Dementerend in therapie

Psychotherapie kan bij patiënten met dementie hun angst, onrust en depressiviteit halveren. Dat schrijft psychogeriater Ton Bakker in zijn proefschrift. Ad Bergsma

dementie is vaak moeilijk te hanteren door bijkomende psychische stoornissen, zoals angst, depressie, onrust of apathie. Meer dan tachtig procent van de dementerenden heeft daar last van. Dat is vaak het moment waarop dementerenden naar een verpleeghuis gaan, omdat de mantelzorg thuis te zwaar wordt.

Psychogeriater Ton Bakker heeft aangetoond dat de psychische problemen niet blijvend zijn. Met psychotherapie en bijkomende behandelingen als muziek- en fysiotherapie kunnen ze in drie maanden met gemiddeld zestig procent worden teruggebracht. Bij de gebruikelijk behandeling in een verpleeghuis is die afname half zo groot: dertig procent. Het onderzoek van Bakker is verschenen in de American Journal of Geriatric Psychiatry (12 augustus, online). De goede effecten van de behandeling blijven minimaal een half jaar behouden, mede dankzij een uitgebreide overdracht naar het uiteindelijke verpleeg- of verzorgingshuis.

De traditionele behandeling van dementerenden met psychische klachten is medicatie met anti-psychotica, maar volgens Bakker zijn die wannen en hallucinaties remmende medicijnen bij deze patiëntengroep niet zaligmakend. “In de praktijk staat het echte wanenonderdrukkende effect van medicatie soms niet op de voorgrond, maar de bijwerking. Dat is de demping van het gevoelsleven. Daarnaast verkorten de veel gebruikte atypische antipsychotica bij hoge dosering mogelijk het leven. Ook blijken verpleeghuisartsen depressies onvoldoende op te merken, waardoor antidepressiva onvoldoende worden benut.”

De nieuwe manier van behandelen is getest op afdeling de Molenstraat van Verpleeg- & Reactiveringscentrum DrieMaasStede in Schiedam. Bakker is er arts en onderzoeker en daarnaast bestuurder behandeling en zorg bij de overkoepelende Argos Zorggroep in Schiedam.

In DrieMaasStede glimmen de ogen van de leerling-verzorgende Samantha Meder als ze over haar werk praat: “Je krijgt zoveel liefde van mensen met dementie.”

GEHEIM

Zulk enthousiasme is goud waard in de ouderenzorg. Het roept de vraag op of het geheim van de afdeling niet voor een groot deel zit in de betrokkenheid van de werknemers. Voor de antropoloog Anne-Mei The, schrijfster van het boek In de wachtkamer van de dood leek het antwoord duidelijk. Toen ze de psychogeriatrieprijs 2009 kreeg stelde ze dat er tegenwoordig veel aandacht is voor “protocollen, best practices, efficiency, fusies, verbeterplannen, allerhande certificaten en papierwerk.” Maar zonder enthousiast personeel komt hier niets van terecht. The zei dat “al die plannen en papieren helemaal niet nodig zijn”, wanneer de zorg beschikt over voldoende en goede medewerkers.

Samantha Meder vertelt dat zij op de afdeling meer doet dan wat ze geleerd heeft op school. Meder heeft bijvoorbeeld afwisselend de rol van good nurse en bad nurse gespeeld. “Als je de rol van bad nurse hebt, dan moet je ingrijpen bij lastig gedrag van een bewoner, terwijl de good nurse alleen maar aardig en vriendelijk is.”

Deze aanpak is nuttig voor sommige angstige ouderen die verward raken wanneer positieve en negatieve aspecten in één persoon zijn verenigd. De bad nurse stelt indien nodig grenzen en kleedt een bewoner die in de huiskamer zijn kleren uittrekt snel weer aan, terwijl de good nurse louter een vriendelijke, veilige haven is. De bewoner voelt zich dan veiliger, omdat hij op deze manier positieve relaties kan onderhouden met het merendeel van de verzorgenden.

De afdeling Molenstraat zoekt feitelijk de gebruiksaanwijzing van patiënten, bijvoorbeeld door te zoeken naar resten van goed functioneren. Sommige ouderen met beginnende dementie raken bijvoorbeeld vaak de weg naar hun kamer kwijt. Ze herinneren zich niet meer hoe ze gisteren, of een paar uur eerder liepen. Maar vaak is het dan toch nog mogelijk om er een ‘procedure’ van te maken. De route wordt dan ‘ingeslepen’ en de patiënten krijgen aanwijzingen op alle ‘kruispunten’.

De psycholoog van de afdeling Joke Groeneveld vertelt: “We proberen leerprocessen af te stemmen op de persoonlijkheid van de patiënt. Wie emotioneel stabiel is, kan de route naar de kamer langzaam inprenten door ook fouten te maken. Iemand die snel gekrenkt is, kan je beter helpen door snel de weg te wijzen. Dat voorkomt frustaties.”

Bakker denkt dat de behandelsuccessen van zijn afdeling onmogelijk zijn zonder de persoonlijke kwaliteiten en inzet van de betrokken professionals. Bakker: “Maar het is onze methodische manier van werken, die maakt dat inspanningen optimaal renderen.”

Nadeel van de werkwijze is dat samenwerken veel tijd kost. Teamleidster Suzanne Albers besteedt veel aandacht aan verslaglegging en typt op sommige dagen waarschijnlijk meer letters per dag dan een gemiddelde journalist. Elke maandag neemt een team deskundigen, met psychogeriater, psycholoog, fysiotherapeut, psychomotore therapeut, maatschappelijke werkende en afdelingarts uitgebreid de tijd om de patiënten een voor een te bespreken.

VISIE

Hierdoor heeft het personeel minder tijd voor persoonlijke aandacht voor de bewoners, die volgens Anne-Mei The zo beslissend is voor de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Hier staat tegenover dat het gehele behandelteam een gezamenlijke visie op de zorgbehoefte van de patiënt kan ontwikkelen en uitvoeren. Bakker: “Belangrijk is dat wij wekelijks evalueren of gestelde doelen gehaald worden, zodat we onze aanpak waar nodig aanpassen. Dit alles uiteraard in overleg met de patiënten zelf.”

De ouderenzorg is niet alleen gebaat bij meer handen maar ook bij een pienter hoofd van de zorgverlener die systematisch en gereguleerd met collega’s samenwerkt.

    • Ad Bergsma