Het 'huwelijk' tussen de VS en Karzai loopt langzaam stuk

Oorlog tegen het terrorisme? De Afghaanse president gelooft er niet meer in. Washington en de NAVO zijn verre van eensgezind. Logisch dus dat de Afghanen in totale verwarring verkeren.

Illustratie Nate Beeler

Aan het slot van de topontmoeting in Lissabon maakte de NAVO afgelopen zaterdag bekend dat ze met de Afghaanse regering was overeengekomen om de militaire operaties in Afghanistan nog jarenlang te blijven voortzetten. Maar het is allerminst duidelijk of deze plannen – die een uitstel tot 2014 betekenen van de overdracht aan de Afghaanse troepen van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid – veel steun in Kabul zullen krijgen. De Afghaanse president Hamid Karzai is nogal veranderd. Zijn wereldbeeld is nu uitgesproken anti-westers. Toen ik hem eerder deze maand sprak in het presidentieel paleis in Kabul, zei Karzai tegen mij dat de VS er niet in waren geslaagd om vrede te brengen in Afghanistan of de medewerking te krijgen van Pakistan, dat nog altijd een toevluchtsoord voor de Talibaan is. Hij verwerpt het spervuur van de Amerikaanse kritiek op zijn regering over kwesties als corruptie en slecht bestuur en zegt dat de schuld van al deze fouten in feite bij de Amerikanen ligt.

Ik sprak bijna twee uur off-the-record met Karzai, waarbij ik soms heftig tegen hem inging en hem herinnerde aan zijn vroegere toezeggingen en zijn beleden steun aan idealen als een transparante democratie – idealen waarop hij in tal van eerdere gesprekken met mij en anderen had gehamerd. Maar ditmaal verwierp hij elk argument. Aan het eind van ons gesprek was het mij heel duidelijk dat zich een ommekeer heeft voltrokken in zijn opvattingen over de gebeurtenissen in de wereld, over de toekomstige koers van de NAVO-operatie in Zuid-Afghanistan, en over pogingen tot natievorming die overal in zijn land worden ondernomen. Zijn enige doel is nog om vrede met de Talibaan te sluiten en de oorlog te beëindigen – en hij heeft de overtuiging dat dit zal bijdragen tot de oplossing van alle andere problemen waarmee hij te kampen heeft, zoals corruptie, slecht bestuur en het gebrek aan een overheidsapparaat.

De nieuwe zienswijze van Karzai is de meest ingrijpende politieke verschuiving die hij in de zesentwintig jaar dat ik hem nu ken, heeft ondergaan. Een ook al wordt deze deels door complottheorieën gevoed, ze berust ook op negen jaar groeiende teleurstelling in het Westen.

Hij steunt niet langer de oorlog tegen het terrorisme zoals gedefinieerd door Washington, en zegt dat de huidige militaire operatie door de Verenigde Staten en hun NAVO-bondgenoten in het zuiden nutteloos is. Dat komt, aldus Karzai, omdat als maatstaf van de vorderingen tegen de opstandelingen het aantal gesneuvelde Talibaan geldt, terwijl velen hierin een herhaling van Vietnam zien en een tegenstrijdigheid bespeuren met de nieuwe theorie van David Petraeus om met behulp van counterinsurgency de steun van het volk te winnen. Hij wil vooral dat er onmiddellijk een eind komt aan de nachtelijke aanvallen van de Amerikaanse special forces – een eis die hem in rechtstreeks conflict heeft gebracht met de Amerikaanse bevelhebber, generaal Petraeus. Volgens Karzai werken deze aanvallen – waarbij de afgelopen drie maanden 368 lagere Talibaan-leiders zijn gedood of gevangengenomen en 968 soldaten zijn gedood – averechts, omdat ze een vijandige burgerbevolking kweken. Niemand weet dan ook hoeveel burgers tot de slachtoffers behoren, want de cijfers worden door het Amerikaanse leger verstrekt.

Volgens persberichten heeft president Obama op de NAVO-top de zorgen van Karzai over de nachtelijke overvallen weggewuifd. „Als wij miljarden dollars uitgeven zodat president Karzai met de opbouw en ontwikkeling van zijn land kan doorgaan”, zei Obama, „dan moet hij ook aandacht aan onze zorgen besteden”.

Karzai is ook van mening dat er een politiek alternatief voor de NAVO bestaat: er zou veel meer verantwoordelijkheid bij de landen in de regio kunnen worden gelegd – met name bij Iran en Pakistan – om de oorlog te beëindigen en een schikking met de Talibaan te helpen te treffen. Hoge westerse en Afghaanse functionarissen in Kabul zeggen dat Iran zijn steun aan de Talibaan in West-Afghanistan de laatste maanden heeft opgevoerd, misschien als wisselgeld in toekomstige besprekingen over een vredesregeling. En van zijn kant wil Pakistan, waar zich de hele leiding van de Talibaan bevindt, een vooraanstaande rol in alle gesprekken die de NAVO of Karzai met de Talibaan mochten gaan voeren. Al vertelde Karzai me wel dat Iran en Pakistan het afgelopen half jaar geen van beide substantiële steun hebben geboden om de vrede dichterbij te brengen.

Karzai heeft zijn buik vol van de gemengde en veelsoortige boodschappen die hij de afgelopen negen jaar heeft ontvangen, eerst van Washington en nu van de NAVO. Hij ergert zich nog steeds aan het feit dat president Bush na 2001 vier jaar heeft geweigerd om ook maar enigszins voldoende middelen of troepen ter beschikking te stellen om de veiligheid van Afghanistan te waarborgen.

En de laatste tijd aarzelt president Obama weer tussen een versterking van de operatie en het noemen van begindata voor een terugtrekking. Op de NAVO-top heeft Obama juli 2011 als begindatum van een Amerikaanse troepenterugtrekking laten vallen en ingestemd met een ‘overgang’ op de Afghaanse troepen zonder een formele Amerikaanse terugtrekking. De algehele overgang en aftocht van de NAVO-troepen zal niet eerder plaatsvinden dan in 2014, en zelfs dan hoeft volgens NAVO-functionarissen nog geen einde aan de gevechtsoperaties te komen, als de geallieerde troepen in een ‘ondersteunende rol’ aanwezig zouden blijven.

Het zal geen verbazing wekken dat de Afghanen in totale verwarring verkeren. De scepsis in het Witte Huis en bij de CIA over de vraag of de operatie van Petraeus eigenlijk wel werkt is een boodschap die ook Karzai bereikt en alleen nog maar bijdraagt aan diens eigen argwaan over de plannen van de Amerikanen.

Ondanks zijn verzwakte positie, een oorlog die over het hele land escaleert en westerse troepen die weg willen, blijft Karzai proberen om presidentieel over te komen en de Afghaanse soevereiniteit te bevestigen. Dat is precies wat ook de communistische president Najibullah deed toen in 1989 de sovjettroepen aan hun aftocht uit Afghanistan begonnen – waarna hij midden in een burgeroorlog beland bleek.

Misschien wil Karzai Najibullah imiteren, maar zijn machtsbasis kan niet tippen aan die van de vroegere president en Karzai’s herbevestiging van de Afghaanse soevereiniteit is alleen nog mogelijk als er een einde aan de oorlog en een schikking met de Talibaan komt. Maar hij geeft de Afghanen tegenstrijdige signalen doordat hij enerzijds als het bevoegd gezag optreedt, maar anderzijds als eenpersoons-oppositie dikwijls klaagt over de dood van Talibaan door toedoen van de coalitietroepen, maar niet over die van zijn eigen soldaten die zij aan zij met de NAVO vechten. De meeste ministers van Karzai zijn het niet eens met diens nieuwe vijandigheid tegenover de westerse troepen en werken nog altijd goed met de NAVO samen. Maar door de talrijke verwijten van corruptie die om de familie Karzai en zijn ministers hangen, blijven ze op gespannen voet staan met de internationale gemeenschap.

Karzai en de VS zullen niet uit elkaar gaan, maar er is duidelijk een fundamentele en groeiende spanning tussen hen en die belooft weinig goeds – voor de VS noch Afghanistan.