Visitekaartje voor hangjongere

Academies leiden op tot ‘artistieke persoonlijkheid’ maar kunstenaars zoeken ook naar maatschappelijke relevantie. De No Academy koppelt kunstenaars aan instanties om samen problemen op te lossen.

Gouda kampte in 2009 met rellende jongeren. Buschauffeurs wilden niet meer door de wijk Oosterwei rijden. No Academy-student Tabo Goudswaard ontwierp een 'Monument voor de opgeheve bushalte'.

Aangeboden: een dag gratis hulp. Kunstenaar Domenique Himmelsbach de Vries hing begin dit jaar briefjes op in supermarkten en op lantaarnpalen in Amsterdam waarop hij gratis zijn diensten aanbood. Op YouTube plaatste hij een filmpje waarop hij toelichtte wat hij allemaal kan: „Ik ben goed in oplossingsgericht denken, neem initiatief, ben kritisch, ben goed in organiseren, posters ontwerpen, video editen, kan fietsen repareren, klussen, glas snijden, glas zetten, lassen, met de naaimachine overweg, zeefdrukken, fotograferen, ben maatschappelijk geëngageerd, ik kook vegetarisch of veganistisch, voor één of voor duizend mensen en ik draai New Wave op uw partij. Wilt u een dag gratis hulp? Ik help u graag.”

Himmelsbach de Vries, in 2009 afgestudeerd aan de Christelijke Academie voor Beeldende Kunsten in Kampen, was dit jaar één van de studenten aan de No Academy, een opleiding waar pas afgestudeerde studenten van kunstopleidingen zich bezighouden met maatschappelijke problemen. Geen kunstopleiding in ouderwetse zin (vandaar de naam: ‘No Academy’), maar een laboratorium waar de beginnende kunstenaars grootstedelijke vraagstukken onderzoeken. Woningbouwcorporatie Ymere bijvoorbeeld wilde hulp van de No Academy om in de Transvaalbuurt in contact te komen met hangjongeren. Het stadsdeel Amsterdam-West wenste overgewicht onder kinderen aan te pakken. Het multiculturele platform Forum was benieuwd of het streven naar gemengde wijken niet ongewild leidt tot afbraak van sociale netwerken.

Sommige studenten van de No Academy haakten aan bij één specifiek vraagstuk. Himmelsbach de Vries besloot verschillende vraagstukken tegelijk te benaderen. Hij wilde dieper in contact met de samenleving komen. Door het aanpakken van praktische, dagelijkse problemen onderzocht hij hoe burgers naar hun omgeving, de stad, kijken. Zijn aanbod van een dag gratis hulp leverde, vooral na een artikel over hem in het Amsterdams Stadsblad, tientallen zeer diverse reacties op. De een wilde hulp bij het maken van een zomerjurk, de ander wilde met hem brainstormen over het opzetten van een praktijk voor sportmassage, de volgende kon wel wat hulp gebruiken bij het restaureren van een glas-in-lood-raam. Een vrouw die nooit had leren koken maar wel een dure keuken had laten bouwen in haar huis, wilde al haar vrienden ontvangen als in een Bertolli-reclame. „Ik heb een begin met haar gemaakt door samen een groentetaart te bakken”, zegt de kunstenaar. „Ik kreeg zoveel verzoeken om hulp dat ik op het laatst bijna opgebrand raakte.”

Himmelsbach constateerde dat het vertrouwelijke contact waar zoveel instanties naar op zoek zijn mogelijk wordt door het ontbreken van eigenbelang of een verborgen agenda. Instanties die in contact willen treden met burgers, raadt hij aan „een gemeenschappelijk doel te zoeken dat buiten hun eigen belang staat”. Voor woningbouwcorporatie Ymere ontwikkelt hij nu zulke projecten om groepen bij elkaar te brengen.

De kunstenaar zegt dat de No Academy hem meer bewust heeft gemaakt van zijn positie als kunstenaar binnen de maatschappij. „Eerder voelde ik mij een visueel commentator op afstand van de wereld.” In een verantwoording voor het Fonds BKVB, dat hem en de andere studenten van de No Academy een jaar lang ondersteunde, schrijft hij: „De mogelijkheid om mij een volledig jaar lang op mijn creatieve relatie met de wereld te storten heeft mij verrijkt. Ik ben hoopvoller aangezien mijn radicale gedachtengoed een luisterend oor en ingang heeft gevonden bij instituten en instanties. Waar ik eerder het gevoel had lijnrecht tegenover hun ideeën te staan, voel ik me nu zelf een partner met een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor sociale vraagstukken.”

De No Academy is een iniatief van fotograaf Paul Gofferjé, designhistorica Kirsten Algera en beeldend kunstenaar Ruud Lanfermeijer. Zij gaven onder meer les aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en kreeg daar telkens van studenten dezelfde vraag te horen: „Wat kan een afgestudeerde kunstenaar nou echt betekenen voor de samenleving?” Op de kunstopleidingen is vooral veel aandacht voor het ontwikkelen van de creatieve persoonlijkheid, zegt hij. Maar studenten leren er te weinig welke rol zij als kunstenaar kunnen spelen in de maatschappij.

In 2008 richtten zij samen de stichting No Academy op. Geschikte kandidaten voor de studie worden gescout door contacten aan de kunstopleidingen in heel Nederland. Zakelijke partners leveren vraagstukken aan en betalen elk een bijdrage van 5.000 euro.

Een gebouw heeft de No Academy niet. „We hebben het bewust klein gehouden”, zegt Gofferjé. „Meer dan zes studenten kunnen we niet begeleiden.” Na een pilot in 2008 ging in 2009 het eerste officiële praktijkleerjaar van start. De studenten ontvingen een projectbijdrage voor een jaar van het Fonds BKVB, waarmee zij in hun levensonderhoud konden voorzien.

De studenten worden één op één begeleid door kunstenaars die al langer bedreven zijn in ‘critical social design’. Gijs Müller was de begeleider van Domenique Himmelsbach de Vries. „Ik werkte met hem volgens het meester-gezel-model”, vertelt Müller. „We spraken elke week af en dan luisterde ik naar zijn ideeën. Hij is een heel geëngageerde jongen maar had in het begin veel weerbarstigheid tegen de systematiek van de maatschappij. Hij is afgestudeerd als autonoom kunstenaar, dat zijn wat meer de outsiders onder de kunstenaars. Ze zijn minder gericht op communicatietrajecten dan bijvoorbeeld vormgevers, die gewend zijn om samen te werken met opdrachtgevers. Wat ik heb geprobeerd, is hem meer te richten op wat de zakelijke partners van de No Academy aan zijn ideeën zouden kunnen hebben. Wat Domenique scherp zag, is dat de partners de verschillen tussen groepen mensen vaak wel goed kunnen betitelen, maar moeite hebben om de overeenkomsten te zien. Dat is een inzicht waarmee je mooie strategieën kunt ontwikkelen.”

Müller vindt het prijzenswaardig hoe de zakelijke partners van de No Academy de studenten de ruimte en het vertrouwen geven om met vastgelopen maatschappelijke vraagstukken aan de slag te gaan. „Ze zouden ook een gewoon adviesbureau kunnen inhuren, dan weten ze precies wat ze eruit krijgen: een mooi rapport met een beleidsstrategie. Bij de No Academy krijgen ze dat niet, de uitkomsten zijn ongewis.”

Dat zo’n samenwerking met een zakelijke partner niet altijd gladjes verloopt, ondervond grafisch ontwerpster Jurga Zelvyté, ex-student van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zij haakte in op de vraag van woningcorporatie Ymere, die zocht naar een manier om in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost in contact te komen met hangjongeren. „Ik ben begonnen met te onderzoeken waar de grens ligt tussen privéruimte en openbare ruimte”, vertelt zij. „Aan hangjongeren, die zich een privéruimte toe-eigenen in de openbare ruimte, ergeren mensen zich. Maar als mensen met een klapstoel voor de deur gaan zitten, in het zonnetje, zegt niemand er iets van.”

Ze ontdekte dat ongeschreven regels hier belangrijker zijn dan geschreven regels. „De eerste keer dat ik er zelf tegenaan liep, was toen ik een visitekaartje voor hangjongeren ontwierp. Ik dacht dat Ymere die kaartjes zou kunnen afgeven aan buurtbewoners die klagen over hangjongeren. Maar de woningbouwcorporatie reageerde negatief. Het ging ze te ver. Terwijl nergens staat dat het niet mag of kan. Daar gelden dus kennelijk ook ongeschreven regels.”

Ze ging in gesprek met buurtbewoners om erachter te komen welke ongeschreven regels die in hun hoofd hadden en maakte een Boek van Ongeschreven Regels. Daarbij stuitte ze op vreemde ideeën. „Ik sprak met een vrouw in de Transvaalbuurt, die al 30 jaar in Nederland woont. Zij dacht serieus dat in Nederland vrouwen op straat altijd langs de kant van de muur moeten lopen en mannen aan de buitenkant.”

Ymere kijkt met gemengde gevoelens terug op de samenwerking, zegt Ellen Ros, die bij de woningbouwcorporatie verantwoordelijk is voor het contact met de No Academy. „Aan de ene kant vinden wij het beslist een toegevoegde waarde hebben als kunstenaars met hun bijzondere blik kijken naar de problemen die wij in wijken proberen aan te pakken. Aan de andere kant moeten we streng zijn: de ideeën die de kunstenaars aandragen moeten wel uitvoerbaar zijn en niet averechts werken. Jurga Zelvyté heeft een methode die ontregelend is. Ze stelt het gebruik van de openbare ruimte ter discussie. Haar doel is om het gesprek tussen bewoners op gang te brengen. Sommige ideeën vinden wij heel aardig, maar ze zijn nog niet ver genoeg uitgewerkt om ze ook daadwerkelijk te kunnen gebruiken in de wijken.”

Het project van Jurga Zelvyté sloeg wel aan bij andere partners van de No Academy. Voor multicultureel instituut Forum werkt zij nu het Boek van Ongeschreven Regels, dat nog maar een concept was, verder uit. En bij het stadsdeel Amsterdam-West gaf ze in augustus een workshop ‘ongeschreven regels’ aan de afdeling Parkeerbeheer. „Ik hield het heel simpel”, zegt ze. „Ik ging met de medewerkers van Parkeerbeheer in een lift staan, stapte zelf weer uit en maakte een foto van de lift. Moet je eens kijken. Je ziet hoeveel afstand de medewerkers van elkaar houden. En dat niemand elkaar in de lift aankijkt. Dat zijn ook ongeschreven regels. Ik liet ze die foto zien en toen begrepen ze meteen wat ik bedoelde.”

Woningcorporatie Ymere was meer gecharmeerd van de aanpak van Domenique Himmelsbach de Vries. „Hij is het vleesgeworden voorbeeld van goed burgerschap”, zegt Ellen Ros. De woningbouwcorporatie nodigde hem uit voor een gesprek. Hij wilde eerst een diepe put gaan graven op een braakliggend terrein, „een omgekeerde Toren van Babel”, samen met hangjongeren, medewerkers van Ymere en wijkbewoners. „Door zoiets simpels te doen zouden die groepen samen hun gemeenschappelijke taal terug kunnen vinden”, zegt de kunstenaar. „Maar we konden geen geschikt braakliggend terrein vinden.” Toen dat niet doorging, verzon hij onmiddellijk iets nieuws: een Monument voor Prima Mensen. „Mensen die zichzelf prima vinden, kunnen hun naam in steen gieten en dan maak ik daar een monument van”, legt hij uit. „In dat monument zijn dan al die mensen verbonden.” Ymere heeft hem ingehuurd om dit plan in februari in de Slachthuiswijk in Haarlem uit te voeren.

Hoe meer partijen iets aan de uitkomsten van de No Academy hebben, hoe beter. De zakelijke partners mogen de oplossingen van alle studenten gebruiken. „Onze studenten komen goed terecht”, zegt Paul Gofferjé met trots. „Ook de meeste andere studenten van de No Academy zijn aan de slag bij één van de partners. Mogelijk leidt dat dan weer tot nieuwe opdrachten.”

De financiering van de No Academy is wel een probleem. Vorig jaar gaven de Mondriaan Stichting en het Fonds BKVB een flinke bijdrage, waardoor de studenten zich volledig op hun projecten konden richten en geen bijbaan hoefden te zoeken. Het is nog de vraag of die subsidie er dit jaar ook komt. De studenten zagen hun eerste subsidieaanvraag afgewezen en proberen het opnieuw. De startdatum voor het tweede studiejaar is daarom vooruitgeschoven naar 15 januari. Wel heeft de stichting Doen een subsidie toegekend waarvan in elk geval de kunstenaars kunnen worden betaald die de studenten één op één begeleiden. De zakelijke partners betalen dit jaar nog hetzelfde bedrag als vorig jaar, maar dat zal in de toekomst wel omhoog moeten, zegt Gofferjé. Ook woningbouwcorporatie Ymere doet weer mee en probeert zelfs een ruimte te vinden waar de studenten tijdelijke studio’s kunnen inrichten.

De nieuwe studenten willen het liefst nu meteen beginnen. Om de tijd tot januari te overbruggen, deden ze de afgelopen maanden een pilotproject. Eén van de studenten van dit nieuwe jaar, fotograaf Hugo Schuitemaker, afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, werd door Rijkswaterstaat gevraagd om als ‘dwarskijker’ en ‘kritische aanjager’ te fungeren bij het ontwerpen van toekomstscenario’s voor het IJsselmeer. „Bij Rijkswaterstaat zijn ze ultiem geïnteresseerd in out-of-the-box-denken”, vertelt hij. „Ik kijk er naar uit om straks ook bij andere organisaties te mogen meedenken over maatschappelijke vraagstukken. Ik ben een idealist, maar wel iemand die zijn idealen praktisch wil uitvoeren.”

De studenten, projecten en resultaten van het leerjaar 2009-2010 van de No Academy staan in de publicatie ‘Nieuwe Relaties’ en op www.noacademy.org. Domenique Himmelsbach de Vries exposeert vanaf komende zondag t/m 19 dec. in Moira, Utrecht.