'Je kan naar binnen', klinkt door de portofoon

Harde kern Ajax

Niet eerder deed de politie een zo omvangrijk onderzoek naar criminele activiteiten van voetbalhooligans. Gisteravond werden verschillende arrestaties verricht.

Bonk, bonk, bonk. Twee politiemannen rammen met een ijzeren blok op een voordeur; het dreunt door de donkere en stille straat. Als de deur krakend bezwijkt, gaan politiemannen de woning binnen. Een agent maakt foto’s van prikborden, waarop kiekjes hangen. Een politievrouw zoekt in de hal kleding die aan de kapstok hangt.

De Amsterdamse politie is op zoek naar drugs, wapens en geld in een benedenwoning in de wijk De Pijp waar de moeder woont van Tamara F. Tamara is even daarvoor opgepakt met Daan van de E. Het stel woont twee verdiepingen hoger en de politie verwacht daar ook een en ander te vinden. Het is donker in de woning van het tweetal, dat onder meer wordt verdacht van drugshandel. „We wachten op de sleutel”, zegt een politieman, „als die er is, dan gaan we boven ook naar binnen.” Het is even na acht uur in de avond.

Enige uren daarvoor – drie uur gistermiddag – is er een briefing op het politiebureau van district Oost in Amsterdam. Politiecommandant en districtschef Ad Smit drukt de politiemensen op het hart zorgvuldig te werk te gaan. Er staat veel op het spel. „Een foutje en het is 1-0 voor de tegenpartij.”

De onderzoeksleider deelt de medewerkers op in groepen. Die zullen verschillende panden in Amsterdam binnenvallen. Zij die een inval doen bij de zus van een van de hoofdverdachten krijgen daarover de nodige informatie. Wie wil de deur openbonken? Welk koppel houdt in de achtertuin in de gaten of niets van het balkon wordt gegooid en of een verdachte er niet afspringt?

Een ander team gaat naar het politiebureau in de wijk waar de hoofdverdachten wonen. Dit team moet de woningen doorzoeken als de verdachten zijn aangehouden. Tijdens de lange wachturen wordt de operatie nog eens doorgenomen met de plattegronden van het pand op tafel. „Wat doen we als moeders thuis is en op het gebonk afkomt”, vraagt een ervaren agent. Dan moet er een ervaren lid van het team bij haar blijven.

Tot zeven uur ’s avonds gebeurt er niet veel. De agenten wachten op verschillende locaties. Observeren. Eerst moeten de twee hoofdverdachten worden opgepakt. Dan een huiszoeking en mogelijk andere verdachten, zoals de zus en haar vriend. Om zeven uur klinkt door de portofoon: „Volgens mij is ze óf in de kroeg óf ze is thuis.”

Ze is thuis, hij ook. Zodra ze naar buiten komen, zullen ze worden gearresteerd, is dan het plan. De portofoon: „Het AT gaat zo iets doen. Zorg dat je uit de buurt bent dan.” Het AT is het arrestatieteam.

In een kamer op de eerste verdieping van het politiebureau houdt de onderzoeksleider contact met de leiders van de groepen die op pad zijn. Om 20.11 uur klinkt het door de portofoon aan de groepen agenten: „Jongens, jullie kunnen naar binnen.”

De twee hoofdverdachten komen hun woning uit. Ze worden een tijdje gevolgd. Op een geschikt moment worden de twee aangehouden in de Reguliersdwarsstraat. De politiemensen in De Pijp rijden dan met piepende banden naar de straat waar de hoofdverdachten wonen. Het zoeken kan beginnen. De politie zou ook na het sluiten van deze krant doorgaan met het onderzoek.