'Dat zorgzame, dat hebben we alletwee'

Morgen gaat het verbouwde DeLaMar Theater open in Amsterdam. Het is de realisatie van een droom van Joop van den Ende en Janine Klijberg. Gesprek met twee mecenassen. ‘Je hoort iets terug te geven aan de samenleving. Echt, er is geen dubbele bodem’

Na het eerste gesprek, op vrijdag, laat ‘Joop’ bellen. Het is 80 procent over Joop gegaan, en 20 procent Janine. Dat moet anders.

Bij het tweede gesprek is de vloer voor Janine, maar Joop komt als eerste op.

Hij praat graag en veel. Hij weet het zelf. „Je gooit er een kwartje in, en er komt voor een gulden uit.”

Misschien zegt Joop van den Ende daarom steeds ‘we’: alle ogen zijn altijd gericht op hém. En hij wil háár zo graag naar voren schuiven. Natuurlijk, hun posturen helpen niet mee. Hij groot, in een zwart pak, met zwarte blouse zonder das. Zij, ook in een zwart broekpak, tenger. Hij: „Mensen duwen haar letterlijk weg om maar bij mij te komen.” Zij: „Soms deel ik een schopje uit. Als hij me vergeet voor te stellen.”

In Madrid, Berlijn, New York, Londen en Moskou lukte het wel. Joop van den Ende heeft 28 theaters, met ruim 10 miljoen bezoekers. Maar in Amsterdam, de stad waar hij 68 jaar geleden werd geboren, de stad waar hij het allerliefst een eigen theater wilde, dáár lukte het maar niet.

Eerst moest het stadsbestuur hem niet. Hij was toch ‘Joop van Ellende’? De man achter de Honeymoonquiz en Big Brother, de ontdekker van André van Duin en Henny Huisman, de man van musicals als Aïda en Cyrano? Dat was geen kunst, dat was entertainment. Daarna wilde de stad wel, maar hij niet. Hij had geen trek in de locatie die hem werd aangeboden, tegenover Ajaxstadion Arena. „Een ongezellige gribus.” Bijna leek het te lukken, aan de dure Zuidas, bij de Rai. Maar daar heeft hij de bouw stil laten leggen. De vastgoedmannen met wie hij zaken deed, worden verdacht van fraude.

Maar nu is het gelukt. Morgen gaat het verbouwde DeLaMar Theater aan de Amsterdamse Marnixstraat open. Zijn naam staat niet op de gevel, maar het is tot de laatste baksteen zijn theater. Of liever: van hem en zijn vrouw, Janine Klijberg. Want Joop van den Ende hoor je nooit meer ‘ik’ zeggen, het is altijd ‘wij’, of ‘Janine en ik’. Dit was hun droom en die is uitgekomen met hun geld. Hun vermogen wordt geschat op ten minste 1,5 miljard. Dat bedrag kreeg Joop van den Ende toen hij in 2000 zijn aandeel in Endemol verkocht, dat was uitgegroeid tot de grootste productiemaatschappij voor televisie ter wereld.

Het echtpaar geeft een deel van zijn geld weg via de VandenEnde Foundation. In tien jaar tijd gaven ze 115 miljoen euro. Voor leerstoelen cultureel management aan de Universiteit van Rotterdam en Amsterdam, extra balletlessen voor een jonge danseres, voor een vleugel voor de pianobroertjes Lucas en Arthur Jussen. En 65 miljoen euro voor de koop en verbouwing van het DeLaMar Theater.

Afgelopen zondag kregen de 450 bouwers en hun vrouwen een lunch aangeboden en speciaal voor hen werd de musical La Cage aux Folles gespeeld, het openingsstuk. Joop van den Ende: „Iedereen denkt: de grote dag is morgen, als de koningin komt en tout Amsterdam. Het is voor mij even belangrijk. Bij het begin van de bouw hebben we alle mannen meegenomen op een boottocht door de grachten. Ik zei: ‘dit is geen gewone klus. Dit is erfgoed. Je bouwt aan een stukje geschiedenis van Amsterdam.’” Het theater aan de Marnixstraat tegenover de Stadsschouwburg werd in 1887 gebouwd als school. Na de Tweede Wereldoorlog maakte cabaretière Fien de la Mar er een theater van en dat bleef het tot in de jaren negentig. Het verpauperde en moest dringend opgeknapt. Maar Amsterdam had geen geld. Joop wel.

Joop en Janine van den Ende hebben alles in het theater samen gedaan. Alles. Het licht te fel in de herenwc? Joop bemoeit zich ermee. Zwarte vegen op de nieuwe rode vloerbedekking in de foyer? Janine schrikt ervan. O nee, het bijschrift bij een foto aan een van de muren is weg geschilderd. Háár foto’s. Zij gaf vijf bekende fotografen opdracht werk te maken voor het theater. Joop poetst terloops de zilvergrijze menukaart van hun Grand Café. Er zitten vette vingers op. Zij stelde de kaart samen, met de chef-kok van Klein Paardenburg. Bezorgd: „Glimt-ie niet te veel in het avondlicht?”

We hebben elkaar gevonden, zegt Joop van den Ende, in dat verzorgende. Dat is zijn filosofie, ook voor alle medewerkers in het theater. Ontvang de gasten alsof je thuis een dinertje geeft. „Dan ruim je op, trek je wat leuks aan, steek je de kaarsjes aan.” Ga eens kijken, zegt hij, in de theaters van de overheid. Hoe dat soms is ingericht. Hij zoekt naar woorden. „Zo smakeloos.”

Hij: „Als iemand zegt: draag mijn tas, dan doe ik het niet. Maar voor iemand met talent, iemand die ik bewonder, regel ik alles. Van de stomerij voor je kleren, tot de advocaat voor je scheiding.”

Wat Joop en Janine ‘zorgzaamheid’ noemen, is soms genadeloos. „Doe je je werk met de Franse slag? Dan ga je weg.”

Janine van den Ende heeft de rol van vrouw-van. Ze had poenig kunnen worden, zich kunnen wentelen in de weelde die Joop haar verschaft. Ze had bitter kunnen worden, omdat hij alle aandacht absorbeert. Maar ze heeft besloten met hem op te trekken. Hard te werken, ook al is het soms in zijn schaduw. „Toen ik met Joop trouwde, zei mijn lieve oma: ‘zorg dat je bij deze man in de buurt blijft. Zijn werk is zijn alles. Dus werk met hem mee’.”

Zij was 32 toen ze met hem trouwde, hij 46 en haar baas. Zij kwam solliciteren als regieassistente voor de 1-2-3 Show bij Van den Ende Productions in Aalsmeer.

Zij: „Joop van den Ende? Nooit van gehoord. Rudi Carell presenteerde de show. Die kende ik wel.”

Hij: „Ze was zo’n punkie meisje in een spijkerbroek.”

Ze had een sollicitatiegesprek met regisseur Guus Verstraete. Van den Ende liep de kamer binnen, luisterde even en zei: „Die moesten we maar nemen.” Ze had de academie voor expressie gedaan in Utrecht, had stage gelopen bij Herman van Veen, deed de regie bij Sesamstraat.

De eerste kus kwam later. Hij was nog getrouwd. Met An. Op zijn 21ste ontmoet, en na negen maanden getrouwd. Ze had al een zoon, Fred. Samen openden ze een feestwinkel in Oostzaan, later een in Amsterdam-West. „De enige winkel waarvoor je geen middenstandsdiploma nodig had.” Hij had alleen een timmerdiploma. Hij verhuurde zichzelf als clown Tako of als Batman.

Hij: „Ze was ouder dan ik. Een jaar of 14.”

Zij: „Zeven.”

Waarom trouwde u zo jong?

„Het ging zoals het altijd gaat met mij. Zodra iets me een goed gevoel geeft, heb je me snel voor je gewonnen. En met een alleenstaande moeder rommel je niet. Ik vond dat ik voor haar moest zorgen. En dat heb ik heel lang volgehouden.”

21 jaar.

„Pas toen ik voorbij de veertig was, durfde ik te scheiden. We hadden samen altijd hard gewerkt. Zij dacht al aan afbouwen, wou het rustiger aan gaan doen. Maar ik was nog maar net begonnen. Ik wilde nog van alles. Ik vond het dramatisch, scheiden past niet bij mij. Ik had twee vrienden verteld van mijn plan weg te gaan. Ze regelden een flatje voor me in Amstelveen. Gemeubileerd. Fantastisch natuurlijk. Maar ik kom daar. Ik had alleen een paar kostuums bij me en wat foto’s, ik zie al die eikenhouten meubelen. Ik zeg: ‘sorry jongens, ik red dit niet hier’. Ik heb die nacht een kamer in het Hilton geboekt.”

U scheidde ook van een bepaald milieu?

„Ik heb daarna een appartement in Buitenveldert gehuurd. Ik ging naar de showroom van Jan des Bouvrie. Ik zeg: Jan, niks bestellen, ik wil het spul direct hebben. Een zwarte bank, witte kasten. Modern, strak, fris. Ik heb anderhalf jaar alleen gewoond. Dat is heel goed voor me geweest.”

Want toen kwam Janine?

„Nee, daar was ik nog niet aan toe. Ik vond haar leuk, alleen wist ik dat zelf niet. Toen ze een jaar bij me werkte, overleed haar vader. Haar broer probeerde haar te bellen, maar kon haar niet bereiken. De mobiele telefoon bestond nog niet. Hij belde mij en vroeg of ik haar op de hoogte wilde brengen. Ik ging naar de opnamestudio waar ze werkte, vroeg of ze even meekwam.”

Zij: „Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan. Hij keek zo serieus, en in die donkerblauwe regenjas.”

Hij: „Ik kom terug op kantoor, waar mijn toenmalige vrouw de administratie deed. Ik zeg: ik denk dat ik ook maar naar de begrafenis ga. Dat ga je niet, zegt zij. Je vindt haar veel te leuk. Zij had toen al door waar ik nog een paar jaar voor nodig had.”

Waarom Janine?

„Mijn vrienden vonden haar geen geschikte vrouw voor mij.”

Waarom niet?

Zij: „Ja, waarom eigenlijk niet?”

Hij: „Jij zag eruit als een jong meisje. Een spring-in-’t-veld. Ze vonden een traditionelere, chiquere vrouw beter bij me passen.”

Ze trouwden. En sindsdien is Janine betrokken bij alles wat Joop doet. „Ik lag te bevallen van onze dochter Iris. Thuis. Ik zag aan zijn gezicht dat er iets was.” Zijn televisiezender TV10 mocht op het laatste moment niet doorgaan. Al het personeel moest worden ontslagen, de banken legden beslag op hun huis. Het stond op de voorpagina van De Telegraaf.

Zij: „Ik kwam bij de slager. Portemonnee vergeten.”

Hij: „Je kreeg het vlees niet mee.”

Zij: „Ik moest eerst thuis geld gaan halen.”

Tussen de borstvoedingen door reisde ze met Joop mee naar Luxemburg, om het met RTL alsnog te proberen.

Joops vader komt uit een arbeidersgezin uit Amsterdam-Oost. Netjes, maar weinig ontwikkeld. Janine komt ook niet uit een rijk gezin. Haar ouders werkten bij een grote handelsonderneming in Indië. Na een verlof in 1954 in Nederland mochten ze niet terug. Ze waren alles kwijt. Maar zij ging naar het atheneum, hield van lezen, van kunst en toneel. En haar kennis was net wat Joop nodig had om verder te komen.

Ze is zijn externe geweten. Ze zegt zachtjes ‘psst, wachten’ als hij tijdens een speech een lekkere, grote hap van zijn appeltaart wil nemen. Zij roept hem ter verantwoording na een minder geslaagd optreden in De wereld draait door. Ze riep hem ter verantwoording toen hij de voorloper van Temptation Island op de televisie bracht. Jonge, niet getrouwde stellen worden los van elkaar ondergebracht op een exotisch eiland en daar blootgesteld aan jongens en meisjes die hen proberen te verleiden.

Zij: „Ik zei: ‘is dit nou wat je wilt maken?’”

Hij: „Nee, je zei: die vuiligheid. Ben je belazerd? Ik was de eerste met zo’n realityshow. Relaties, vreemdgaan, verzoenen, ik wist dat zoiets aan zou slaan.”

Zij: „Dus je had het ook nog zelf bedacht?”

Zij is waarschijnlijk de enige die, af en toe, zijn uitknop weet te vinden. Hij zegt dat hij niet altijd doet wat ze zegt, maar altijd naar haar luistert. Want net als zij is hij loyaal. Al vijfentwintig jaar dezelfde chauffeur, de vrouw uit Aalsmeer die na zijn scheiding zijn flat in Buitenveldert schoonmaakte, werkt nog steeds bij hen, de bank die hem zijn eerste lening gaf toen anderen hem weigerden, daar is hij nu nog klant, en toen er acuut een interim-directeur nodig was voor het DeLaMar, belde hij theaterdirecteur Fons Bruins die zijn toenmalige sterren twee avonden boekte. Dat was in 1972.

Joop van den Ende vergeet niets. Hij wordt nóg kwaad als hij vertelt dat hij „tot op het bot” is uitgemaakt voor alles wat mooi en lelijk is. „Zoveel bagger kreeg ik over me heen. Mijn tv-programma’s waren ranzig, mijn musicals slap, ik deugde niet. Achteraf vind ik heus niet alles mooi of goed wat ik heb gedaan. Maar ik heb altijd het beste gemaakt van wat op dat moment binnen het genre mogelijk was.”

Toen hij en Janine de Foundation oprichtten, was het weer niet goed. „Toen zeiden ze: ‘hij wil zeker erkenning kopen bij de elite.’” Het moet een triomf zijn dat ook de „kunst met grote k” niet kan bestaan zonder zijn geld. Hij gaf zes miljoen voor de renovatie van het Stedelijk Museum, een bijdrage voor het Holland Festival, Oerol op Terschelling, en nu weer het DeLaMar Theater. Eerst wilde de gemeenteraad liever niet dat een particulier bezit nam van de cultuur in de stad. Tot ze ontdekten dat alle grote Amsterdams kunstgebouwen – circustheater Carré, het Concertgebouw, bioscoop Tuschinsky – eind negentiende eeuw werden betaald door particulieren, toen kon het wel. En nu is hij ineens een mecenas. Een weldoener.

Waarom wilt u zo graag geven?

Hij: „Zo ben ik opgevoed. Je hoort iets terug te geven aan de samenleving. Echt, er is geen dubbele bodem.”

Zij: „Ik ben zelf twee keer gezakt voor mijn atheneum. Ik kon gelukkig toch naar de academie na drie weekeinden audities. Het was sappelen, overdag werken in een koffieshop, ’s avonds extra ballet- en zanglessen.”

U wou ook zelf op het toneel. Net als Joop?

„Ik droomde ervan Julie Andrews te zijn, of Liza Minelli. Maar ik kon vooral heel goed volksdansen.”

Hij, trots: „We hebben met allebei mogen werken.”

U hebt vast leren doorzetten van dat sappelen. Moeten de mensen die u om geld vragen niet ook gewoon werken voor hun geld?

Zij: „We zoeken uit of de ouders het echt niet kunnen betalen, of iemand misschien een bijbaantje kan nemen. We zijn best streng. Het is niet de bedoeling dat ze er leuk boodschappen van gaan doen.”

Hij: „Ik was veel eerder veel verder geweest met wat extra steun. En dan heb ik het niet over geld. Maar over opleiding, over kennis vergaren. Kijk naar mijn zuster, ze is 84 en werkt als verzorgende bij de oudjes in een tehuis in Reigersbos. Geweldige vrouw, maar volks gebleven. Net als ik. Onze dochter heeft Engels gestudeerd in Engeland en zit in het eindexamenjaar van de Filmacademie. Ze is verder dan ik op mijn veertigste, ik sprak toen geen woord over de grens.”

Zij: „Maar die mentaliteit, van altijd maar verder en meer bereiken, kan ook benauwend zijn. Voor onszelf. Maar ook voor onze kinderen.”

Hij: „En nu ga je zeker zeggen dat het goed is dat ze met z’n tweeën zijn?”

Hij vertelt dat ze anderhalf jaar na Iris begon over nog een kind. „We zaten in een twee sterrenrestaurant. Eerst ging ik boos weg. Toen zij.”

Waarom wilde u geen tweede kind?

Hij: „Ik was doodsbang.”

Zaten er ongelukkige kinderen in de familie?

Hij: „Nee, nee. Dat was het niet. Maar het kan toch misgaan?” 

De wording van een kind was waarschijnlijk het enige waar Joop van den Ende géén controle over had. Vincent is nu achttien. Hij studeert ook in Engeland en is dj en producer van housemuziek.

U leest alle aanvragen bij de foundation zelf?

Zij: „Ja. Samen aan de keukentafel. Maar dan is er al een voorselectie gemaakt. We richten ons vooral op de podiumkunsten.”

Hij: „Nou moet je vertellen dat jij meer wou dan alleen klassiek.”

Zij: „Ik ben dol op klassieke muziek, maar hiphop is ook geweldig. Of mime. Of multicultimuziek.”

U heeft weleens gezegd dat u ’s ochtend niet naar de brievenbus durfde te kijken.

Hij: „Verschrikkelijk. Al die ellende. Die kan zijn zilveren bruiloft niet vieren omdat zijn geld is verdampt door de crisis. Die is ongeneeslijk ziek. Een gehandicapt kind heeft dolfijntherapie nodig.”

Met zo’n fonds roept u het toch over uzelf af? De directeur van het fonds, Ryclef Rienstra zegt dat hij het direct merkt als u bij een receptie of een opening bent geweest.

Hij: „Naar filmpremières gaan we niet meer. Ik kwam altijd met tien scripts thuis. Je moet structuur aanbrengen in je geven. Voorheen gaven we ook wel. Maar hap-snap. Nu is er iets meer afstand.”

U vraagt er niks voor terug?

Hij: „We zijn laatst uitgenodigd bij de burgemeester in de ambtswoning, met allemaal dierbare vrienden. Om ons te bedanken. Het had niet gehoeven, maar ik waardeer het wel.”

Het DeLaMar Theater heet niet VandenEnde theater. Waarom geen Joop- of Janinezaal?

Hij: „Dat zou ik verschrikkelijk vinden.”

Zij: „Zoiets doe je niet.”

Hij: „Nee, dat heeft geen niveau.”

Maar u stelt zelf altijd New York ten voorbeeld.

„Het MoMa is volledig gefinancierd met particulier geld. Als rijke New Yorker hoor je er niet bij als je geen geld geeft aan ‘jouw’ concertzaal of theater. En natuurlijk staat je naam dan op de muur of op een paar stoelen.

Hij: „Hier moet dat nog komen. Het Stedelijk Museum bood aan een van de zalen naar de VandenEnde Foundation te noemen. Dat is prima.”

Waarom is dat dan niet verschrikkelijk?

Hij: „Als het mijn eigen project is, zet ik mijn naam er niet op, dat is niet chic. Maar nu wordt het ons aangeboden, als dank. Dat is wat anders.

Zij: „Maar je moet ermee oppassen. Voor je het weet, valt iedereen weer over je heen.”

Bent u daar inmiddels niet immuun voor?

Resoluut: „Nooit. Het gaat nu goed. Het is overwhelming wat er met ons gebeurt. Al die lof. Je gaat bijna denken: wanneer komt de klap?”