Waarom Lomborg een charlatan is

De film van Björn Lomborg heeft een simplistische boodschap: CO2-beperking is te duur, los het klimaat op met meer techniek.

Een gevaarlijke boodschap, vindt Jan Rotmans.

Klimaatpopulist Björn Lomborg heeft een film uitgebracht: ‘Cool it’ (NRC Handelsblad, 23 november). Dat levert hem weer publiciteit op. Maar de aandacht voor Lomborg heeft weinig te maken met zijn onderzoek en zijn boodschap. Beide missen een wetenschappelijk fundament. Zijn benadering is inconsistent, zijn argumenten ongegrond en zijn oplossingen naïef.

Hij is inconsistent omdat hij vaak van mening is veranderd. Eerst ontkende hij dat er een klimaatprobleem was, vervolgens noemde hij het een klein probleem, daarna werd het een groot probleem maar waren er belangrijker problemen. En nu is het een van de grootste problemen waarvoor de mensheid staat, maar deugen de oplossingen niet.

Kijken we naar zijn onderzoek dan vallen twee zaken op. Hij strooit met getallen, waardoor hij wetenschappelijk lijkt, maar wie goed kijkt ziet dat hij manipuleert met data. Als statisticus focust Lomborg op kwantitatieve data, waarbij hij geen oog heeft voor onzekerheden en marges. Zo stelt hij in zijn film dat het aantal ijsberen de laatste 50 jaar fors is toegenomen, terwijl op basis van dezelfde gegevens kan worden geschat dat de populatie ijsberen licht is gestegen of zelfs constant is gebleven. Hij neemt echter de laagste schatting uit het verleden en de hoogste schatting uit het heden en manipuleert zo een significante trend.

Zijn mantra is de economische kosten-batenanalyse. Volgens Lomborg is dat een objectieve manier van het analyseren van het klimaatprobleem. Het is echter vooral een eenzijdige wijze van onderzoeken. Deze analyse gaat uit van de veronderstelling dat de effecten van klimaatverandering bekend zijn en uitgedrukt kunnen worden in geld. Maar wat niet wordt meegerekend zijn de effecten op natuur, cultuur en gezondheid, op niet-lineaire effecten (terugkoppelingen en drempelwaarden) en onzekerheden. Toekomstige effecten worden minder hoog ingeschat dan de huidige. Dit leidt vrijwel altijd tot onderschatting van de kosten en overschatting van de baten.

Lomborg negeert niet-lineaire effecten als de desintegratie van de ijskappen op Groenland en Antarctica, trivialiseert de gevolgen voor ecosystemen en haalt allerlei schaalniveaus door elkaar.

Op deze wijze reduceert hij het klimaatprobleem tot een rekensom. Om de som uit te rekenen gebruikt hij selectief klimaateconomische modellen, met name die van Bill Nordhaus en Richard Tol.

Nordhaus’ model geeft stelselmatig zeer lage schattingen van klimaatschade, minder dan 2 procent van het mondiale bnp, waarbij alle indirecte schade en niet-markt effecten worden veronachtzaamd. Ook het model van Tol is een extreem geval, dat op grond van dubieuze aannames uitrekent dat klimaatverandering tot 3 graden Celsius juist een groot economisch voordeel oplevert. Deze modellen leiden tot steeds weer dezelfde uitkomst: dat het beter is te wachten met het nemen van CO2-beperkende maatregelen.

Deze puur economische benadering is niet geschikt voor het oplossen van een complex probleem als het klimaat. Een integrale benadering is vereist, waarbij ook de sociale en ecologische invalshoek wordt meegenomen. Een benadering uitgaat van onzekerheid en risico, terugkoppelingen en drempelwaarden en die rekening houdt met extreme uitkomsten die minder waarschijnlijk zijn.

Lomborg vindt dat CO2-beperkende maatregelen te duur zijn en dat het beter is om te investeren in economische ontwikkeling. Tal van studies geven echter aan dat CO2-beperking helemaal niet duur is (0,5-1,5 procent van mondiaal bnp in 2030, zie de studie van McKinsey) en dat de eerste 15-20 procent van de CO2-beperking zelfs geld oplevert. CO2 beperking gaat dus niet ten koste van de economische ontwikkeling , maar draagt juist bij aan de versterking ervan. Zo toont een recente studie aan dat het energieneutraal maken van de gebouwde omgeving economisch voordelig is: het levert werkgelegenheid op, de huizen en gebouwen worden meer waard en gaan langer mee en ook de bewoners gaan erop vooruit.

Lomborg ziet technologische innovatie als dé oplossing. Hij wil een mondiale CO2-belasting invoeren en de opbrengsten daarvan besteden aan onderzoek en ontwikkeling van schone energie en ‘geo-engineering’, het ingrijpen in het klimaatsysteem met technische middelen. Dat eerste is onnodig, omdat de vernieuwbare energiebronnen (zon, wind, warmte) al beschikbaar zijn en spoedig concurrerend zullen zijn met fossiele energie. En geo-engineering, zoals het met ijzer bemesten van de oceaan of het injecteren van de stratosfeer met zwavel, is uiterst riskant. Het brengt onverantwoorde risico’s met zich mee. De aarde is geen laboratorium waar we mee kunnen experimenteren.

Waarom krijgt deze charlatan dan zoveel media-aandacht? Telt dan alleen zijn vlotte babbel en zijn charmante presentatie en niet de inhoud? De enige oplossing is een transitie naar een duurzame energie economie. Maar dit vergt een fundamentele andere wijze van produceren en consumeren. Het probleem schuilt in onszelf, de oplossing eveneens.

Jan Rotmans is hoogleraar Duurzame Transities aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.