Nalatenschap als middel tegen de pensioencrisis

In reactie op het artikel ‘Ouderen kunnen meer doen dan van hun AOW genieten en hun hand ophouden’ (Opiniepagina, 19 november) het volgende. Mijn echtgenoot en ik genieten van een aanvullend (onderwijs-) ouderdomspensioen bij het ABP. Wij behoren tot een groep die in discussies wel eens ten onrechte aangeduid wordt als de zogenaamde rijke senioren. Ons aanvullend pensioen is nu nog toereikend, maar voor de toekomst onzeker door de dreigende tekorten bij de pensioenfondsen. Waar wij wél voor gezorgd hebben is de omstandigheid dat onze woning vrij is van hypotheek. Wij wonen derhalve goedkoop.

Met dat hypotheekvrije huis ontstaat, voor wat ons betreft, een mogelijkheid om bij te dragen in het oplossen van de pensioenproblematiek. Wat wij vragen: laat ons met rust en laat ons, geïndexeerd, onze regelingen. Wat wij bieden: een eerste (voorrangs-) claim voor het pensioenfonds op dat deel van onze nalatenschap dat nodig is, om onze vraag te bekostigen. Tot de nalatenschap kan onder meer gerekend worden het vermogen (of bezit) in het algemeen en de overwaarde (actuele waarde woning minus hypotheek ) in het bijzonder.

Wellicht is het ook de moeite waard te overwegen of een algemene maatregel binnen het erfrecht soelaas kan bieden voor de pensioenproblematiek. Mensen die aan het einde van hun leven iets zouden nalaten aan de volgende generatie zouden bij leven dit te verwachten overschot in een pensioenregeling moeten kunnen investeren.

M.H. Ortjens-Hellenbrand

Geleen