet willen gebruiken.”

De spreker, weer: „We moeten geen mensen doden om regeringsdoelstellingen te bereiken.”

Waarop de voorzitter zegt: „Daar neem ik afstand van.”

Eén woord komt telkens terug bij de verschillende congresgangers: ze hebben zich zo lang „applausmachine” gevoeld. De Jong beseft dat hij als bestuurder daarvoor medeverantwoordelijk was, hij wil zijn leven beteren. De partij moet niet weglopen voor gemaakte fouten, vindt hij. „Dan maak je jezelf kapot”, en hij haalt zijn wijsvinger horizontaal over zijn hals. „Dat is zelfmoord.”

Gedeputeerde Jansen uit Overijssel vindt „al dat applaus allemaal mooi en aardig”, maar stelt dat de ontvangers als dank voor dat geklap wel een eigen gezicht moeten laten zien. Anders dan dat van de PVV, bedoelt hij.

De applausmachine hapert wel. Vice-premier Maxime Verhagen loodste het CDA over de interne tegenstand het kabinet binnen. In zijn toespraak concentreert hij zich vooral op de opgewekte bovenstroom. „Wat hebben wij het als CDA toch goed voor elkaar”, zo begint hij. „Wij zijn een partij waar we het sámen willen doen.” De optimistische woorden waar Verhagen zich eindeloos in uitput worden niet met overdonderend enthousiasme ontvangen.

Verreweg het overtuigendste applaus (zestien seconden) is er voor Jan Peter Balkenende, de lijsttrekker die het CDA in 2001 terug aan de macht bracht, maar de partij uiteindelijk zijn grootste verkiezingsnederlaag ooit bezorgde. Zelf is hij er niet bij. Volgens Verhagen omdat het buitenland graag van Balkenende wilde horen over de succesvolle bestrijding van de economische crisis door zijn laatste kabinet. Er bestaan ook andere lezingen over zijn afwezigheid.

Zo maakt dit congres vooral duidelijk dat het CDA wel vooruit wíl, maar ook na deze dag nog steeds niet goed weet hoe.

Dat andere prominenten vanwege hun diepe onvrede over de koers van de partij zijn weggebleven is een publiek geheim. Zoals de voormalige ministers Ernst Hirsch Ballin en Ab Klink en voormalig Kamerlid Jan Schinkelshoek.

Ook hier doet de organisatie zijn best de scheurtjes te verbergen. Lees maar eens in de veertien pagina’s van het voor intern gebruik bedoelde draaiboek: „Stoelen blanco reserveren (zodat niet te zien is voor derden wie er niet aanwezig is, maar wel verwacht werd)”.