'Geschiedenis belet Iran Amerika's bediende te zijn'

Iran wil onafhankelijk zijn. Een dictaat door het jonge Amerika is een schande. Amerikanen begrijpen de Iraanse ziel niet, zegt de schrijver Hooman Majd.

2.500 jaar geleden, toen Rome nog maar een stadstaat was, smeedde Cyrus de Grote de Iraanse natiestaat. Alle Iraniërs kennen die geschiedenis. Ze delen de glorie, van Cyrus en van dat latere Perzische rijk, van de islamitische Safaviden in de zestiende eeuw die Isfahan bouwden.

Daaruit, meer nog dan uit de islam, komen het superioriteitsgevoel en het streven naar onafhankelijkheid voort die doorklinken in de uitspraken en de politiek van de huidige Iraanse leiders, zegt de Iraans-Amerikaanse schrijver Hooman Majd.

„De revolutionairen die Iran in 1979 overnamen, deelden een gevoel van nationalisme, naast hun islamitisch geloof: ‘wij zijn de superieure cultuur, de superieure natiestaat hier in het Midden-Oosten, en we gaan een nieuw Perzisch rijk stichten’. De geschiedenis staat hun niet toe zich de wet te laten voorschrijven door andere staten.”

Majd was deze week in Nederland ter gelegenheid van het uitkomen van de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek, Iran, Een democratie van ayatollahs. „Perzen achten zich superieur aan alle andere volken”, citeert hij daarin de Griekse historicus Herodotus (ongeveer 484-425 vChr.)

„Ik denk dat de huidige leiders het gevoel hebben dat als het veel jongere Amerika een supermacht kon worden, evenals de Sovjet-Unie, dat Iran dan ook een supermacht kan worden”, zegt hij in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. „Het betekent niet dat ze land willen veroveren of andere landen binnenvallen, maar het betekent dat de invloed en macht die zij kunnen projecteren op het wereldpodium daarmee moeten overeenstemmen.”

Binnenkort starten weer onderhandelingen met de internationale gemeenschap over het omstreden Iraanse nucleaire programma. De tegenpartij wil dat Teheran nucleaire concessies doet. Iran eist allereerst respect.

Iran is dat respect waard, redeneren de leiders. „Een land met 2.500 jaar geschiedenis, met zijn grootse cultuur. Er is volgens hen een heleboel dat Iran en Iraniërs aan de wereld hebben bijgedragen dus waarom zouden ze geen respect krijgen? Ze verdienen het.”

Maar, zegt Majd, er zit ook een belangrijke principiële kant aan: erkenning van de onafhankelijkheid van Iran, een fundament van de islamitische republiek.

„Als je die onafhankelijkheid opgeeft, als Iran een bondgenoot van de Verenigde Staten zou worden zoals Egypte of Saoedi-Arabië dat zijn, dan is de revolutie voor niets geweest. Onafhankelijkheid was altijd de belangrijkste verworvenheid. De strijd ging natuurlijk tegen de dictatuur van de sjah, en de folterpraktijken van diens geheime politie, dat was allemaal belangrijk. Maar het allerergste was de schande dat Irans leider, de sjah, in werkelijkheid de bediende was van de Verenigde Staten. Hij moest doen wat Washington zei. Dat was een fundamenteel probleem voor de meeste Iraniërs, dat hun baas zelf ook een baas had.”

Dat Iran blijft vasthouden aan het verrijken van uranium, ondanks het verzet daartegen van de internationale gemeenschap, komt voort uit datzelfde verlangen om onafhankelijk te zijn.

„Het principe achter het verrijkingsprogramma is altijd heel simpel geweest. De Amerikanen zeggen dat je geen uranium hoeft te verrijken, want je kunt het goedkoper kopen. Teheran zegt, ja dat is waar, we kunnen het goedkoper kopen. Maar dan worden we afhankelijk van u voor onze energiebehoeften en dan kunnen we worden gechanteerd. Dan zal een Amerikaanse diplomaat op een dag tegen Iran zeggen: stem met ons mee. En als Teheran dan nee zegt, zal hij dreigen het licht in Iran uit te doen. Iran heeft daarmee ervaring, want Europeanen en Amerikanen hebben eenzijdig contracten met Iran geannuleerd.”

Toch zou president Ahmadinejad volgens Majd graag de relaties met Amerika willen normaliseren. „U moet nooit vergeten dat Ahmadinejad een populist is. Hij ziet dat zelfs conservatieven die vóór hem stemden in de laatste verkiezingen, evenals alle mensen die niet voor hem stemden, normalisering met Amerika willen. De overgrote meerderheid van de Iraniërs wil dat. Het betekent niet dat ze willen dat Amerika hun een dictaat oplegt. Maar ze willen een Amerikaanse ambassade en Amerikaanse producten. En Ahmadinejad wil de held zijn die de relaties hersteld heeft.”

Ahmadinejad heeft gezegd dat hij president Obama in New York wilde ontmoeten, toen hij daar voor de Algemene vergadering van de VN was. Zijn voorganger Khatami heeft nooit zoiets durven zeggen. „De conservatieven zouden hem hebben gekruisigd. Ahmadinejad kan het niet schelen wat de haviken zeggen.” Ahmadinejad stuurde een gelukwens naar Obama na diens verkiezingsoverwinning – geen Iraanse president heeft ooit zoiets gedaan.

Maar de kans op normalisering is volgens Majd voorlopig miniem, met name omdat Amerikanen de Iraanse ziel niet begrijpen.

„De meeste Amerikanen geloven dat hun land misschien niet een perfect systeem heeft, maar wel het meest perfecte dat er kan bestaan. Het beste systeem van kapitalisme, de beste democratie met de meeste vrijheid, het beste dit, het beste dat. Elk ander land is dus op de een of andere manier inferieur. En dat geldt aanzienlijk meer voor landen waar Amerikanen niet veel van afweten, die islamitisch zijn, of derde wereld. Hun eerste indruk is dat Iran een achterlijk land is. Het verdient geen respect.

„Amerikanen vinden het helemaal moeilijk een land te begrijpen dat niet zoals zij wil zijn. Misschien willen ze nog wel Dubai respecteren, omdat ze zien dat Dubai Amerika kopieert. Maar als iemand zegt: wij willen niet zoals jullie zijn; we hebben onze eigen dingen en daar zijn we gelukkig mee – niet gelukkig met hun regering maar met hun eigen cultuur – dan is het erg moeilijk voor Amerikanen om het te begrijpen.

„Als president Obama zegt: Iran kan deel uitmaken van de familie van naties als het zich gedraagt, dan zegt de Iraanse opperste leider: verander uw eigen gedrag maar eerst!”

Er is volgens Majd in theorie wel een uitweg uit de huidige impasse. De regering van president George Bush oefende alleen druk op Iran uit; zij wilde niet praten. Obama kondigde vervolgens een diplomatiek initiatief aan, maar hij laat dat vergezeld gaan van toenemend zware sancties. Er is een derde weg: alleen diplomatie, geen druk.

„De Iraanse leiders zijn heel duidelijk geweest: ze willen niet onderhandelen onder druk. Als dat niet werkt, dan werkt het niet, maar we hebben het nog niet geprobeerd. En ik denk dat niets de oppositie meer zal helpen dan een oplossing voor de nucleaire controverse en een vorm van normalisering met het Westen. De bestaande dreigingen geven de regering een excuus te blijven onderdrukken.”

Maar er is geen teken dat zoiets gaat gebeuren.

„We moeten helaas heel pessimistisch zijn. Er is geen aanwijzing dat de Amerikanen bereid zijn naar die uitweg te kijken. Iran van zijn kant zal niet onder druk toegeven aan de Verenigde Staten. Daarmee wordt de kans op militaire actie alsmaar groter. En dat zou wat mij betreft de grootste ramp zijn die we ons kunnen voorstellen in het Midden-Oosten.”

    • Carolien Roelants