Integratie: op naar het gemiddelde

Op de huwelijksmarkt vinden leden van de tweede generatie migranten vooral elkaar. Foto Reuters An undated handout photo shows a bridal couple. White weddings might have been the dream of fashionable brides of old. But the trendiest British weddings are now at least metaphorically green as couples seek to reduce the impact of their nuptials on the environment. That means everything from recycled wedding dresses and guests arriving by bicycle, to home-grown flowers and locally produced food for the wedding buffet. To match feature WEDDINGS-GREEN/ REUTERS/Richard Merz/Handout. EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. NO ARCHIVES. NO SALES. REUTERS

In discussies over de integratie van immigranten gaat het meestal over taal, paspoorten en uiterlijke tekenen van religiositeit. Bij het NIDI gebruiken ze een andere maat voor aanpassing: het demografische gedrag – relatievorming, kindertal – van de tweede generatie migranten. Socioloog Helga de Valk, verbonden aan het NIDI en de Vrije Universiteit Brussel, doet daar onderzoek naar.

Zij ziet in het gedrag van veel groepen migranten, zowel de westerse als de niet-westerse, een tendens van aanpassing aan het dominante Nederlandse patroon. De Valk: “De tweede generatie Turken en Marokkanen trouwt, in vergelijking met hun ouders en met wat nog steeds gebruik is in de landen van herkomst, een stuk later. Het is nog niet exact hetzelfde als het Nederlandse gemiddelde, maar dat kun je binnen één generatie ook niet verwachten. De omstandigheden in Nederland maken blijkbaar dat levenslopen zich aanpassen. Voorkeuren veranderen, onder andere doordat je hier op school hebt gezeten.”

IMPORTBRUIDEN

Het beeld van migrantenhuwelijken wordt gekleurd door het verschijnsel importbruiden. De Valk: “Dat is een kleine minderheid. Bij gemiddeld 10 procent van de in 2009 gesloten huwelijken onderallochtonen was sprake van een ‘importpartner’. In 2009 werden 2.780 van zulke migratiehuwelijken gesloten. Sinds 2005 gaat het om vergelijkbare aantallen, niet meer dan 3.000. Zo’n 1.600 van de migratiehuwelijken werd in 2009 gesloten door leden van de vier grote herkomstgroepen: Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. Bij Turken en Marokkanen van de tweede generatie ging het om respectievelijk 16 en 9 procent van de huwelijken.”

Van alle migranten trouwt rond de 55 procent met iemand van de eigen etnische groep. Het percentage huwelijken met een autochtone partner loopt sterk uiteen: rond de 10 procent onder Turken en Marokkanen, meer dan een derde voor de Surinaamse en andere niet-westerse herkomstgroepen en meer dan tweederde voor de westerse immigranten.

De Valk: “Het is vrij lastig te meten, maar ook van de tweede generatie Marokkanen en Turken gaat een aanzienlijk deel eerst ongehuwd samenwonen. Wel is de kans dat zij meteen trouwen nog steeds groter dan onder autochtonen. Maar eerst zelfstandig wonen of ongehuwd samenwonen en daarna pas trouwen is zeker geen uitzondering.”

LAGER OPGELEID

De tweede generatie is wat betreft relatie- en gezinsvorming veel meer gaan lijken op het dominante patroon in Nederland. De volgorde van de levensloop is voor bijna alle Nederlanders dezelfde: eerst doorleren, dan uit huis, samenwonen, trouwen, kinderen krijgen. De Valk: “Het voornaamste verschil is de timing. Migranten van de tweede generatie gaan in het algemeen op jongere leeftijd samenwonen en trouwen. Dat is grotendeels bepaald door het opleidingsniveau. Het feit dat nog steeds een grotere groep van de Turkse en Marokkaanse tweede generatie lager is opgeleid bepaalt, net als bij lager opgeleide autochtone Nederlanders, dat er eerder wordt samengewoond en getrouwd.”

Onderzoek van promovenda Doreen Huschek (NIDI) laat zien dat jonge Turken en Marokkanen steeds vaker een partner kiezen binnen de tweede generatie van hun eigen herkomstgroep. De Valk: “Zulke huwelijken zijn duidelijk gunstiger voor integratie dan trouwen met importpartners. En de kans is groot dat dit vaker zal gebeuren, omdat de huwelijksmarkt nu voor een groot deel bestaat uit mensen die ook tot de tweede generatie behoren. Dat zijn ook de mensen die je ontmoet als je uitgaat.”

De tweede generatie migranten krijgt minder kinderen dan hun ouders. Maar het lage Nederlandse gemiddelde van 1,8 wordt nog niet overal gehaald. Het eerste kind komt bij de tweede generatie later dan bij de eerste, maar ze stellen nog niet zo lang uit als autochtonen.

Wat beweegt die tweede generatie om de Nederlandse trend te volgen?

Uit survey-onderzoek van het NIDI onder de tweede generatie Turken en Marokkanen blijkt dat de samenstelling van het peer-netwerk van invloed is op relatievorming. Wie meer autochtone vrienden heeft, is meer geneigd om het huwelijk uit te stellen, te kiezen voor een periode van ongehuwd samenwonen en voor een gemengd huwelijk met een autochtone partner.

De Valk: “Ouders hebben nog steeds invloed op het demografische gedrag van hun kinderen, bij autochtonen en bij migrantenkinderen vrijwel evenveel. Maar er is nog weinig bekend over de invloed van leeftijdgenoten. Wie zitten in het persoonlijke netwerk? Vrienden en vriendinnen van school, de buurt? Daar werken de sociale mechanismen van integratie.”