Kromme vingertjes

Waar Gees – Mantinge. Route uit: Drenthepad. Uitg. Nivon, 4de druk, 2009.

Afstand 16 km.

In een braambos – nu de struiken kaal zijn zie je hoe ondoordringbaar vervlochten de braamtakken zijn – buitelen tientallen heggemussen. Ze vliegen op en ze vliegen terug, ze laten de struiken bloeien met bruine vlammetjes.

Over een verzakt klinkerpad verlaten we Gees. Daarna zijn de paden van modder of asfalt, meestal tussen greppels. Erlangs liggen wallen met magere eiken. Of iele wilgen. Of spichtige elzen. Alle takken lijken kromme vingertjes.

Het is een graad of vijf. De zon temt de noordoostenwind en bestrijkt de akkers met licht. Ze zijn leeg. Zwart en deftig steken ze af tegen het hemelblauw vol wolkjes in schaapskleren. De paarden stoeien om warm te worden.

De hele dag zie ik zilverberken in de verte, oprukkende berken die de landbouwgrond afbakenen, en het heideland omzomen. Niet in regelmatige rijen maar in troepjes. Verticale krijtstrepen, dat zijn hun stammen. Purper aangezette spitsen, dat zijn hun kale kruinen. En soms een gele pluim: een top die nog in blad staat.

We steken een heideveld over. Hier bebotert de zon het dorre gras tussen de ruige struikjes en poetst de opgeschoten dennescheuten. Na de oversteek duikt het pad de bomenrand binnen.

„Een bosruïne”, zegt man.

Wat, waar?

Hij wijst naar het gesloopte bosperceel, naar omgewoelde grond en zwaargewond hout. Verderop is het minder tragisch, daar heeft het mos een mantel der liefde gespreid.

Ha. Vee. Mooi zo. Ik had net zin gekregen in grote nieuwsgierige ogen en nu zie ik zwartbonte kalveren. En zwermen pony’s met zeemeerminnenhaar.

We passeren Nieuw-Balinge, dat is een dorp als een bouwplaat, en gaan op weg naar de volgende lap heide.

Intussen zakt de zon al wat, krachteloos geworden, amechtig van het klauteren. Hij is een witte-chocoladeflik. De wind grijpt zijn kans en doet kil. Hij blaast een bataljon ganzen uiteen, hun V wordt een hiëroglief.

We bereiken het Mantingerzand. Een aanbiddelijk gebied. Wild, schraal en overweldigend. En de trotse gastheer voor een woud van jeneverbesbomen. Wat zijn die machtig mooi. Bejaarde zandduivels met gespleten stammen. Hun naalden groeien in sterretjes. Ertussen nestelen zich hutjemutje de paarse jeneverbessen.

Informatie, routekaartje, gps-punten en foto’s via nrc.nl/aandewandel