Zie hier een berg bruuske poëzie

Vera Pavlova. Foto Uitgever

Vera Pavlova: Een flinke teug van rook en regen. Vertaling Nina Targan Mouravi. Hoogland & Van Klaveren, 80 blz. € 14,90

Ik lees een kort gedicht, van vier regels. Zo begint het: ‘Alles wat ik schreef gaat in feite over neuken.’ Een dichter blikt terug op zijn werk, en heeft zojuist een interessante ontdekking gedaan. En nog een, zo blijkt uit de volgende regels: ‘En alleen als ik echt schrijf over neuken, / lijkt het alsof ik helemaal niet schrijf over neuken.’ Wat nu te doen? Dat staat te lezen in de vierde en laatste regel: ‘Daarom schrijf ik alleen maar over neuken.’

Het is een eenvoudig gedicht, met een eenvoudig rijmschema: neuken – neuken – neuken – neuken. Het ziet er uit als een goede grap en ik denk niet dat je er verder al te lang over na moet denken – al valt het nog niet mee om de redenering helder in eigen woorden na te vertellen.

Aan het woord is de Russische dichteres Vera Pavlova. Zij is goed in korte, puntige gedichten. Vaak gaan ze over de liefde, en dan vooral de lichamelijke liefde, maar dat had u al begrepen. En vaak zit er iets spottends en iets bruusks in, of een uitdagende wending. Zie het volgende kwatrijn: ‘Als ik wil huilen loop ik over het kerkhof. / Als ik wil schreeuwen ga ik naar het voetballen. / Als ik warmte wil zet ik theewater op. / Als ik gezelligheid wil doe ik het licht uit.’

Wrang

Ook dit klinkt weer licht spottend. Het speelt met clichés over gevoelens als verdriet en woede, maar misschien is het tegelijk toch ook een wrang zelfportret. Hier staat vier keer achter elkaar stoer ‘Ik red me wel’, maar dat is natuurlijk nog maar de vraag.

De gedichten van Pavlova zien er vaak simpel uit, maar zijn het lang niet altijd. Dit zijn maar twee van de tientallen gedichten die in korte tijd in het Nederlands zijn vertaald. Het is Pavlova-tijd. Vorig jaar was ze op Poetry International in Rotterdam. Een paar maanden geleden verscheen een keuze van 35 gedichten in het tijdschrift Armada (‘tijdschrift voor wereldliteratuur’, nummer 57), vertaald door Willem G. Weststeijn, voorzien van een korte inleiding. In het zomernummer van de Poëziekrant (nummer 4, juni-juli 2010) staan zeven nieuwe vertalingen, van de hand van het Gents collectief van Poëzievertalers, onder leiding van Thomas Langerak. En er is een bundel verschenen, tweetalig, met 32 vertalingen, en een uitgebreide inleiding van Nina Targan Mouravi, onder de titel Een flinke teug van rook en regen.

Al die vertalingen vormen nog maar een heel klein deel van Pavlova’s oeuvre. Dat is niet alleen verbluffend groot (duizenden gedichten), het werd ook in verbluffend korte tijd geschreven en gepubliceerd. Pavlova, geboren in Moskou in 1963, studeerde aan het Schnittke Muziekcollege, zong jarenlang in een kerkkoor en studeerde af als muziekhistorica. Zij begon gedichten te schrijven op haar twintigste, na de geboorte van haar eerste dochter. Zij publiceerde vanaf haar vierentwintigste, na de geboorte van haar tweede dochter. En ze brak door op haar dertigste, toen de Russische krant Segodnja (Vandaag) in één keer 72 van haar gedichten afdrukte.

Daarna ging het snel: bijna elk jaar een bundel, waaronder een van 1.000 gedichten dik, vertalingen in negentien talen, een drukbezochte website, veel media-aandacht en enorm hoge verkoopcijfers. En nu is Pavlova een van de bekendste Russische dichteressen, zowel geliefd bij beginnendeals bij ervaren lezers.

Pseudoniem

In het begin werd nog wel gedacht dat haar naam een pseudoniem was van een mannelijke dichter, of meer mannelijke dichters, die zo hun ideeën over de vrouwelijke seksualiteit konden uitleven. Inmiddels is wel duidelijk dat Vera Pavlova alleen maar namens zichzelf spreekt en dat haar poëzie veel meer is dan alleen maar uitgesproken seksueel. Zij is vooral zo populair omdat zij behalve openhartig ook ontwapenend eerlijk is in haar korte, strak rijmende gedichten van vier tot acht regels, met haar verrassende aforismen, droge waarnemingen, woordspel en zelfspot.

Dit is een schrijnend portretje van de ouderdom, met daarin terloops opgenomen een scherpe algemene wijsheid, in regel 3 en 4. De vertaling is van Nina Targan Mouravi: ‘Schrale huid, lekgeprikte aderen, / sleetse zolen, kiezen aan gort. / Je bent jong zolang aan jouw ouderen / nog maar weinig schort. / Opgedroogd zijn de stromen van melk en honing, / de wit-gouden lusthof verdord. / Ga je moeder wassen, haar bed verschonen, / knip de gele kalknagels kort.’