Recensie

Sexy beesten winkelen nu bij de Blokker

V.l.n.r: Vieze Fur, Willie Wartaal en Faberyayo van De Jeugd van Tegenwoordig. Amaury Miller/Hollandse Hoogte

De nieuwe cd van De Jeugd van Tegenwoordig begint met een bekentenis. „Vroeger was ik leip. Betaalde rekeningen nooit op tijd. (…) Ik ben veranderd, je boy is gegroeid. Mijn geduld is nu lang als vloei. Niet meer bang voor post of papieren. Ik ben nu dol op internetbankieren.”

Het openingsnummer Zo volwassen, zo beleefd geeft een indruk van wat er is veranderd sinds 2005. Dat jaar scoorde het jonge viertal een monsterhit met Watskeburt?!, een vernieuwende rapsong op elektronische beats met een ingenieuze nonsenstekst die stof leverde voor filologische bespiegelingen. Rappers Faberyayo (echte naam Pepijn Lanen), Vieze Fur (Freddy Tratlehner) en Willie Wartaal (Olivier Locadia) en hun muzikale brein Bas Bron waren plots Nederlandse popsterren.

Inmiddels zijn ze ook al weer achter in de twintig. Nog even mesjogge en oversekst, maar kampend met opflakkerende bezinning. In regels over boodschappen doen bij de Appie, de Blokker en de woonboulevard klinkt zelfspot door, maar ook opluchting. Altijd maar slecht gaan is hard werken.

Om geen verkeerde beeld te wekken bezingen ze zichzelf een nummer later als sexy beesten. „Verzet je niet tegen de zes en de negen, er wordt gepepen, netjes en gedegen.” Bas Bron levert een bijpassend stotterende ritme. Het trio sterke openers wordt besloten met de single Sterrenstof, wat verwijst naar drugs, beroemdheid én sterven. De teksten zijn persoonlijk. Wartaal zingt over zelfredzaamheid met een verslaafde moeder: „Je gappie leeft zoet als een sappie. Ook al was mamma altijd wappie. (…) Williewien was elf, en ik deed alles zelf. Ik ging zelf naar school. Nu kom ik zelf op tv.”

Voor dit nummer trekt Bron een fraaie melodie en een naïef-vrolijk ritme uit zijn synthesizers. Maar soms lijdt zijn electrofunk aan eenvormigheid, en dat is jammer bij zo’n avontuurlijke band. Bron staat een beetje stil. Dat hoor je juist waar hij zijn palet verbreedt: de saxofoon in het openingsnummer en de trompetten in Sterrenstof, dat knipoogt naar de Beatles: „Dan ben ik loesoe in de sky met diamonds om mijn nek bitch.”

Bron heeft kwistig met de autotune gespeeld (software om stemmen te vervormen). Nu zijn rare stemmetjes en gekke accenten een handelsmerk van De Jeugd, maar het gepiep van de jongens knijpt wel eens de dynamiek uit de raps. Terwijl Wartaal, Faberyayo en Vieze Fur juist superieur lenig hun lettergrepen over de beats heen draperen, klanken oprekkend en temporiserend.

Ook tekstueel is De Jeugd top. Hun consequente en radicale gekte is onovertroffen. Zelfs als ze melig zijn, en dat zijn ze graag, zijn ze goed. „Dónde está genietos” bakt Faberyayo ze bruin in Get Spanish.

Het briljante, hilarische Tante Lien besluit dit wat wisselvallige album. Een stekelige ode met vraag-antwoordrefrein: „Handen in de lucht en groeten aan je tante. Welke tante? Tante Lien. Welke Lien? Lean back.” Tante mag er zijn. „Tante Lien, prachtig dier, heerlijk feestbeest. (…) Chiquer dan een hele doos champagne. Stiekem moet ik een beetje blozen van je.” Bij Vieze Fur rijmen die begin- en eindklanken moeiteloos. Zoveel vernuft verdient het te worden uitgeluid met gierende sirene.