DEBAT VAN DE WEEK

Paneldiscussie over vrijheid in het onderwijs. Door CNV Onderwijs. Met Jan Jacob van Dijk, Pieter Moens, Rob Limper en Lucille Barbosa; in Regardz Meeting Center Eenhoorn Amersfoort, woensdag 24 november.

Een ongelijke strijd voor de openbaren

Noem alle scholen gewoon ‘school’. Niks geen protestants-christelijke, katholieke of hindoeïstische scholen meer. Geen hokjes, alleen nog ‘scholen’.

Directeur Rob Limper van de Vereniging voor Openbaar Onderwijs verkondigde hiermee een minderheidsstandpunt op het congres over vrijheid in het onderwijs van vakbond CNV Onderwijs . Zijn opponenten waren allen christenen.

Jan Jacob van Dijk, tot voor kort Tweede Kamerlid voor het CDA, zag „eigenlijk geen enkel nadeel” aan artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs regelt. Directeur Lucille Barbosa van de Nederlandse Katholieke vereniging van Ouders noemde als enige nadeel dat vrije schoolkeuze „moeilijk” is voor ouders. Pieter Moens, beleidsmedewerker identiteit van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs, wilde al helemaal geen nadeel noemen van het Grondwetsartikel.

Het was een moeilijke middag voor Limper. Wat stelde hij tegenover de verbale kracht van zijn tegenstanders? Het argument dat ouders de denominatie van een school belangrijk vinden, verwierp hij met een verwijzing naar een onderzoek van het ministerie van Onderwijs, waaruit blijkt dat sfeer, veiligheid en afstand de doorslag geven bij schoolkeuze. Ook wees hij op christelijke scholen die afspreken om maximaal 25 procent allochtone kinderen toe te laten.

Van alle kanten werden Limpers denkbeelden aangevallen, met ‘ouders’ als sleutelwoord. Volgens Van Dijk en Barbosa mag het zo zijn dat ouders de sfeer de doorslag laten geven bij de keuze van een school, maar dat heeft direct te maken met de schoolidentiteit, en dus religie.

Het debat ging officieel over vrijheid in het onderwijs, die vooral neerkomt op de vrijheid voor religieuzen om hun eigen scholen te kiezen of te stichten. Die macht was de christenen in dit debat niet genoeg. Door de onevenwichtige verdeling van debatdeelnemers verwerd de discussie tot een aanval op het openbaar onderwijs.

Stel dat de enige openbare school in een wijk te weinig leerlingen trekt. Moeten we die school dan opheffen? Dat moet je aan de ouders vragen, zeiden Van Dijk en Moens. Overal een openbare school hoeft niet, zei Barbosa, „als daar geen behoefte aan is”. Kan niet, zei Limper. Leerlingen moeten ergens naar school kunnen, en de overheid kan ouders niet dwingen om een school op religieuze grondslag te kiezen.

Nederlandse scholen mogen leerlingen weigeren, als ze dat consequent motiveren aan de hand van hun overtuiging. Het idee dat scholen geen enkele leerling meer zouden mogen weigeren, wat momenteel wordt bepleit door vrijwel alle linkse partijen in de Tweede Kamer, werd onderuitgehaald door Van Dijk. Welk probleem lost deze acceptatieplicht op? Bovendien: „op maar heel weinig scholen” worden leerlingen geweigerd.

Moens wees op onderzoek van socioloog Jaap Dronkers, waaruit bleek dat gemengde scholen geen oplossing zijn voor integratieproblemen, en op artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van Mens, dat flagrant zou worden geschonden als gereformeerde scholen de plicht krijgen om ook leerlingen aan te nemen van buiten hun geloofsleer.

Dat een man uit de zaal niet in de ouderraad van een school mocht omdat hij het verkeerde soort christendom aanhing, werd door Van Dijk voorzien van de kwalificatie „terecht”.

Limper weerde zich kranig, op één punt na. Waarom bungelen de openbaren altijd onder aan scholenranglijstjes? Omdat deze scholen algemeen toegankelijk zijn, zei Limper. Met andere woorden: omdat ze meer kansloze leerlingen hebben. Dat stuitte op bezwaar van Van Dijk, die betwistte dat algemene toelating van kinderen leidt tot slechte prestaties. Bovendien: de onderwijsinspectie vergelijkt de prestaties van scholen met die van andere scholen met eenzelfde leerlingenpopulatie. Die kansarme leerlingen mogen dus geen excuus zijn.

Wat opvallend genoeg onbesproken bleef, was de vraag of je überhaupt moet willen dat kinderen worden geïndoctrineerd met religieuze ideeën. Maar dat was eigenlijk niet verwonderlijk, in deze debatomgeving.

Derk Walters

    • Derk Walters