Al of niet doneren, dat is de kwestie

Hoe krijg je zoveel mogelijk donaties binnen wanneer je daarvan voor een belangrijk deel afhankelijk bent, zoals bij allerlei, al dan niet charitatieve, fondsen het geval is?

Dat is nog niet zo gemakkelijk. De kunst is om de vaste donateurs, die eenmaal per jaar een bepaald bedrag overmaken, zover te krijgen dat zij ook nog extra bijdragen willen leveren. Daarvoor bestaan allerlei technieken. En het ene fonds is daar beter in dan het andere fonds.

Niet erg handig was de brief die ik onlangs van het Reumafonds mocht ontvangen. Erboven stond de kop: „Mensen met artrose dromen van verbetering. Biedt u de helpende hand?”

„Begin oktober”, schrijft algemeen directeur H. Ridderbos mij, „hebben wij uw steun gevraagd om de behandeling tegen pijnlijke en stijve gewrichten een stap dichterbij te brengen. Dat is mogelijk met de hoopvolle ontdekking van dr. Peter van der Kraan.”

Na een korte uitleg over de ontdekking van Van der Kraan vervolgt de directeur een stukje strenger: „Volgens onze administratie hebben wij nog geen gift voor het onderzoek van dr. Van der Kraan van u ontvangen. Misschien heeft u besloten dit keer geen gift te doen. Daar hebben wij natuurlijk alle respect voor. Maar het kan ook zijn dat u er nog niet aan toegekomen bent of dat onze brief aan uw aandacht is ontsnapt. Omdat het onderzoek zo belangrijk is, nemen wij de vrijheid om nogmaals een beroep op uw steun te doen.”

Hier begin je je als donateur enigszins ongemakkelijk te voelen. Je hebt die voortreffelijke ontdekker Van der Kraan lelijk in de kou laten staan. Natuurlijk, de directeur heeft nog best respect voor je als donateur, maar het valt hem toch een beetje tegen dat je die behandeling van pijnlijke en stijve gewrichten niet onmiddellijk een stapje dichterbij wilde brengen met een gulle gave. Hij had een wat humanere houding van je verwacht – niet zo schraperig. Nu moet hij weer voor steun bij je aankloppen, terwijl hij wel wat beters te doen heeft.

Gelukkig sluit hij nog wel wat milder af met: „Mocht u al een donatie gegeven hebben (…) wilt u deze brief dan als niet verzonden beschouwen?”

Maar omdat ik die donatie juist niet gegeven had, bleef het schuldgevoel aan mij knagen. Als ik ooit zelf last krijg van pijnlijke en stijve gewrichten – en eerlijk gezegd verloopt mijn ochtendgymnastiek al minder soepel dan vroeger – heb ik het misschien wel over mezelf afgeroepen. God straft ook met artrose.

Kan zo’n brief in psychologisch opzicht ook wat slimmer worden opgesteld? Ja, dat kan, zoals de Stichting AAP in dezelfde periode bewees. Die stichting (voor de opvang van uitheemse dieren) herinnerde mij niet aan eerdere bijdragen die ik verzuimd had te geven, maar wees mij op het lot van Tania, een aap die 23 jaar lang vastgeketend zat aan een korte ketting. Foto erbij: Tania, hangend aan die ketting. De eigenaar heeft eindelijk afstand van Tania gedaan, maar ze moet nu bij AAP aan tal van aandoeningen worden behandeld, waaronder suikerziekte. „Als ze ooit een kans had in haar 23-jarige leven, dan is het nu”, schrijft directeur Van Gennep. „Maar of ze het gaat redden, blijft de vraag. Ik hoop vurig dat ook Tania op uw hulp mag rekenen.”

Je moet wel erg stijve gewrichten hebben om bij zo’n oproep niet onmiddellijk naar je portemonnee te grijpen.