Ajax zoekt wanhopig naar vaste spelpatronen

VVV-Venlo 0 Ajax 2

Ruststand 0-0. 63. Mido 0-1, 69. Sulejmani 0-2. Scheidsrechter: Van Hulten. Toeschouwers: 8.000.

It’s learning all the time. Het waren de woorden waarmee Ajax-trainer Martin Jol gisteren aangaf dat zijn team weer terug is bij af. Desondanks veroverde de weggezakte topclub met een 2-0 zege bij VVV-Venlo voor het eerst sinds 30 oktober drie punten, in een duel tussen twee ploegen in nood. Daarmee profiteerde Ajax maximaal van de misstap van PSV, vrijdagavond bij NAC. Jols collega Jan van Dijk kwam weer wat dichter bij zijn ontslag.

VVV-Venlo, zeventiende in de eredivisie, leek voor Ajax de ideale tegenstander om zich te herstellen van de tegenslagen in de afgelopen maand. Desondanks zocht Ajax wanhopig naar vaste spelpatronen. In de traag opererende ploeg viel geen enkel verband te bespeuren. Net als in het bekerduel met Veendam moest invaller Mido, de Egyptenaar met de conditionele achterstand, Ajax in de tweede helft over het dode punt heen helpen. Een bevlieging van Miralem Sulejmani bracht zes minuten later de eindstand op het scorebord. „Ik ben blij dat het zo is uitgepakt”, verzuchtte Jol. „In de eerste helft konden we de spitsen niet bereiken. We moeten zonder Luis Suarez [geschorst] alles weer opnieuw uitvinden. Het viel me op dat Sulejmani sterk speelde vanaf rechts.”

Dat Jol naarstig op zoek is naar de juiste koers, viel op te maken uit het feit dat hij in de rust voor een totaal andere aanpak koos. Tegen zijn gewoonte in liet hij Ajax in de eerste helft met twee spitsen voetballen: Mounir El Hamdaoui en Sulejmani. Net als met Suarez in de aanval weer geen spelers die elkaar aanvullen of goed aanvoelen. De Fin Teemu Tainio mocht het op rechts proberen om rechtsback Gregory van der Wiel de kans te geven voor offensieve impulsen. Urby Emanuelson speelde aanvallende middenvelder, een positie die in de toekomst lijkt weggelegd voor Christian Eriksen. De Deen begon echter als linksbuiten. Het experiment met Tainio mislukte, hij kon in de rust gaan douchen.

Ajax speelde ondanks een matige opbouw veel op de helft van VVV, dus lag het voor de hand weer over te schakelen met drie spitsen. El Hamdaoui kwam na Eriksen nog even achter spits Mido te spelen en op de linkerflank mocht de Nederlandse Armeniër Aras Özbiliz zijn debuut maken. Bijna met een doelpunt, maar hij miste een levensgrote kans.

De linksbuiten is eindelijk weer een eigen opgeleide speler op die flank met een linkerbeen. Bryan Roy en later enigszins Edgar Davids waren in de jaren tachtig, negentig de laatste navolgers van de legendarische Piet Keizer. Özbiliz kan Ajax met Florian Jozefzoon, op rechts, weer vleugels geven. Toen hij een jaar oud was kwam hij met zijn Armeense ouders naar Nederland, groeide op in Hoorn, speelde daar voor Hollandia en is intussen al dertien jaar Ajacied. In de jeugd van Ajax scheurde de nu twintigjarige aanvaller twee keer een kruisband in dezelfde knie. Dat heeft zijn ontwikkeling aanzienlijk vertraagd en daardoor werd hij niet in vertegenwoordigende elftallen opgenomen.

„Ik kan buitenom en binnendoor passeren”, vertelde Özbiliz. „Ik had vandaag ontzettend graag willen scoren. Maar bij die kans greep de keeper goed in.”

Hij is geboren in Turkije, maar piekert er niet over zich beschikbaar te stellen voor het Turkse elftal. Bondscoach Guus Hiddink zoekt juist naar jong, ‘buitenlands’ talent. „Dat ligt echt te gevoelig”, zegt de speler die bij Ajax op de positie van linksbuiten concurrentie heeft van Emanuelson, Sulejmani en Eriksen. „Een beetje competitie is altijd goed”, aldus de debutant. Özbiliz hoopt door verschuivingen in het elftal, mede ontstaan door de langdurige schorsing van Suarez, de komende weken meer kans te krijgen.