Fluithaas

Fluithaas

Fluithazen zijn kleine zoogdieren met korte oren, korte pootjes en een nog korter staartje. De dertig soorten komen voor in Noord-Amerika en vooral in Oost-Azië. In Europa zijn ze uitgestorven. De laatste werd gezien op Sardinië in 1774. De vondst van duizenden verbrande botjes toonde aan dat ze veelvuldig geroosterd gegeten werden. Ooit waren fluithazen algemeen in Europa. Ze hadden hun bloeiperiode 10-17 miljoen jaar geleden in het tijdperk dat Mioceen heet.

De evolutie van Spaanse fluit-hazen was het onderwerp van het promotieonderzoek van geoloog Kees Hordijk. Hij beet zich hiervoor vast in 8.500 fossiele kiezen. Turend door de microscoop selecteerde hij er 3.500 (de zogenaamde p3 uit de onderkaak) en nam van het kauwvlak een serie standaardmaten. Dit precisiewerk op hooguit vier vierkante millimeter resulteerde in ruim 30.000 metingen. De analyse daarvan staat in het proefschrift Overleving van fluithazen in het Mioceen dat Hordijk gisteren in Utrecht verdedigde. Een van zijn conclusies luidt dat uitsterven en soortvorming van Spaanse fluithazen niet alleen verband houdt met lokale vochtigheid en droogte maar dat ook competitie tussen de soorten onderling een rol speelde.