Hogere cijfers voor natuurkunde na kwartiertje schrijven over familie

Ook nu nog domineren mannen de bètavakken. Foto Ria Novosti Academician Boris Stepanov (center) with students at the Institute of Physics, Academy of Sciences of the Byelorussian SSR. RIA Novosti

Twee keer een kwartiertje schrijven. Niet eens over natuurkunde, maar over vrienden en familie. Of over een ander onderwerp dat ze na aan het hart lag. Het was genoeg om meisjes (gemiddeld) hogere cijfers te laten halen voor een natuurkundetoets. En dat niet alleen: de meisjes bleven gemiddeld hogere cijfers halen tot aan het einde van de collegereeks (vijftien weken lang, met drie tussentijdse toetsen en een afsluitend tentamen). Dat ontdekten Akira Miyake van de universiteit van Colorado in de Verenigde Staten en zijn collega’s (Science, 26 november).

Zoals in veel landen is ook in de VS sprake van een seksekloof in de bètavakken. Jongens kiezen veel vaker voor bètavakken en bètaberoepen en ze halen voor deze vakken gemiddeld ook hogere cijfers. Verschillende maatregelen – zoals kleinere klassen, een andere presentatie van de lesstof en de inzet van mentoren en vrouwelijke rolmodellen – hebben die kloof verkleind, maar niet gedicht. Volgens Miyake en zijn collega’s kan hun schrijfopdracht een aanvullende, effectieve maatregel vormen.

Het idee achter die aanpak is values affirmation. Het schrijven over familie en vrienden, of iets anders wat ze belangrijk vinden, zou het gevoel van eigenwaarde van de meisjes vergroten en ze zelfverzekerder maken. Daardoor zouden ze beter kunnen omgaan met het heersende vooroordeel dat meisjes in bètavakken slechter presteren dan jongens.

Dat zulke vooroordelen prestaties negatief kunnen beïnvloeden, is eerder aangetoond en bleek ook uit deze studie, onder 399 studenten, mannelijk en vrouwelijk. De meisjes die onderschreven dat vrouwen slechter zijn in bètavakken, scoorden gemiddeld ook significant slechter. En juist deze meisjes hadden het meeste baat bij de schrijfopdracht.

Gek genoeg had de schrijfopdracht een negatieve invloed op de resultaten van jongens. Maar dat negatieve effect ebde kort na de schrijfopdracht (de eerste was aan het begin van de collegereeks en de tweede kort voor de eerste toets) weg. Het positieve effect bij de meisjes hield de hele collegereeks aan.

Misschien komt dat doordat een hogere score voor de eerste toets, het zelfvertrouwen vergrootte bij het maken van de tweede toets enzovoorts, opperen Miyake en collega’s. Ook kan meespelen dat juist in de bètavakken kennis accumuleert, waardoor een goede start een aanzienlijk verschil kan maken, schrijven zij verder.

Het resultaat was in elk geval dat de schrijfopdracht 61 procent van nog resterende seksekloof dichtte – gemeten aan de uitkomsten van de vier toetsen. Bij de afsluitende toets die het beheersen en doorgronden van fysische concepten betrof, was de seksekloof zelfs geheel verdwenen. Margriet van der Heijden