Wraak op een kabouter

Theatergroep Wunderbaum onderzocht in Los Angeles het Amerikaanse systeem van kunstfinanciering, dat nu als voorbeeld voor Nederland wordt aangehaald. Hun conclusie: „Er is daar helemaal geen systeem.”

De voorstelling die Wunderbaum in Los Angeles maakte, eindigt met een performance in de stijl van beeldend kunstenaar Paul McCarthy. Van links naar rechts: Matijs Jansen als Willem de Kooning, de Amerikaanse gastacteur John Malpede als kok, Walter Bart als piraat, Maartje Remmers als Heidi en Marleen Scholten als Martha (uit Virginia Woolf). Foto Steven Gunther

Het meisje van de was – dat maakte de meeste indruk. Iedere dag kwam ze in het Redcat Theater om hun vuile kleren te wassen. Pas na een tijdje ontdekten ze dat ze eigenlijk een geweldige zangeres is. Ze hebben haar zien optreden, met haar band en haar prachtige stem. Maar van die stem kan ze niet leven.

En dan was er de actrice die zich voor honderdduizend dollar in de schulden heeft gestoken voor haar opleiding. Ze vertelde dat ze die schuld nooit kan afbetalen. Zeker niet nu is geconstateerd dat ze suikerziekte heeft.

Zo deed theatergroep Wunderbaum, te gast bij het Redcat Theater in Los Angeles, meer ontdekkingen: alle technici met wie ze werkten, waren eigenlijk dansers. Net als de productieleider, die hun vervoer regelde, maar intussen veel liever met hen op het toneel zou staan. En als ze, zoals ze gewend zijn, na afloop van de voorstelling wilden helpen met opruimen, dan werd dat vriendelijk maar beslist afgewimpeld, want de acteurs die daarmee bijverdienen worden per uur betaald.

„We geneerden ons”, zegt actrice Maartje Remmers. „Omdat wij ons helemaal kunnen wijden aan toneel, terwijl acteurs daar negen baantjes hebben om rond te komen. Theatergroepen zoals wij bestaan helemaal niet in Los Angeles.” Het was confronterend. „Degenen die daar toch spelen zijn zo supergedreven, met die baantjes en ’s nachts repeteren. Dan vraag je je steeds af: zou ik dat ook doen?” Met twee andere leden van Wunderbaum vertelde Remmers begin deze week, net geland op Schiphol, over hun ervaringen in de Verenigde Staten, waar ze de afgelopen drie weken werkten aan een voorstelling.

Het is meteen duidelijk dat de acteurs van Wunderbaum een hechte groep zijn. Ze praten in meervoud – niet „ik vind” maar „wij vinden” – en vullen elkaars zinnen aan. Matijs Jansen: „We troffen daar een armoedige situatie om kunst in te maken. Alleen heel commerciële kunst redt het.” Walter Bart: „Je kunt natuurlijk best naar een alternatief kijken voor het Nederlandse subsidiesysteem. Maar wij zien echt niet in wat er goed is aan het Amerikaanse systeem.” En het model is ook niet zo maar over te nemen, weten ze nu. „Je hebt daar behalve veel armoede ook veel kunstminnende rijken. Ze leren op school al dat je iets moet doen voor de samenleving. Het is een hele andere mentaliteit, die niet past bij ons calvinisme.”

Wunderbaum was in Los Angeles op uitnodiging van het Redcat Theater, om er een productie te maken en op te voeren. Mét subsidie, ruim twintigduizend euro, van het internationale uitwisselingsprogramma van de stad. „Wij kregen wel subsidie, dat is ook weer zo cru”, zegt Remmers. „Omdat ze bij de Redcat zo’n grote organisatie hebben, weten zij wel toegang te krijgen tot de weinige subsidie die er is.” De uitnodiging was aanleiding voor een artistiek onderzoek: het financieringssysteem in de Verenigde Staten, dat drijft op particulier geld, wordt nu in Nederland aangehaald als hét alternatief voor de slinkende overheidssubsidies. Maar hoe werkt dat Amerikaanse systeem in de praktijk? Wunderbaum interviewde mensen die het systeem goed kennen: acteurs, een lobbyist, een recensent, een fondsenwerver. Conclusie van die experts: als je de VS als voorbeeld neemt, gooi je kind en badwater weg. De hele Amerikaanse federale overheid geeft evenveel uit aan cultuur als de stad Berlijn. En voor het opzetten van private fondsen zoals in de VS heb je ten minste twintig jaar nodig. „Ze schoten in de lach toen we vroegen naar het Amerikaanse systeem”, zegt Bart. „Er is daar helemaal geen systeem.”

Positief verrast waren de drie dat je in de VS nooit het belang van kunst hoeft uit te leggen. „Je wordt er niet telkens ter verantwoording geroepen. Het belang van kunst wordt niet ter discussie gesteld”, zegt Jansen. „Hier heb ik toch zodra ik ben geland weer de neiging om uit te leggen waar kunst goed voor is.” Er wordt in de VS alleen veel minder publiek geld aan besteed.

Maar, zal een voorstander van het Amerikaanse model zeggen, er wordt daar toch ook toneel gemaakt. Misschien is het juist goed voor creativiteit en doorzettingsvermogen dat je het zo hard moet willen. „Nee, theater wordt echt niet beter als je lijdt en alleen van 10 uur ’s avonds tot een uur ’s nachts kunt repeteren”, zegt Maartje Remmers beslist. „Alles is daar strijd, iedereen wil per se doorbreken, dat geeft een hele rare druk, echt ellebogenwerk”, vult Matijs Jansen aan. „Ze zijn alleen maar aan het overleven en hebben geen tijd voor het uitzetten van een interessante artistieke ontwikkeling”, valt Walter Bart bij. „Tijd overhouden voor evalueren is beter dan lijden.”

Ze ontmoetten in Los Angeles de drie leden van de jonge theatergroep Poor Dog Group, die tot nu toe maar één voorstelling heeft kunnen maken omdat het maar zo zelden voorkomt dat ze allemaal vrij zijn. Eén van de drie speelde mee als chocolademan in een succesvolle Axe-reclame en kan weer even vooruit. De andere twee steken hun tijd in timmerwerk, schoonmaken en bedienen in een restaurant.

Het onderzoek dat Wunderbaum deed, verwerkte de groep in hun voorstelling Looking for Paul, die tot afgelopen zondag werd opgevoerd in het Redcat Theater. Het verhaal is opgehangen aan het personage Inez van Dam (gespeeld door Remmers), die in Rotterdam woont, pal tegenover het immense beeld Santa Claus van de Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy. Het kunstwerk heeft de bijnaam ‘kabouter Buttplug’, omdat de kerstboom in zijn hand gemakkelijk kan worden aangezien voor een seksspeeltje. De aankoop van Santa Claus door de gemeente Rotterdam in 2001 veroorzaakte veel gedoe: het zou te aanstootgevend zijn om in een openbare ruimte tentoon te stellen. En moest de gemeente daar nou 280.000 euro aan uitgeven? Het onderwerp leent zich goed voor een stuk over de waarde van kunst en de rol van de overheid. Het inspireerde Wunderbaum eerder tot de voorstelling Venlo.

Inez van Dam is negen jaar later nog steeds verontwaardigd over Santa Claus die ze elke dag, zeer tegen haar zin, weer ziet. Ze heeft genoeg van dat „uber-American work in my face”. Daarom gaat ze in Los Angeles de maker opzoeken om wraak te nemen. Ze stalkt McCarthy met grote foto’s van zichzelf. De voorstelling eindigt met een twintig minuten durende, heftige performance in de stijl van McCarthy – met veel ketchup, naakt, stro en augurken. „Een ode aan McCarthy”, volgens de makers. Het kunstblog Out West Arts noemde Looking for Paul „het meest uitdagende evenement dit jaar in theater”, met name door de McCarthy-achtige performance aan het eind.

De reacties van het Amerikaanse publiek waren goed, zegt Walter Bart. „De inhoud kwam wel aan. Ze vonden het pijnlijk en heel grappig. Om de foto’s van Santa Claus moesten ze heel hard lachen, dat vonden ze hilarisch. Ze konden zich niet voorstellen dat zoiets bij ons op straat staat – zulke provocatieve kunst zou in de VS echt niet kunnen.”

Het Amerikaanse publiek lacht sowieso hard en veel, is de acteurs opgevallen. „Vooral als wij vertelden dat we in Nederland naar het Amerikaanse systeem toe willen. Dan bescheurden ze zich.” En ze wilden weten of Inez van Dam een extreem conservatieve Tea Party figuur was. „Nee, zeiden wij. Ze houdt gewoon niet van dat beeld.”

Pijnlijk vond het Amerikaanse publiek het besef dat er in de VS in verhouding zo weinig publiek geld is voor cultuur. „Er viel een stilte in de zaal, na de zin in onze voorstelling dat de twee miljoen dollar die de staat Californië jaarlijks uitgeeft aan cultuur evenveel is als wij met ons clubje in vier jaar aan subsidie krijgen. Mensen zeiden na afloop dat ze dat ‘shocking’ vinden. En ze vinden het ongelooflijk dat wij nu aan het Amerikaanse systeem denken. Dat noemen ze non-beleid.”

Net als hun creatie Inez gingen de acteurs op zoek naar Paul McCarty, die ze bewonderen om zijn theatrale werk. In een galerie bij Venice Beach zagen ze zijn installatie Train, Mechanical, 2003-2009. Walter Bart: „George Bush die een varken neukt, behoorlijk heftig werk, met robots die heel realistisch bewegen. Anders dan bij Buttplug is daar geen enkele reactie op gekomen. Waarschijnlijk omdat het niet op straat staat, maar in een galerie.”

Ze hadden McCarthy uitgenodigd voor hun voorstelling, maar veel kans dat hij zou komen kijken gaven kenners hun niet. Toch kwam hij – met zijn vrouw en dochter, die hadden hem „meegesleept”. „En hij vond het leuk, hij had het liefst zelf mee gedaan”, zegt Walter Bart. „Fantastisch vonden we dat. Hij heeft onmiddellijk gevraagd of we in januari in een cowboyfilm van hem willen spelen.” Remmers: „McCarthy vertelde na afloop dat hij af en toe dacht: is die Inez nou echt? Ik had bijna gezegd: Ik ben niet Inez maar Maartje en ik vind uw werk juist erg mooi.”

Hoe gaan ze hun bevindingen nu in Nederland duidelijk maken? „We gaan Looking for Paul volgend jaar in Amsterdam en Rotterdam spelen”, zegt Walter Bart. „En we hebben op YouTube een verslag gezet van onze interviews over het Amerikaanse systeem.” Matijs Jansen: „We hebben ook goeie opnames van de voorstelling. We zouden van die McCarthy performance een clip kunnen maken en daar tekst overheen zetten.”

Maar eerst moeten ze repeteren voor hun volgende voorstelling, Natives, die volgende week in première gaat. Ook dit stuk gaat over de waarde van kunst. „We spelen mensen uit de ‘krachtwijk’ Pendrecht die, zoals nu wordt beweerd, zogenaamd niets op hebben met toneel’’, zegt Jansen. „Maar dat is absoluut niet waar, ze blijken wel degelijk wat te zien in de voorstelling die wij eerder dit jaar in hun wijk speelden. Het was geen gemakkelijk stuk, associatief, maar die mensen hebben heus wel het vermogen daar waarde aan te hechten.”

Opvallend is dat het weer een politiek onderwerp is met een statement, terwijl ze tot nu toe weliswaar maatschappelijk betrokken toneel maakten, maar zonder expliciete stellingname. Betekent dat een koerswijziging van Wunderbaum? Remmers: „Dit is inderdaad wel een tijd waarin je stelling moet nemen. Anders dan acht jaar geleden. Je wordt kwader, als je bedenkt dat Amerika ons voorland is. Er is meer aan de hand. Maar hierna maken we weer een voorstelling over iets niet-politieks. Over Antarctica.”

Voor het filmpje over het onderzoek naar het Amerikaanse systeem zie: www.youtube.com/watch?v=0f0QZLWnPTs