En het CDA heeft nóg een probleem: zichzelf

Vandaag komt het CDA voor het eerst sinds de tumultueuze formatie bijeen. Voorzitter Liesbeth Spies waarschuwt: de partij heeft nog een jaar nodig.

Liesbeth Spies komt met beeldspraak om uit te leggen wat er mis ging in haar zo zwaar getroffen CDA. De partijvoorzitter heeft het over „het warme bad” dat het CDA soms was, waardoor men te loom werd. Over de toekomst zegt ze dat „heel veel mensen samen met ons op ontdekkingsreis”, willen. Zo beschrijft ze de huidige positie van het CDA: „We hebben het dal goed genoeg verkend, kennen ieder steentje daar, want we hebben er ons wel aan gestoten en we moeten nu de berg weer op.”

Geduld, het kan nog even duren. Dat is de boodschap van Spies aan weggelopen kiezers en partijleden die na alle ellende vandaag voor het eerst bij elkaar komen op een partijcongres, en smachten naar een herboren CDA. De partij is nog altijd in verwarring, zoekt nog naar een duidelijk verhaal. De Tweede Kamerfractie is nog niet hersteld van de historische verkiezingsnederlaag en de grote interne verdeeldheid tijdens de formatie.

En er moet nogal wat gebeuren. Het gebrek aan een duidelijke agenda, onderlinge verdeeldheid en de onmogelijkheid daarover te praten door de dominantie van de partijtop waren de belangrijkste reden voor het verlies van het CDA, zo concludeerde de commissie-Frissen die de oorzaak van de verkiezingsnederlaag onderzocht.

U was zelf vicefractievoorzitter van het CDA tijdens het vorige kabinet. Wat heeft ú verkeerd gedaan?

„In de fractie hebben wij te veel de keuze gemaakt om recht te breien wat er krom was aan het kabinet. Daardoor maakten we ons eigen verhaal ondergeschikt aan het belang van het kabinet, ook vanwege de economische crisis. Onze fractie had sneller moeten zeggen dat er een onderzoek moest komen naar de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. Dat heeft lang geëtterd.”

Waarom werd dat niet besproken?

„We zijn te risicomijdend geweest en te gezagsgetrouw. We waren bang voor de uitkomsten. En onze politiek leider Balkenende en het CDA-smaldeel in het kabinet hadden er veel moeite mee. Ons belang was dat kabinet zo lang mogelijk in het zadel te houden. Die koers hadden we gekozen en dan maak je je ondergeschikt aan het hogere doel. Ik vind nog steeds dat we terecht kozen om dat kabinet zo lang mogelijk te laten zitten, vanwege de economische crisis.”

U maakte deel uit van de vorige partijtop. Waarom zou u nu in staat zijn dat andere CDA vorm te geven?

„Ik erken dat er dingen anders hadden gemoeten. En ik neem aan dat iedereen altijd de kans krijgt opnieuw op zijn nieuwe daden beoordeeld te worden.”

Frissen pleit voor een cultuurverandering. Voor andere krachten. Waar ziet u die nu?

„Nou... Dat zie ik zeker in de fractie, ook in het kabinet. De types daar zijn dusdanig door de wol geverfd dat ze onafhankelijk zijn.”

Het ging niet alleen om het groepsverband, maar om de risico’s van gelijkgestemdheid. De partij is diep verdeeld over samenwerking met de PVV, alle bewindslieden zijn voor. Waar is de tegenmacht?

„Ik vind het woord tegenmacht eigenlijk heel vervelend. Mensen die bij die 30 procent tegenstemmers zaten, zeggen nu: had ik maar bij die 70 procent gezeten – en andersom. Je zag vooral dat heel veel mensen dezelfde wensen en zorgen hadden.”

U suggereert dat de onenigheid kleiner was dan het leek.

„Mijn observatie is dat men naar elkaar op zoek was. Het gros van de leden zegt nu: alles leuk en aardig, maar het kabinet zit er, zullen we nu weer gaan bouwen?”

Doet u nu niet waar Frissen voor waarschuwt: weglopen voor intern debat om onrust te vermijden?

„Nee nee nee. Daarmee zouden we onszelf een slechte dienst bewijzen. Ik wil absoluut niet terug naar herstel van de rust, er zijn thema’s die hoognodig bediscussieerd moeten worden.”

Zou een CDA-partijvoorzitter nu wél openlijk het debat kunnen zoeken met partijleider Verhagen?

„Je moet de vuile was eerst binnen ophangen hè, neem me niet kwalijk. Discussie voer je niet via de krant, kom op.”

Waarom niet? Openbare discussies zijn juist belangrijk, zei u net.

„Onze léden bepalen de toekomstagenda. Ik ben niet van plan het imago van het CDA afhankelijk te laten zijn van dit kabinet.”

De kandidatenlijst voor de verkiezingen was volgens Frissen „te weinig herkenbaar”, „onevenwichtig”, met „te weinig kennis en vaardigheden”. De dwang tot regionale spreiding van kandidaten zou de oorzaak zijn. Die mensen zitten nu in de Kamer.

„Ik ben het dééls niet met die conclusie eens. Onze kracht is dat er altijd mensen uit alle hoeken van het land in de fractie zitten.”

Vindt u dat de fractie het goed doet?

„De ruimte om het kabinet te bekritiseren moeten we leren nemen; daar moeten we meer ontspannen mee omgaan. Maar de fractieleden hebben natuurlijk een heel ingewikkelde start gehad. Een fractie heeft tijd nodig een team te worden.”

U zegt: geef ze tijd?

„Dan wordt het beter zichtbaar.”

Hoe bewerkstellig je cultuurverandering in de partij?

„Dat kan niet van vandaag op morgen. CDA’ers willen niks liever dan vanuit de inhoud aan de verbinding gaan bouwen. Wij hebben in het verleden te vaak gewerkt met commissies die met elkaar een hok ingingen en dan na negen maanden met een heel afgewogen verhaal kwamen. Het vuur en de tegenstellingen in opvattingen zijn dan voor niemand meer merkbaar. Ik zou veel liever hebben dat we in debat gaan met onze leden.”

Een mooi streven, maar weggelopen kiezers willen graag concreet van u horen waarom het CDA een andere partij dan een half jaar geleden is.

„Dat zíjn we ook nog niet! Geef ons daarvoor een jaar. Laten we niet doen alsof we de wijsheid in pacht hebben. Daarvoor is er veel te veel gebeurd. Het zou ongeloofwaardig zijn als wij zouden zeggen: we trekken een lange neus en tot ziens. Dat is gewoon onzin. We zouden onszelf voor de gek houden.”

De verwarring is dus niet voorbij?

„Ik hou niet van dat woord, maar heb er zelf niet één woord voor. De verbindingen zijn te weinig hecht en op het gebied van inhoud zijn we te flets. Wij zitten nog in een periode van rouwverwerking.”

    • Derk Stokmans
    • Freek Staps