'We eisen te veel van de medisch specialisten'

Medisch specialisten liggen onder vuur. Ze verdienen te veel en ze zijn eigengereid. Hun nieuwe voorman, VVD’er Frank de Grave, wil het imago snel verbeteren.

Medisch specialisten willen dat er eens een keer een einde komt aan het beeld van het grote publiek dat ze graaiers zijn. Lang niet iedereen verdient zeven of acht ton per jaar, zegt Frank de Grave, sinds donderdag de nieuwe voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten.

De specialisten zeggen dat ze in recente gesprekken met het ministerie van VWS een norminkomen willen van maximaal drie ton bruto. Dat was in 2007 ook de bedoeling, bij de invoering van een ander declaratiestelsel in de zorg. De Grave: „Nu zitten er te veel mensen boven dat bedrag.”

VVD-coryfee De Grave is de ideale voorman van de Orde van Medisch Specialisten (OMS): voormalig wethouder van financiën, ouddirecteur van zorgautoriteit NZa en partijgenoot van de nieuwe minister van Volksgezondheid, Edith Schippers. „En oplossingsbereid”, voegt hij eraan toe. Hij zegt daarom dat de specialisten uiteindelijk kortingen tot dertig procent moeten accepteren. Hij wil een uitzondering op dat maximum voor topmedici, „maar dan spreken we over enkele tientallen specialisten”.

Voormalig CDA-minister Klink heeft de specialisteninkomens dit jaar in drie rondes gekort. Sommigen leverden weinig in en andere specialisten tot dertig procent. De Grave wil wel dat tegelijk met het salarisplafond de kortingen eerlijker worden verdeeld. „Veel mensen vergeten dat het niet om een procentje gaat. Er gaat een heleboel af.” Je moet die inkomens relativeren, vindt hij: specialisten gaan laat in hun loopbaan verdienen en na een lange studie. Ze werken 50 à 60 uur per week en dragen grote verantwoordelijkheid.

Ook specialisten zijn mensen, zegt De Grave, en vinden onzekerheid niet prettig. OMS is daarom gelukkig „ver” met Schippers over een akkoord over het nieuwe inkomensmodel. Hij verwacht dat dan de wetswijziging van Klink van tafel gaat waarmee specialisten hun zelfstandigheid kwijtraken. Een ziekenhuisbestuur kan dan bepalen welke behandelingen de artsen moeten geven. „Dat is voor ons onbespreekbaar. Een ziekenhuis mag niet tussen arts en patiënt gaan staan. Dat model gaat niet werken. Het heeft geen draagvlak bij de doktoren. De minister heeft de bereidheid hierover te praten.”

De afgelopen weken was er kritiek op artsen, omdat ze nog geen landelijke normen hebben vastgesteld voor alle soorten behandelingen. Dat intern overleg duurt jaren. Zorgverzekeraars willen die normen, omdat ze met deze informatie kunnen beslissen met welk ziekenhuis ze een contract moeten sluiten. Dat heeft ook een positief effect op het hoge aantal vermijdbare doden dat jaarlijks valt in ziekenhuizen.

De Grave begrijpt waarom specialisten zoveel jaren praten over deze landelijke normen. Een minimumaantal operaties, zoals sommige zorgverzekeraars willen, of een laag sterftecijfer, zegt weinig over hoe goed een dokter is. Laatst sprak De Grave een arts die zei „heel makkelijk” een topdokter te kunnen worden: door alleen patiënten te behandelen die jonger zijn dan vijftig jaar. „Het laatste wat we willen is dat artsen patiënten weigeren om hun contract met de verzekeraar niet te verliezen.”

De nieuwe voorzitter vindt dat er veel wordt geëist van zijn leden. Ze maken al lange dagen en moeten ook nog in hun vrije tijd en onbetaald ingewikkelde richtlijnen schrijven. „Klink en anderen vroegen op een te hoge toon dat ze een beetje moesten opschieten – en als je het niet goed doet, hangen we je aan de hoogste boom.”

De Grave vindt dat de normering wel sneller mag. Een van de oorzaken kan zijn dat specialistencommissies bij deze afweging beseffen dat het hún ziekenhuis zal treffen. „Dat is een onaanvaardbaar argument”, zegt hij. „Er moeten nu op dit punt knopen worden doorgehakt. Ik zal mijn ongeduld laten doorklinken. Anders doen anderen dat, zoals zorgverzekeraars. We moeten de kwaliteit van de zorg in eigen hand houden.”