De transfer bleek (na drie weken) te mooi om waar te zijn

Moet de krant iemand geloven op zijn woord? Een transfer in de sportwereld veranderde van feit langzaam in fictie.

Waarheid is het eerste slachtoffer, luidt een bekende slagzin onder oorlogscorrespondenten. En inderdaad, midden in kruitdampen en oorlogspropaganda is het voor een journalist natuurlijk zwaar werken. Waar is het overzicht? Wie liegt er nu weer?

Maar ook in de sport – die andere hogedrukpan van competitie voor het oog der natie – is het soms moeilijk feit van fictie te onderscheiden. Geen wonder. Voetbal is oorlog, luidt een andere slagzin.

Zaalvoetbal ook?

Deze krant berichtte op 1 november dat zaalvoetballer Andoni Urresti van het Limburgse Fermonia Boys een opmerkelijke overstap zou maken: naar FC Barcelona. Het bericht was opgedoken in het dagblad De Limburger, via een anonieme tipgever, en verscheen op 1 november in BN/De Stem. Het werd nog die dag overgenomen door NRC Handelsblad. De transfer naar die Spaanse club is „de droom van elke zaalvoetballer”, meldde de Volkskrant elf dagen later. Urresti lichtte de stap in beide landelijke dagbladen enthousiast toe.

Eén probleem: FC Barcelona wist van niks.

Dat onthulde BN/De Stem vorige week woensdag, zestien dagen na het eerste bericht. De journalist had argwaan gekregen en gebeld met coaches, de KNVB en met FC Barcelona. Daar zei men niks te weten van een transfer van Urresti, die van Spaanse afkomst is. Bij Barcelona zei een woordvoerder: „Wij kennen deze speler helemaal niet en hebben totaal geen interesse in hem.” Kennissen van Urresti typeerden hem in BN/De Stem als een verwarde fantast.

De Volkskrant kwam er afgelopen zaterdag op terug, onder de kop ‘Zaalvoetballer Urresti heeft het gedroomd’. De krant had nu commentaar van FC Barcelona, maar ook van Urresti, die volhield dat hij in december naar Spanje gaat voor een ‘oefenstage’. NRC Handelsblad volgde pas donderdag met een bericht waarin de club alles opnieuw ontkent.

Wat is er hier misgegaan?

Bij deze krant werd een sportredacteur getipt door een kennis, die het eerste bericht op de site van BN/De Stem had gezien. Hij overlegde die ochtend met de redactie en het onderwerp werd geschikt bevonden voor de interviewrubriek van diezelfde dag. Dat werd dus aanpoten.

De sportredacteur belde de voorzitter van Fermonia Boys voor het telefoonnummer van Urresti. De voorzitter zei dat hij inderdaad had gehoord dat Urresti naar Barcelona ging. Wat volgde was een interview met Urresti, die in geuren en kleuren zijn overstap toelichtte („Ik denk dat ik een goede indruk heb achtergelaten.”)

Moet een journalist dan alles checken wat iemand over zichzelf beweert?

Nee, niet altijd. Maar wel als iemand zo onbekend is op de redactie als Urresti. De sportredacteur had nog nooit van hem gehoord. Collega’s kenden hem ook niet.

Bovendien is het ook zaak de juiste vragen op de juiste plaats te stellen. Waarom wilde Barcelona hem? NRC Handelsblad vroeg het aan Urresti zelf: „Hoe is FC Barcelona bij jou terechtgekomen?” Ook de Volkskrant wilde van hem weten: „Hoe komt zo’n grote club bij een Nederlandse zaalvoetballer terecht?” Dat zijn geen vragen die je aan hém moet stellen, maar aan FC Barcelona.

Dat deed uiteindelijk gelukkig de correspondent in Madrid, op verzoek van de sportredactie – dat kwam aan de late kant. De Volkskrant had het bericht vijf dagen eerder gecorrigeerd.

Ook op de redactie hadden alarmbellen moeten rinkelen. Er was geen persbericht en geen contract. De sportredacteur vond het wel vreemd dat hij diverse leeftijden van Urresti tegenkwam. Uiteindelijk werd hij in NRC Handelsblad 31, was hij in de Volkskrant 32 en in De Stem ten slotte 37 jaar. Je wordt snel oud in het zaalvoetbal.

Er was wél een alarmbel gaan rinkelen bij het Eindhovens Dagblad, van hetzelfde concern als De Stem, toen een eindredacteur daar het nieuwtje zag binnenkomen. In Eindhoven kenden ze Urresti wel: de krant had eerder een akkefietje met hem gehad dat deed twijfelen aan zijn geloofwaardigheid. Maar dit verhaal zag er oprecht uit. De eindredacteur stuurde zijn twijfels en vragen toch maar per mail naar de journalist van De Stem. Maar die was toen al weg en zag de mail te laat. Murphy’s wet in actie. Hij revancheerde zich twee weken later, met een stuk waarin de zaak uitvoerig wordt uitgelegd.

Wat alle redacties parten speelde, is dat zaalvoetbal vrij onbekend is. Er is weinig parate kennis over op de redactie. Maar ja, het stuk moest klaar – en waarom zou iemand over zoiets liegen? Dan val je toch door de mand?

Sommige mensen doen dat nu eenmaal, mand of geen mand.

Een bekende sportfantast was bijvoorbeeld ‘Haagse Rocky’, een man van Molukse afkomst die in 2001 kranten en televisie haalde met een „reddingsplan” voor de noodlijdende voetbalclub Vitesse.

Hij deed zich voor als woordvoerder van het Amerikaanse concern Wal-Mart, dat 100 miljoen gulden in Vitesse zou willen steken. Hij belegde een persconferentie, waar tal van journalisten kwamen opdagen, maar natuurlijk niet de gulle Amerikanen (die „zaten vast in Spanje”).

Het toeval – hoop ik dan maar – wil dat ik deze ‘Rocky’ een keer had ontmoet, halverwege de jaren negentig. Ondanks zijn verwaaide voorkomen had hij zich vakkundig langs de portier van de Amsterdamse redactie weten te praten. Binnen stak hij van wal met een hartstochtelijke aanklacht tegen het Hollandse kolonialisme.

De toenmalige chef Boeken, ervaren in het omgaan met de minder aangepaste medemens, wist hem met zachte dwang terug de lift in te praten. Rare snuiter, maar wel een prikkelend gesprek. Ergens waren we blij dat we hem terugzagen op televisie.

Dat is de kracht van fantasten. Je gelooft ze graag.