Paardenfluisteraar

De UEFA heeft een strafzaak geopend tegen José Mourinho. Het misdrijf van de coach van Real Madrid bestaat erin dat hij zich aan het eind van de wedstrijd, in de Arena, ontdubbelde van coach tot paardenfluisteraar. Sergio Ramos en Xabi Alonso werden er, achter het handje en via via, op geattendeerd dat uitsluiting een ideale wasbeurt zou kunnen zijn om met een schone lei aan de cruciale knock-outfase in de Champions League te beginnen.

Hoezo, misdrijf?

Rekenkunde.

Van Martin Jol kun je het niet verwachten. Zie hem zitten op de bank van Ajax, en je denkt: kinderloze weduwnaar, hunkerend naar een warm waterkruikje. De armen gekruist, de blik op oneindig, monkellachje bij de gedachte aan suddervlees, later op de avond. Intens diep getroffen door roerloosheid. Vroeger, bij de Spurs, zag je hem een enkele keer ijsberen voor de dug-out, in de Arena is hij niet overeind te branden.

Boeddha.

Onthechting te koop, ook na een vernedering van 4-0. Ik heb lang gedacht dat het gespeelde nonchalance was, maar het zit dieper. Jol heeft gewoon geen zin in Ajax. Hij is lamgeslagen, óf door heimwee naar Engeland, óf door Amsterdamse kakelzucht van directie en aanverwante geesten. Zelfs het spreken is er te veel aan. De coach zucht zich elk interview door. Ergo: met afgewende blik, alsof zijn gezicht maar één goeie kant heeft. Zoals dat van Julio Iglesias.

Uitgeblust, doorgezakt, afgebladderd.

Het contrast met zijn collega van Real Madrid was schrijnend. Mourinho: een en al springveer. Zittend, staand, hangend, sprintend. lijflustiger waren ze in de Arena niet eerder tegengekomen. Een perpetuum mobile om in te lijsten. Wat was het een feest om naar die man met sjaal te kijken, en dan niet anderhalf uur, een hele dag. Body & soul à la carte. Vaak in schitterende tegenspraak van fladderende organen met het gezicht verheven tot wenkbrauwenspel van de ernst. Met ogen als vuurvliegjes, dat altijd.

Een popster.

Mourinho doet denken aan film en ballet. Aan George Clooney en Rudolf Noerejev. En in dromerige momenten aan een herderinnetje. Of toch dat je denkt: een meisje had ook gekund. De lippen soms dun als een scheermesje, tot hij weer eens in een artistieke driftbui de wangen opbaast en een wat ouwere kop krijgt, die de erosie van een halve eeuw laat zien.

José: de meest uitvouwbare coach ter wereld.

Over zijn vakmanschap is alles gezegd. Zijn temperament is alleen te duiden door zieners, psychiaters en sjamanen. Normale mensen verdwalen in zijn labyrint van abstracties en modern art. En in zijn Florentijnse façades. Gek genoeg hebben voetballers daar geen last van: zij houden van José. Ook bankzitters en afdankertjes. Dus niet alleen Wesley Sneijder. Een coach als mysterie van liefde. Van Mark van Bommel hoorde ik dat de naam Mourinho geregeld valt in de selectie van het Nederlands elftal op dagen van afzondering. En altijd met respect, zo niet in beate bewondering. Nooit een echo van afvalligheid. Laat het Louis van Gaal overkomen, en Europa is te klein voor zijn leiderschap.

Na de kaartentruc is Mourinho voor de UEFA ineens de kwade genius van onsportiviteit. Een strafzaak volgt. Wanneer opent de UEFA eens een strafzaak tegen zichzelf. Zij heeft van de Champions League een gouden kalf gemaakt. Zij heeft de sluizen geopend voor geniepigheid, spelverruwing, kermismoraal en hebzucht. Allicht worden reglementen dan opgerekt tot de oevers van hypocrisie, tot een leugenpaleis.

Het kunstwerk Mourinho had allang begrepen dat de Champions League absoluut niet om een schoonheidsprijs draait. Zijn instinct van extreem professionalisme focust op de grenzen van cynisme, institutioneel bestorven in het casinokapitalisme van voetbalorganisaties. Voetballiefhebbers mogen klagen over het non-gedrag van de idiote tijdrekkers Sergio Ramos en Xabi Alonso, ook nog in mercantiele berekening van hun coach, maar een geldwolf als de UEFA heeft elk recht op verontwaardiging verspeeld. Morele mandementen uit die kringen: no way!

Ajax-Real Madrid: Martin zat er als mummie bij, José als knetterende vuursteen. In Jol overwinterde het verleden, in Mourinho vlamde een handlanger van de toekomst. Het scheelde toch een miljoen of twintig, tijdrekken. Ik ken er die daar een zus voor vermoorden, of kameraden door de strot bijten.

Mourinho hield het op temporiseren in de leer van flaneerkunst. Chiquer kan een tijdmachine niet zijn.