Bill kon het beter

Het mocht dan gepland zijn, maar er is geen slechtere Amerikaanse reactie denkbaar op het conflict tussen de beide Korea’s dan de militaire oefeningen die nu gaande zijn. Die reactie is het zorgelijke resultaat van een totaal gebrek aan ideeën.

Hoe anders was dat tien jaar geleden toen het formele einde van de Koreaanse Oorlog dichterbij was dan ooit.

Dat was aan het einde van het presidentschap van Bill Clinton. En hoewel aan de intenties van beslissingen in de resterende eindjes van presidentiële termijnen wordt getwijfeld, was Clinton met zijn te elfder ure afgekondigde Korea-politiek succesvoller dan wie dan ook voor hem. Nooit eerder was een Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken op bezoek geweest in Noord-Korea, maar in oktober 2000 was het Madeleine Albright die Kim Jong-il wist te bewegen tot terughoudendheid in het Noord-Koreaanse kernwapenprogramma.

Enkele weken daarvoor had de een-na-hoogste Noord-Koreaanse militair in Washington een principeovereenkomst getekend die opriep tot de officiële beëindiging van het slepende conflict. Clinton zou toen serieus hebben overwogen om af te reizen naar Noord-Korea. Maar het Midden-Oosten eiste uiteindelijk het laatste restje van zijn presidentiële aandacht op. Daarna was het te laat.

Onder zijn opvolger, George W. Bush, lagen de kaarten aanmerkelijk anders. Die verklaarde Noord-Korea in de nasleep van 11 september tot een van de drie leden van zijn As van het Kwaad, en sindsdien is het enkel bergafwaarts gegaan met Noord-Korea en de rest van de wereld. Zo abrupt als er hoop aan de horizon had gegloord, zo plotseling was er aan de uitzonderlijk dooi weer een einde gekomen.

Dat president Obama niets anders heeft bedacht dan voortzetting van het aloude wapengekletter, is gezien het weinige wat hij tot dusver internationaal heeft gepresteerd geen verrassing. Maar teleurstellend is het wel. Tegen dictaturen werkt niets zo contraproductief als militair machtsvertoon. Autoritaire regimes blijken altijd veel beter in staat de macht te behouden dan menigeen wenst te geloven. Vasthouden aan de wens tot onderhandelen is daarom altijd een beter middel dan dreigen met geweld – zeker als er geen betere ideeën voorhanden zijn.

Floris-Jan van Luyn