Afkicken op niveau

De moderne verslaafde is geen tandeloze junk, maar een man of een vrouw met een inkomen en een reputatie. Een gat in de markt voor particuliere verslavingsbureaus. Voor wie snel, discreet en stijlvol wil afkicken.

Het laatste wat de chefkok (30) wilde, was een behandeling in een reguliere verslavingskliniek: „Ik ken te veel mensen in de stad en wilde absoluut niet gezien worden in de buurt van een Riagg of een kliniek. Maar er moest wel wat gebeuren. Mijn vriendin was al een paar keer bij me weggegaan, maar ze was altijd weer teruggekomen. De wake-up call kwam toen ze aankondigde definitief te vertrekken. Op mijn drie vrije dagen in de week was ik alleen nog maar bezig om bij te komen van het zuipen en snuiven van de nacht ervoor. We hadden echt geen leuke relatie meer.”

Deze kok, die niet met zijn naam in de krant wil, is het voorbeeld van een moderne verslaafde. Het begrip verslaving staat hem tegen, want daaraan kleeft het imago van verloedering en het maatschappelijk verval van een heroïneverslaafde. Daarmee wil je als ondernemer, topsporter, politicus of bankier niet geassocieerd worden. Wat begint als recreatief gebruik, kan door genetische aanleg of prestatiedruk ontaarden in een afhankelijkheidsprobleem.

De jongeman was op zijn vijfentwintigste al chef-kok. „Als tiener was ik gewend te experimenteren met drugs: alcohol, jointje, pilletje, paddo’s, lsd, cocaïne. Ik leefde verder normaal, was gezond. Drugs hoorden gewoon bij het uitgaan. Pas toen ik een stressvolle baan kreeg, ging ik drugs gebruiken als zelfmedicatie. Van alcohol werd ik ontspannen, van coke kreeg ik meer zelfvertrouwen. Bovendien kun je met coke door blijven drinken, het heft de negatieve effecten van alcohol op. Ik versnoof op het laatst vier à vijf gram per week, voor zo’n duizend euro per maand. Ik kon het makkelijk betalen: ik woonde goedkoop en verdiende meer dan genoeg. Lang hield ik mezelf voor dat ik het gebruik wel in de hand had.”

Maar langzaamaan ging het gebruik zijn leven beheersen. Hij zocht hulp bij een particuliere psychologe. Die concludeerde dat hij een verslavingsprobleem had en verwees hem door naar De Wit Consultancy, een particulier bureau dat volledige discretie garandeert.

Gust de Wit begon in 2000 met een eigen verslavingspraktijk. De Wit is sinds 1974 werkzaam in de verpleging en de reguliere verslavingszorg. Dat veel mensen de reguliere zorg het liefst mijden, begrijpt hij wel: „Daar is sprake van een langdurige intakeprocedure, mensen worden fysiek en psychisch grondig doorgelicht. Maar niet iedereen heeft zin in zo’n molen. Bovendien heb je een verwijzing nodig van de huisarts. De gegevens komen in het patiëntendossier en dat is, vanuit oogpunt van privacy, niet altijd wenselijk. Sommigen betalen daarom liever zelf een behandeling hier.”

De Wit behandelt mensen met een baan of eigen inkomen die willen leren omgaan met hun uit de hand gelopen middelengebruik. Gemakkelijke stoelen, kunst aan de muur, een luxe koffiezetapparaat en uitzicht op een rustgevende tuin vormen de omgeving waar een cliënt in vijftien tot vijfentwintig sessies grip kan leren krijgen op zijn verslaving. Mensen die bijvoorbeeld onder medisch toezicht moeten ontgiften, verwijst hij naar een particuliere kliniek. „In een reguliere kliniek wordt geen onderscheid gemaakt tussen milieus. Een advocaat en een zogenaamde veelpleger kunnen elkaar op dezelfde afdeling tegenkomen. Voor mijn cliënten is een verblijf op niveau, tussen mensen die dezelfde ‘taal’ spreken, een nadrukkelijke wens.”

Voor deze groep nog niet verloederde verslaafden zagen particuliere bureaus zo’n tien jaar geleden een gat in de markt. Aanvankelijk betaalde de klant alles zelf, maar vanaf 1 januari 2008 worden behandelingen korter dan een jaar in de geestelijke gezondheidszorg vergoed via de zorgverzekeringswet. Een particuliere instelling – indien erkend door de GGZ – krijgt een vergoeding uit het basispakket. Voor de luxe betaalt een cliënt zelf, via een aanvullende verzekering of uit eigen portemonnee.

Het aantal particuliere bureaus schommelt rond de dertig. Sommigen organiseren al dan niet erkende behandelingen in het buitenland. Anderen werken met het uit Amerika overgewaaide Minnesota model, ook wel bekend als Anonieme Alcoholici, een succesvolle behandel-methode die wereldwijd veel aandacht krijgt. Een van de twaalf stappen uit dit model is de spirituele erkenning van een Hogere Macht: God, of ‘een Macht groter dan onze verslaving’. Daar moet je wel voor openstaan.

Begin 2009 opende de particuliere kliniek RoderSana haar deuren. Het idee voor RoderSana is geënt op de reguliere kliniek Roderheide waar topfunctionarissen in de jaren zeventig en tachtig terechtkonden voor ‘stressgerelateerde alcoholproblemen’. De kliniek werd in 1971 opgezet door Philips maar werd kort daarna ondergebracht bij de reguliere zorg. In de jaren tachtig nam het aantal harddrugsverslaafden in Nederland toe. Maatschappelijk verloederde gebruikers hadden ook recht op een verblijf op Roderheide. De gegoede innemers voelden zich niet meer ‘thuis’ en bleven weg; eind jaren tachtig werd de luxe opgezette kliniek gesloten.

Maar het aantal verslaafden nam toe, ook onder de beter gesitueerden. En ook voor reguliere instellingen is die doelgroep interessant. Novadic-Kentron, de reguliere verslavingsinstelling in Noord-Brabant, is nu een van de aandeelhouders van het particuliere RoderSana. Het moet een alternatief zijn voor mensen met een (hoge) publieke of maatschappelijke functie. De winst uit RoderSana gebruikt Novadic-Kentron onder meer voor opleidingen en onderzoek. En dat komt dan weer ten goede aan de hele verslavingszorg.

Een directiesecretaresse (44) klopte aan bij RoderSana nadat ze op een dag besloot definitief een punt te zetten achter haar drankmisbruik: „Overdag was ik al bezig met hoeveel flessen wijn ik na mijn werk bij de slijter zou gaan halen. Thuis tijdens het koken sloeg ik in rap tempo twee flessen achterover. Na het eten lag ik laveloos op de bank. Mijn man vond het vreselijk en wilde dat ik stopte. Zelf dronk hij zowat nooit. Ik beloofde steeds beterschap maar het lukte me niet om mezelf te beheersen. De schuld, de schaamte! Op het laatst kon ik er niet meer tegen.”

Via internet vond ze RoderSana: „Hun aanpak sprak me aan: een verblijf in een rustige omgeving met extra voorzieningen en veel persoonlijke aandacht. Maar het belangrijkste was dat ik er direct terechtkon, er was geen wachtlijst.”

In een periode van zeven weken doorliep de directiesecretaresse een intensief programma: „Ik was bereid er hard voor te werken. Van zeven uur ’s ochtends tot aan het avondeten deden we aan meditatie en er waren individuele en groepsgesprekken. Door therapeutische omgang met paarden leerde ik om beter te voelen en mijn grenzen aan te geven.”

In antwoord op de toename van particuliere bureaus is ook de reguliere verslavingsinstelling Jellinek zich op de markt voor de beter gesitueerden gaan richten, met een luxeresort op Curaçao: Jellinek Retreat. In een vijfsterrenomgeving kunnen topondernemers en andere welgestelden een behandeling krijgen voor hun verslaving, depressie of overgewicht. Snel en anoniem.

Een journalist (49) zocht zijn toevlucht bij het U-centre in Zuid-Limburg. U-centre is een volledig particulier initiatief en richt zich op talloze vormen van verslaving.

Jarenlang gebruikte hij het slaapmiddel Imovane. Ook blowde hij geregeld om tot rust te komen. „Aanvankelijk gebruikte ik deze middelen vanwege werkdruk en relatieproblemen. Ik wist toen nog niet hoe verslavend slaapmiddelen waren en mijn huisarts deed er niet moeilijk over. Een paar jaar geleden wilde hij het echter niet meer voorschrijven; ik slikte het toen al elke nacht. Ik probeerde grip te krijgen op mijn slaapproblemen via een ‘slaappoli’. Maar zelfs minderen lukte niet, ik kreeg vreselijke nachtmerries. Via internet bleek ik in het buitenland zonder recept zelf gemakkelijk aan het middel te kunnen komen. Het werd ook nog keurig per post thuis bezorgd.”

Toen gingen de remmen pas echt los. Relatieproblemen had hij allang niet meer, maar hij bleef slikken om overdag te kunnen functioneren. Totdat hij in 2009, terug van een reis naar Argentinië, in een permanente jetlag belandde. Zelfs met pillen deed hij zowat geen oog meer dicht. Zijn huisarts verwees hem naar de Jellinek. No way, dacht de journalist: „Ik had geen zin in een eindeloze intakeprocedure en wilde bovendien niet tussen de junks zitten. In de krant las ik een artikel over het U-centre, een voormalig hotel, inmiddels een comfortabele kliniek inclusief zwembad en fitnessruimte met uitzicht over de heuvels. Ik kon er direct terecht en met mijn (aanvullende) verzekering zou alles worden vergoed. Alleen de reis erheen en een borg van zevenduizend euro moest ik zelf betalen. Dat laatste maakt dat er een selectie is, niet iedereen kan zo’n bedrag tijdelijk ophoesten.”

Wie geen zin heeft in een kliniek, kan ook thuis ontgiften onder medisch toezicht. Zoals het vervroegd gepensioneerde echtpaar (hij 55, zij 58). Ze ontmoetten elkaar in het plaatsje waar ze allebei wonen. Zij was net weduwe, hij pas gescheiden. Hij was een stevige, zij een sociale drinker. Zij: „Bij elkaar en de drank vonden we troost. We werden verliefd, we trouwden, maar van de drank raakten we niet meer af: samen consumeerden we jarenlang dagelijks zes flessen rosé.”

De echtgenoot was steeds vaker van de wereld; hij at weinig, liep te trillen en te zweten en moest vaak braken. De vrouw had een kwade dronk en smeet soms met drank en deuren. Een afkickpoging in de reguliere zorg strandde op betutteling: „Als je een minuut te laat bij het ontbijt was, waren de rapen gaar. Ik voelde me als een kleuter behandeld en ben weggegaan.”

Uiteindelijk verwees een particuliere psychiater ze naar de Home Clinic. Hij: „Het klikte meteen met de verslavingsarts die thuis de intake kwam doen. Tijdens zijn tweede bezoek werden we allebei uitgebreid fysiek onderzocht. Toen kon de detox beginnen. Vanaf dag 1 mochten we geen druppel alcohol meer drinken. Een sterke vitamine B-injectie en een dagelijkse dosis valium hielpen ons door de eerste weken heen. Het ontgiften viel me mee. De valium maakte me zo sloom dat ik tot mijn verbazing gewoon geen trek meer had in drank.”

Zij: „We moesten vier keer per dag onze bloeddruk en temperatuur meten en een blaastest doen. De eerste dag sloeg de meter nog ‘hot’ uit, daarna werd het minder. De gegevens moesten we elke dag telefonisch bespreken met de arts. Hij was een grote steun. En heel belangrijk: we konden hem elk moment op zijn mobiele nummer bereiken.”

Na het afkicken begonnen de wekelijkse gesprekken met de psychologe over de rol die drank in hun leven had gehad en hoe ze hun leven anders in zouden richten. Normaal maakt de Home Clinic daarbij gebruik van ‘buddies’, iemand uit de omgeving van de verslaafde. In dit geval steunde het echtpaar elkaar. Ze zijn nu bijna drie maanden verder. Ze hebben het hele huis opgeruimd en het parket opnieuw in de lak gezet. Hij: „Volgende week ben ik jarig, dan permitteren we ons wel een borrel.” Zij: „Maar niet meer dan twee glaasjes, we houden elkaar in de gaten.” Maar alcoholisten mogen toch geen drup meer drinken? „De Home Clinic kostte ons een flinke duit, dat weerhoudt ons wel om terug te vallen.”

Slagingspercentages zijn ook in de particuliere verslavingszorg moeilijk te meten. Alle instellingen komen met veelbelovende cijfers, maar verslaving wordt tevens erkend als een chronische ziekte en mensen kunnen zelfs na lange tijd weer terugvallen. Gust de Wit: „Net als iedereen kan ook ik slechts garantie bieden tot de hoek.”

De journalist zal nooit een goede slaper worden: „Maar slaappillen, daar doe ik niet meer aan. Blowen doe ik ook niet meer, dat nieuwe spul is me veel te heftig. Ik slaap liever een keer een nacht niet, daar ga je niet dood van.”

De directiesecretaresse weet dat ze geen druppel alcohol meer moet aanraken: „Eén glaasje is te weinig, duizend zijn er niet genoeg.” Door de behandeling is ze ook anders tegen het leven aan gaan kijken: „Ik ben relaxter geworden en dat bevalt me prima, ook al moest mijn man daar wel even aan wennen.”

De kok ziet al anderhalf jaar niet meer ‘wit om de neus’. Op een keer na, en daar wil hij het liever niet meer over hebben. Zijn vriendin en hij wonen nu in een koophuis en hebben een baby. „Ik heb een baan als souschef in een andere stad gevonden, zodat ik na mijn werk nog moet autorijden en niet kan drinken. In de kroeg drink ik nog wel af en toe. De cokedealers daar herken ik meteen, maar daar loop ik nu met een grote boog omheen.”