FNV waarschuwt voor Europa

FNV-voorzitter Agnes Jongerius wil dat het kabinet zich sterk maakt voor het behoud van de nationale autonomie op sociaal terrein.

Dat schrijft de FNV-voorzitter in een brandbrief aan de Tweede Kamer, minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) en staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA).

Als de strengere regels voor de euro worden aanvaard, kan dit directe gevolgen hebben voor de onderhandelingsvrijheid van sociale partners, de vaststelling van lonen, ontslagbescherming en hervormingen van de arbeidsmarkt. „Brussel is bezig een flink stuk van het tafelkleed naar zich toe te trekken op terreinen waarover het niets te zeggen heeft”, stelt Jongerius in de brief.

De FNV is voorstander van een betere naleving van het Stabiliteits- en Groeipact voor de euro, maar de voorstellen van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, om ook invloed te krijgen op het macro-economische beleid gaan de vakcentrale te ver. Zo wil de Commissie de eurolanden voortaan niet alleen kunnen toetsen op de hoogte van het overheidstekort, de schuld en de inflatie. Ook moeten „knelpunten” die de economische groei van een land beïnvloeden, tot aanbevelingen van de Commissie kunnen leiden. Hierbij worden onder andere hervormingen genoemd op het gebied van pensioenen, loononderhandelingen om de concurrentiepositie te versterken, de ontslagbescherming en de flexibiliteit van de arbeidsmarkt. Als de aanbevelingen niet worden opgevolgd, volgen er forse financiële sancties.

„Zonder maatschappelijk debat lijkt de Commissie hiermee sluipenderwijs een stok in handen te krijgen, waarmee zij lidstaten om de oren kan slaan op beleidsterreinen waar zij nadrukkelijk geen competentie heeft”, schrijft Jongerius in de brief aan de Kamer. Ze roept Kamerleden op aan de rem te trekken bij de minister. De FNV-voorzitter wil voorkomen dat de voorstellen op de bijeenkomst van Europese regeringsleiders op 16 december „worden afgetikt en Nederland verregaande bevoegdheden op sociaal terrein heeft afgestaan zonder dat hierover een breed maatschappelijk debat is gevoerd”.