Israël verschanst zich achter hekken en muren

Er zijn honderdduizenden illegale migranten uit Afrika in Israël en hun aantal groeit. Een barrière op de grens met Egypte moet hen buiten houden.

Een groepje Soedanese vluchtelingen, zittend op de grond, wordt bewaakt door Israëlische militairen nadat ze illegaal de grens tussen Israël en Egypte zijn overgestoken. De foto dateert uit 2007. Foto AP FILE - In this Monday, Aug. 20, 2007, a Sudanese refugee family sit on the ground surrounded by Israeli army soldiers after they crossed illegally from Egypt into Israel. Spiking numbers of African economic migrants and asylum seekers have slipped into Israel this year through its porous border with Egypt said an interior ministry official Monday, Nov. 8, 2010. (AP Photo/Ariel Schalit, File) AP

De grens tussen Israël en Egypte is een kaal en dor landschap. Zandheuvels en rotsige bergen maken het gebied ontoegankelijk. Alleen aan de vlaggen op de militaire wachttorens is goed te zien waar de grens ligt tussen de Egyptische Sinaï- en de Israëlische Negev-woestijn.

Aan de Israëlische kant van de desolate grensovergang Nitzana, waar maar af en toe een vrachtwagen passeert, maken bulldozers de aarde vlak. Betonmolens staan al klaar om binnen een jaar een muur te bouwen die 140 van de 250 kilometers van de onherbergzame grens tussen Israël en Egypte moet afsluiten.

„Legers hebben er geen greep op. Alles komt hier binnen”, zegt een lokale boer, een zwarte doek om zijn gezicht gewikkeld.

Boeren als hij, bedoeïenen, wonen al vele eeuwen in het gebied. Bedoeïenen aan de Egyptische grens verdienen aan de smokkel van wapens, drugs en, boven alles, mensen. Elke nacht steken tientallen migranten uit Soedan, Eritrea en Ethiopië de grens over.

Een groot aantal militaire bases aan beide kanten van de grens ten spijt, dankzij aanwijzingen van de bedoeïenen vinden veel vluchtelingen de weg naar Israël. „Je moet weten wat leven in de woestijn inhoudt”, zegt de boer. „Soldaten weten dat niet.” Net als andere bedoeïenen zegt hij niets te weten over de smokkel.

De grens met Egypte is eigenlijk de enige Israëlische grens die nog over te steken is. Israël heeft zich de laatste jaren verschanst achter een netwerk van elektronische hekken en metershoge muren.

De grens met Libanon is volledig afgerasterd, met Jordanië vormen de Jordaan, de Jordaanvallei en de Dode Zee een natuurlijke buffer. Langs en op de bezette Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook zijn eveneens muren en hekken geplaatst.

De rechtse regering van premier Benjamin Netanyahu besloot een paar maanden geleden ook tot de bouw van een muur en een elektronisch hek aan de Egyptische grens. Deze week is bij Nitzana aan de bouw begonnen die naar verwachting ongeveer 300 miljoen euro zal kosten.

„Vorig jaar kwamen 11.000 illegale migranten Israël binnen”, zegt Adva Lloyd, die namens het regionale Negev-bestuur de bouw van de muur uitvoert. „We moeten realistisch zijn, zoveel kunnen we niet aan.”

Volgens Lloyd is ook de drugssmokkel – honderd ton verdovende middelen zouden in 2009 zijn onderschept – een groot probleem. „Iedereen kan met een beetje geluk nu de grens oversteken. Als we tienduizenden migranten per jaar binnenlaten, hebben we op een bevolking van zeven miljoen een probleem.” Er zouden volgens recente Israëlische cijfers op dit moment enkele honderdduizenden illegale migranten in Israël verblijven.

Voor de regering van premier Netanyahu geldt nog een ander argument. Volgens de Likud-leider én zijn vicepremier Eli Yishai van de ultraorthodoxe partij Shas bedreigt het grote aantal Afrikaanse migranten het joodse karakter van de staat Israël.

Circa 80 procent van de Israëlische bevolking is joods, de meeste migranten zijn moslim of christen. Yishai zei dat „slechts 0,01 procent” van de migranten als vluchteling kan worden beschouwd. De migranten vormen „een existentiële bedreiging voor de joodse staat”, aldus de vicepremier.

De krant Ha’aretz citeerde hem deze week zo: „Wie denkt dat ik een extremist met hoorntjes ben – die zal ik eens wat Soedanezen naar zijn buurt sturen, dan zullen we wel eens zien wat er gebeurt.”

Hoewel de linkse oppositiepartij Meretz de minister van racisme beschuldigt, is een ruime meerderheid van het Israëlische parlement akkoord gegaan met de bouw van de barrière.

Op meer manieren probeert Israël de toestroom van niet-joodse buitenlanders te keren. Het aantal niet-joodse gastarbeiders moet de komende twee jaar drastisch worden beperkt.

De bouw van de afscheiding op de bezette Westelijke Jordaanoever heeft het moeilijk gemaakt voor Palestijnse arbeiders om in Israël te kunnen werken. Nu worden de laagbetaalde banen verricht door Chinese bouwvakkers, Thaise boerenknechten en Filippijnse bejaarden- en kinderverzorgers. Netanyahu’s regering wil er strenger op toezien dat de arbeiders verdwijnen als hun werkvisum afloopt en heeft al aangekondigd vierhonderd kinderen van migranten het land uit te zetten.

De illegale migranten die via Egypte Israël binnenkomen, krijgen maar zelden de status van vluchteling en vinden vrijwel nooit betaald werk. Meestal zijn het mannen. Zij maken restaurants schoon of werken als vuilnisman; de vrouwen die binnenkomen, wacht meestal de prostitutie.

Vrijdagochtend in de wijk rondom het Centrale Busstation van Tel Aviv. In deze buurt wonen duizenden Afrikaanse migranten in kleine appartementjes. Honderden zitten elke ochtend naast elkaar langs de weg – wachtend op werk, spiedend naar politie. „Avoda, avoda (werk, werk)”, fluisteren ze naar voorbijgangers.

„Iedereen uit mijn streek wil naar Israël komen”, zegt de jonge boer Jonathan uit Eritrea. Hij maakte drie maanden geleden een weken durende oversteek. De risico’s waren groot – de Egyptische grenspolitie schiet regelmatig migranten dood. Het kostte hem bovendien een paar duizend dollar, die hij contant mocht afrekenen bij de mensensmokkelaars. Hij hoopte op werk, maar zegt dat hij al blij is als hij een ochtendje kan schoonmaken in een restaurant.

„Het was het proberen waard”, zegt Jonathan. „Israël is het dichtstbijzijnde westerse land waar we naartoe kunnen. Europa wordt steeds moeilijker. In ons land is er oorlog, armoede, er is geen hoop. Als straks dat hek er komt, ben ik bang dat mensen in de woestijn zullen stranden. Dan zijn we aan de willekeur van de soldaten overgeleverd.”