InHolland staat voor de complete normvervaging in het onderwijs

Inhaligheid en zelfoverschatting veroorzaakten de stijging van topinkomens in het onderwijs. En het waanidee van bestuurders dat zij ondernemers zijn. Terpstra liet het op zijn beloop.

In het verleden was het onderwijs een strikt gereguleerde sector. Directeuren waren uitvoerders van minutieus voorgeschreven regels. Alles lag vast: de salarissen van directeuren en leraren, de bevoegdheidseisen van de docenten, de tijd die diende te worden besteed aan de verschillende vakken, het totaal aantal wekelijkse lesuren, de grootte van de klassen, en voor huisvesting werd gezorgd.

Directeuren waren schriftgeleerden die probeerden de regels zoveel mogelijk in eigen voordeel uit te leggen en zochten daartoe naar mazen in het net. Vonden ze die dan werd zo’n maas gedicht. Een onschuldig spel van kat en muis.

Vervolgens werd aan het einde van de afgelopen eeuw, evenals zo veel andere sectoren, ook het onderwijs gedereguleerd. En of het nu komt doordat de mens van nature tot weinig goeds geneigd is of doordat schriftgeleerden zonder gedetailleerde voorschriften per definitie de weg kwijt raken, die deregulering heeft, in de eerste plaats bij de vroegere directeuren – inmiddels bestuurders geheten – geleid tot talloze ontsporingen. In hun kielzog hebben zij vervolgens het hele onderwijs met zich meegesleept.

Onderwijsinstellingen worden er de laatste jaren aan de lopende band van beschuldigd dat ze sjoemelen, frauderen en excessieve beloningen uitdelen. Verwonderlijk is dit niet, want er is inderdaad sprake van een schrijnend gebrek aan fatsoen en arbeidsethos. Begonnen bij de directies en besturen, is dit inmiddels doorgesijpeld naar de werkvloer. Hiervan getuigt onderstaande selectie uit de berichtgeving van de afgelopen paar weken.

De overheid probeert excessieve beloningen van personeel dat werkt in de sfeer van de overheid te beteugelen, en minister De Jager liet onlangs weten daarbij ook succes te boeken. Maar dat geldt niet voor de sector onderwijs. Daar zijn tegen alle richtlijnen in ook het afgelopen jaar de beloningen weer verder de pan uitgerezen. Met als argument dat je marktconform moet belonen omdat je anders geen goede bestuurders kunt vinden. Maar typerend voor het onderwijs is nu juist dat het een vrijwel gesloten wereld is die alleen met zichzelf concurreert. De enige werkelijke oorzaak van de steeds hogere beloningen is dan ook inhaligheid in combinatie met schromelijke zelfoverschatting en het waanidee bij bestuurders dat zij ondernemers zouden zijn.

Bestuurders spiegelen zich aan het bedrijfsleven. Hun primaire streven is niet het verstrekken van kwalitatief zo goed mogelijk onderwijs, maar tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk studenten een diploma bezorgen. Het wordt je als docent dan ook niet in dank afgenomen als je hoge eisen stelt want dat leidt tot studievertraging en onvrede bij leerling of student. Bovendien, een tentamen over laten doen of een werkstuk afkeuren bezorgt je ook nog eens extra werk. Het gevolg hiervan is dat docenten uit conformisme, moedeloosheid of gemakzucht genoegen nemen met werkstukken die ze eigenlijk ver onder de maat vinden.

De hoogleraren Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink pleitten er enige tijd geleden in de Volkskrant voor om voor hun vak economie landelijke examens in te voeren om te „voorkomen dat instellingen de kwaliteit van hun onderwijs laten versloffen”. Voor een dergelijke ingrijpende maatregel die de vrijheid van docenten, en dus ook die van jezelf, aan banden legt, pleit je pas als je weet dat het echt nodig is.

Aan de Universiteit Utrecht heeft een masterstudente sociale wetenschappen onderzoek gedaan naar het functioneren van het Utrechtse Jongerenloket. Haar scriptie, die weinig lovend was over deze gemeentelijke dienst, werd van de site van de universiteit verwijderd.

Scriptiebegeleider Robert Maier daarover in deze krant: „Mijn studente is door de gemeente gevraagd de scriptie van onze site te halen. Ze meldde dit mij en toen heb ik het verzoek ingewilligd. Dat doen we vaker als bedrijven of instellingen dit vragen.” Inmiddels heeft de universiteit de scriptie weer online gezet met als argument dat wetenschappelijk onderzoek openbaar dient te zijn. Dat wist Maier natuurlijk ook wel, maar waarom zou je zo’n verzoek niet inwilligen?

Dat bespaart je een hoop gedoe. Ook hier weer gewoon gemakzucht dus. Dezelfde gemakzucht die maakt dat leraren onverschillig zijn voor de taalfouten van hun leerlingen.

In het septembernummer van Onze Taal besteedde Jannemieke van de Gein aandacht aan het curieuze verschijnsel dat leerlingen aan het einde van havo en vwo veel meer fouten maken in de spelling dan aan het einde van de basisschool. Als twaalfjarige konden ze vrijwel foutloos spellen, maar daarna verleren ze dat. Docenten havo en vwo hebben blijkbaar geen zin in de boze gezichten van ontevreden leerlingen en nemen daarom niet de moeite daar iets van te zeggen.

Waar het gaat om normvervaging in het onderwijs kan uiteraard niet voorbij worden gegaan aan de tragedie rond hogeschool InHolland.

Bestuursvoorzitter van dit conglomeraat was tot voor enkele jaren Jos Elbers, die in 2004 de aankoop regelde van de helft van de aandelen van de private universiteit Nyenrode met de toezegging dat InHolland daar ook nog eens 10 miljoen zou investeren in onderzoek. Die aandelen zijn dit jaar terugverkocht, zonder daar ruchtbaarheid aan te geven. Een veeg teken. Ander opvallend nieuws rond deze hogeschool was de jaarlijkse vermelding over teruglopende studentenaantallen en haar plaats in de achterhoede wat betreft studenttevredenheid. Ook werd er te weinig uren les gegeven en gefraudeerd met diploma’s.

Toen deze krant enige tijd geleden, met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB), de hogeschool inzage vroeg in de declaraties van het college van bestuur, werd dat geweigerd met als argument dat de hogeschool gezien het bijzondere, christelijke, karakter niet onder die wet viel. In de informatie die InHolland over zichzelf verstrekt, wordt over die christelijke identiteit niets vermeld. Dat zou wel eens studenten kunnen afschrikken, maar als dat zo uitkomt wordt die tot ieders verrassing uit de hoge hoed getoverd. Hondsbrutaal.

Toen Geert Dales in 2007 voorzitter werd, ontdekte hij dat Elbers (inmiddels voorzitter van D66 in Rotterdam) nog tot 2011 zou aanblijven als adviseur voor drie dagen per week (178.000 euro per jaar plus bonus plus auto). Een onmogelijke constructie. Hoe kun je als voorzitter je werk doen als je voortdurend voor de voeten wordt gelopen door je voorganger?

Dit alles heeft Doekle Terpstra als voorzitter van de HBO-raad op zijn beloop gelaten en dat kon misschien ook niet anders gezien zijn nevenwerkzaamheden als commissaris bij Grontmij, bij Aegon, bij de landelijke KvK, bij Unilever, zijn voorzitterschap van de KNSB, en zijn activiteiten als politiek commentator en aanvoerder van de strijd tegen de verWildering. En nu gaat hij orde op zaken stellen bij de instelling die hij zelf heeft laten verloederen. Als een echte CEO, zo verklaarde hij, werkt hij zich nu „het snot voor ogen”. Dat deed hij blijkbaar al eerder, wat verklaart waarom hij nooit heeft gezien wat daar allemaal mis was.

Tot slot toch nog verheugend nieuws van het onderwijsfront. De laatste paar jaar hebben studenten uit het mbo veelvuldig geklaagd dat hun opleiding meer het karakter had van een uitgebreide stage, afgewisseld met zo nu en dan wat onderwijs dan andersom. Hun ontevredenheid blijkt te zijn afgenomen. Oorzaak: ze krijgen weer vaker les. Wat overigens niet wegneemt dat naar het oordeel van de inspectie nog steeds honderden mbo-opleidingen onder de maat zijn.

Ander, écht goed nieuws: de huidige staatssecretaris van Onderwijs, Halbe Zijlstra, toont zich doortastend en grijpt in bij de te hoge salarissen. In tegenstelling tot zijn voorgangers laat hij het niet bij een gentleman’s agreement. Hij weet dat zoiets alleen mogelijk is als de betrokken men en women het predicaat gentle ook werkelijk waard zijn.