De hulp moet uniek zijn

Het mes gaat in de hulp aan arme landen. Goede bedoelingen zijn niet langer genoeg. Het eigenbelang van Nederland mag ook meetellen.

„We bevinden ons in een keurig gezelschap en hoeven ons nergens voor te schamen.” Staatssecretaris Knapen (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) toonde zich gisteren een overtuigd snijder in eigen vlees. Bij de presentatie van zijn plannen om aan de eisen van het regeerakkoord te voldoen, had hij het zonder al te zwaar gemoed over „drastische bezuinigingen”.

Het budget voor ontwikkelingshulp, nu 4,9 miljard euro, wordt in twee jaar met 900 miljoen euro teruggebracht. Maar het voordeel is dat een zodanig groot bedrag „dwingt keuzes te maken”, aldus Knapen. De kaasschaaf biedt geen soelaas.

Die scherpe keuzes zijn dan ook gemaakt in de zogeheten ‘basisbrief ontwikkelingssamenwerking’, waarachter het kabinet zich gisteren heeft geschaard. Het aantal partnerlanden dat volgend jaar nog 37 bedraagt, zal drastisch worden gereduceerd tot uiteindelijk tien. Welke is nog niet bekend. Tevens zullen de ten minste elf verschillende beleidsthema’s – nu nog variërend van mensenrechten tot ‘gender’ – „substantieel” worden teruggebracht. Voorts vindt een verschuiving plaats van sociale naar economische ontwikkeling. „Zelfredzaamheid krijgt meer nadruk, we gaan van hulp naar investeren”, schrijft Knapen.

Leidraad bij de „fundamentele herziening” van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid is het dit jaar verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Niet echt verwonderlijk, want Knapen maakte toen zelf deel uit van die raad. Kernpunt van het rapport was dat de goede bedoelingen als invalshoek bij ontwikkelingshulp moesten worden verlaten. Het was tijd voor gerichte keuzes.

Bepalend voor de toekenning van hulp wordt in het vervolg de vraag waar Nederland „daadwerkelijk een verschil kan maken” en kan „excelleren”, stelt Knapen. Aan basisonderwijs kan Nederland weinig eigens toevoegen, maar dat geldt niet voor landbouw. „Zo krijgt ontwikkelingssamenwerking meerwaarde en een herkenbaar profiel, ook in eigen land”, aldus de brief. Dat laatste is van belang voor het terugwinnen van het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking, maakte Knapen gisteren in een toelichting duidelijk.

Op dat terrein is inderdaad allereerst een wereld te winnen in eigen land. De scepsis over het nut van ontwikkelingshulp is groot; ook in de politiek waar de lange tijd bestaande brede consensus sinds enkele jaren weg is. De VVD, de grootste partij van het land, had het liefst dieper gesneden in de uitgaven voor de Derde Wereld. Het verkiezingsprogramma van de liberalen ging uit van een halvering van het budget. De PVV, gedoogpartner van het minderheidskabinet, wil ontwikkelingssamenwerking helemaal afschaffen.

„Zichtbare resultaten zijn nodig om de burger bij ontwikkelingssamenwerking te betrekken”,schrijft Knapen. Meer dan bij vorige kabinetten mag dat resultaat ook in eigen land voelbaar zijn. Het Nederlands belang zal zwaarder meewegen bij het verdelen van hulpgelden. Bijvoorbeeld voor het bedrijfsleven, dat meer zal worden ingeschakeld bij publiek-private partnerschappen. Vandaar dat het budget voor de private sector en voedselzekerheid (landbouw) ondanks de bezuinigingen nog met 40 miljoen euro omhoog gaat. Programma’s waar Nederland niet het verschil kan maken, worden daarentegen fors gekort: onderwijshulp gaat volgend jaar met 160 miljoen terug naar 448 miljoen euro en gezondheidszorg levert op een bedrag van 452 miljoen 71 miljoen euro in.

Het nieuwe vaste percentage Nederlandse ontwikkelingshulp zal na de bezuinigingen 0,7 procent van het bruto binnenlands product bedragen: 0,1 procentpunt minder dan nu. Daarmee voldoet Nederland aan de enkele jaren geleden geformuleerde internationale afspraak.

Wat zegt dit percentage? Internationaal bestaan strikte criteria over welke uitgaven eronder mogen vallen. Maar in zijn brief zegt Knapen dat het kabinet zich „krachtig” zal inzetten voor het verruimen van de criteria. Als dit lukt, zou dat bijvoorbeeld betekenen dat Nederlandse militaire missies in fragiele staten ook gedeeltelijk met ontwikkelingsgeld gefinancierd kunnen worden. Dat scheelt Defensie weer.

Duidelijk is dat ook na deze bezuinigingsronde naar Knapens begroting geloerd zal worden. Sterker nog: hij doet het zelf al.