Zolang zij niet terugkomt, gaat ons verhaal door

Alejandro Zambra: Het verborgen leven van bomen. Vertaling Luc de Rooy. Karaat, 109 blz. € 15,95

Een man wacht een nacht lang op de terugkomst van zijn vrouw. Die avond is zij zoals gewoonlijk vertrokken naar tekenles, maar nu rijgen de uren zich aaneen. Hij vertelt een verhaaltje aan haar dochtertje, vrucht van haar eerdere huwelijk. Hij denkt terug aan de dagen waarin ze elkaar leerden kennen, aan zijn scheefgelopen eerdere relatie, aan zijn pogingen een roman te schrijven. En hij fantaseert over de toekomst van zijn stiefdochter, die ooit zijn boek zal lezen, maar hem misschien vergeten zal. En hij wacht, een hele roman lang, want – zo laat de schrijver direct in het begin al weten – ‘zolang zij niet terugkeert blijft het boek doorgaan.’

Dat is in een notedop het plot van Het verborgen leven van bomen van de jonge Chileense schrijver Alejandro Zambra, wiens debuutroman Bonsai (uit 2006) begin dit jaar al in een Nederlandse vertaling verscheen. Die twee boeken (die ook in het Spaans kort na elkaar werden gepubliceerd) roepen elkaar op, en dat niet alleen omdat ook in Het verborgen leven van bomen een eenzame man zich gaat toeleggen op het kweken van een bonsai-boompje. Afscheid, verlies en een algeheel gevoel van landerige vergeefsheid kenmerken beide romans.

Ze zijn ook nog eens allebei extreem dun. Bonsai had de lengte van een flink uit de kluiten gewassen verhaal, Het verborgen leven van bomen van een korte novelle. Het lijkt alsof Zambra in dat laatste boek met enige ironie zijn eigen werk becommentarieert, wanneer hij de literaire worsteling van zijn hoofdpersoon beschrijft. Eerst bijna driehonderd bladzijden bijeengeschreven, dan doorstrepen. ‘Het resultaat was ... een uitgemergeld bundeltje van zevenenveertig pagina’s dat hij toch een roman noemde.’

‘Armzalig’ noemt Zambra de roman van zijn hoofdpersoon ook nog, en daar kiert wel enig verschil met zijn eigen boek. Want hoe doelloos en lusteloos de gedachten ook mogen zijn van de man die wacht, armzalig is het schrijven niet. Veel meer dan in Bonsai gaat er een dwingende kracht van uit, die begrijpelijk maakt waarom Zambra momenteel beschouwd wordt als één van de beloften van de Latijns-Amerikaanse literatuur.

Veel vormvaster is ook het verhaal, dat eindigt met een omineuze zin. De vrouw is niet thuisgekomen, maar voor zijn stiefdochtertje houdt de man dat verborgen. Hij brengt haar naar school en – zo luidt de laatste zin – ‘hij kijkt haar aan en geeft haar een zoen en laat haar los’. Het verlies, dat hij zich eerder in zijn nachtelijke fantasieën had voorgesteld, kondigt zich aan: óók ten aanzien van het kleine meisje. Haar moeder, zo weet hij inmiddels net zo goed als de lezer, keert niet meer terug. De roman mag eindigen.