Vaker alleen, maar niet eenzamer

Een oude man, weken na zijn dood gevonden door buren en politie. Zulke tragedies worden vaak genoemd als voorbeelden van hedendaagse eenzaamheid. Jenny Gierveld vindt dat niet terecht. Zij is emeritus hoogleraar aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit. Ze gaf jarenlang leiding aan het NIDI en doet er nog steeds onderzoek, nu als honorary fellow. Sinds ze in de jaren zestig promotieonderzoek deed, zijn eenzaamheid en ouderen haar onderwerp.

Gierveld: “Nederlanders boven de vijftig noemen gemiddeld 14 mensen met wie ze regelmatig contact hebben. Er zijn maar heel weinig mensen die niet meer dan twee contacten kunnen noemen. Als iemand zo lang dood blijft liggen, zijn er meestal ook psychiatrische of andere problemen. Vaak blijken die mensen hulp van officiële instanties geweigerd te hebben in de periode voor hun overlijden.”

WEDUWEN

Vóór 1960 kwam alleen wonen amper voor in Nederland. Men stierf jonger en had meer kinderen. Gierveld: “Op het moment dat vader overleed, had moeder de twee jongste kinderen nog thuis. In de jaren zestig waren de eerste mensen die alleen woonden vooral vrouwen die nooit waren getrouwd. Toen de bevolking geleidelijk ouder werd, kwamen weduwen die kleine gezinnen hadden gehad alleen te staan, omdat er geen kinderen meer in huis waren. En na wijziging van de echtscheidingswet in 1972 stonden steeds meer mensen tussen 30 en 65 jaar alleen. Het aantal mensen dat alleen leeft, neemt nog steeds toe. Nu woont achter één van de drie voordeuren een alleenstaande. Dit verhoogt het risico op eenzaamheid.”

Toch is het percentage eenzamen de laatste halve eeuw gelijk gebleven. Want, zegt Gierveld, er is nog een andere tendens. “Veel meer dan in de eerste helft van de twintigste eeuw praten mensen over wat hen bezighoudt. Vroeger leerden vooral mannen niet om hun gevoelens te tonen. Dat is veranderd. Ook jonge mensen krijgen veel meer oog voor contacten. Het verenigingsleven leidt een kwijnend bestaan, maar de jongere generatie bouwt een eigen sociaal netwerk op en maakt daar tijd voor vrij. Drukke tweeverdieners met kinderen spreken meer dan vroeger af om met twee gezinnen samen iets te doen. Mensen zijn zich bewuster van de waarde van contacten met anderen. Het zijn die twee tendensen samen die ertoe leiden dat eenzaamheid ongeveer gelijk blijft.”

STEUN GEVEN

In Nederland domineert de driegeneratiefamilie. “Iedereen vraagt zich af wat er in deze tijd van individualisering tussen die generaties gebeurt. Wel, als er steun gegeven wordt, is het bijna altijd van oud naar jong. Oma past op de kleinkinderen om zo haar dochter te ontlasten. Ook geldelijke steun gaat vaak van ouderen naar jongeren. Dat is heel frappant. Er wordt veel gesproken over hulp van de middengeneratie aan de oudste, maar die doet zich alleen voor in een paar jaar aan het eind van het leven. En dan kan die heel intens zijn.”

Door de middengeneratie te helpen wordt de oudste generatie minder eenzaam, zegt Gierveld. “Het is fijn om je kinderen en kleinkinderen te kunnen ondersteunen. Dat geeft je een gevoel erbij te horen. Het is dus niet vooral een last. Dat is sociale cohesie.”

In het debat over vergrijzing wordt regelmatig gesuggereerd dat die trend de solidariteit tussen de generaties ondermijnt. Gierveld verwijst naar een recent artikel van NIDI-collega Hanna van Solinge en Kène Henkens, hoogleraar pensioensociologie in Tilburg. Zij onderzochten of mensen die nu tussen de vijftig en de zestig zijn er, als ze denken over hun pensioenleeftijd, rekening mee houden dat ze mogelijk langer leven. De onderzoekers vroegen hoe oud mensen dachten te worden. Wat blijkt? Een man kijkt hoe oud zijn vader is geworden en neemt die leeftijd als referentie. Vrouwen kijken naar de levensduur van hun moeder. Mensen die een langere subjectieve levensverwachting hebben, willen best een paar jaar langer werken.

WERKGEVERS

Maar in de praktijk doen ze dat niet. Gierveld: “Dat komt door de werkgevers. Die zijn niet erg happig op langer doorwerken van hun personeel. Zij doen hun werknemers voorstellen waar die vrijwel niet onderuit kunnen.”

Al met al is Jenny Gierveld niet pessimistisch. “Sociale verbanden uit het verleden gaan verloren, maar daar staat tegenover dat mensen meer betekenis hechten aan persoonlijke contacten met anderen. Vroeger was het de club die bij elkaar kwam, nu is het contact individueler. Als het goed is – en mensen die sterk in hun schoenen staan kunnen dat – bouw je in de loop van je leven een eigen netwerk op. Maar mensen die zwakker staan zijn kwetsbaarder dan vroeger. Die hebben niet meer die automatische samenleving, die solidariteit uit het verleden.”

    • Dirk Vlasblom